Rand Paul, potentieel tegenkandidaat van de Democraten

Dwarsdenker met flair

Als Rand Paul de Republikeinse presidentskandidaat wordt, zou dat voor de Democraten slecht nieuws kunnen zijn. Zijn anti-overheidsboodschap en zijn afkeer van buitenlands ingrijpen spreken ook progressieve kiezers aan.

Medium rand

Een Republikein? Als president? Ik reageer ongelovig als mijn beste vrienden uit de Bay Area, geheide Democraten, tofu-eters, yoga-liefhebbers, zinfandel-drinkers, werkzaam in de hightech, kortom, zo Californisch progressief als je maar Californisch progressief kunt zijn, geïnteresseerd blijken in senator Rand Paul als presidentskandidaat. In het huidige gepolariseerde klimaat van Amerika is zo’n welwillende beoordeling van een lid van de obstructie-oppositie niet gebruikelijk. Voor mij is het een aha-moment: als zelfs progressieve Democraten hem interessant vinden, dan moeten we Rand Paul in 2016 zeker serieus nemen. Maar wat trekt hen in deze sociaal-conservatieve senator uit, godbetert, Kentucky?

Ineens valt het kwartje: mijn vrienden zijn liefhebbers van Ayn Rand, de schrijfster van dikke romans waarin extreem individualisme wordt verheerlijkt en de overheid, welke overheid dan ook, wordt beschimpt. Rand is het idool van de Amerikaanse libertarians die in Paul hun leidende politicus zien. Belangrijker blijkt echter hun afkeer van de eindeloze Amerikaanse oorlogen. Isolationistisch zijn ze niet, maar ze ergeren zich aan de martiale praat en de interventiebereidheid van Hillary Clinton. Ze moeten niets hebben van de vrije hand die Obama en het Congres hebben toebedeeld aan de nsa, de nationale afluisterdienst. Afkeer van de rechteloosheid van Guantánamo Bay en Obama’s grootverbruik van drones: van hetzelfde laken een pak. Zes jaar Obama heeft hun niet vriendelijk gestemd.

In hun interesse in een echt alternatief blijken mijn progressieve vrienden niet alleen te staan. Rand Paul zou wel eens de grote verrassing kunnen worden in het volgepakte veld van Republikeinse presidentskandidaten. Pauls eerste uitdaging is om de Republikeinse nominatie te winnen. Geen geringe klus, maar als hem dat lukt, dan zou hij misschien heel wat Democratische kiezers kunnen trekken. Wie is dit fenomeen, een anti-overheids-Republikein die Democraten aanspreekt?

Randal Howard Paul is nu 52 jaar oud. Hij groeide op in een welgesteld middenklassegezin in Texas. Vader Ron Paul was arts, gespecialiseerd in gynaecologie, in zijn vrije tijd politiek actief. Vader Paul adoreerde Ayn Rand, spelde The Fountainhead en Atlas Shrugged. Ook verslond hij het werk van Friedrich von Hayek en Ludwig von Mises, conservatieve economen uit de Oostenrijkse school. Ron Paul werd een felle tegenstander van monetair beleid door de overheid en vooral van de Federal Reserve Bank die dat uitvoerde. Van dit extreem libertaire erfgoed kregen de kinderen Paul flinke doses toegediend. De ontkoppeling van de dollar van het goud en de loon- en prijsmaatregelen van Richard Nixon maakten vader Paul zo kwaad dat hij zich in 1974 kandidaat stelde voor het Huis van Afgevaardigden. Dat Watergate-jaar was hem niet gunstig gezind, maar in 1978 won hij toch een zetel, die hij in 1984 opgaf uit afkeer van het beleid van Ronald Reagan.

Zoon Randal Paul studeerde ondertussen biologie en schreef regelmatig provocerende columns, studentengeschriften die ongetwijfeld de komende maanden boven water komen. Hij maakte biologie niet af maar was goed genoeg om over te stappen naar Duke Medical School in Durham, North Carolina. In 1988 hielp hij zijn vader bij diens eerste campagne voor het presidentschap namens de Libertarian Party. Een half procent was het schamele resultaat. Libertariërs waren nog een kleine minderheid en critici van Reagan kwamen niet ver.

Na zijn afstuderen deed Rand Paul zijn co-schappen in een ziekenhuis in Atlanta, waar hij Kelley Ashby ontmoette, een aantrekkelijke, slimme blondine die Engels had gestudeerd. In 1993 verhuisde het paar naar Kelley’s thuisstaat Kentucky waar Rand Paul partner werd in een praktijk voor oogheelkunde. Ze hebben drie zoons.

Paul hielp zijn vader in 1994 opnieuw een zetel te veroveren in het Huis, maar raakte pas echt geïnteresseerd toen hij in 2008 diens landelijke campagne organiseerde voor de Republikeinse presidentsnominatie. Het uitgangspunt was interessant genoeg: vader Paul was niet alleen een overtuigd libertariër die het big government-beleid van Bush verwierp, hij was ook een uitgesproken criticus van Bush’s oorlogen. Niet zo vreemd dat zijn eigen Republikeinse Partij hem behandelde als een halve gare, maar al doende bouwde Ron Paul een aanhang op onder studenten en anti-overheidsactivisten.

Op de campussen van Amerika is libertarianism wat marxisme in de jaren zestig en zeventig was: een aantrekkelijk gesloten en samenhangend systeem dat antwoord biedt op alle vragen. Net als marxisten hebben libertariërs voor wat ze niet kunnen verklaren samenzweringstheorieën. Hoewel vader Paul zijn leven lang flirtte met uiterst rechts en een heel pakket racistische columns van zijn hand opdook, bleek hij in staat een enorm potentieel van stemmen aan te boren. Meer dan dat: studenten bleken toegewijde campagne-activisten, wat vooral in de caucus-staten waar organisatie belangrijk is, zoals Iowa, doorslaggevend is. Obama bewees het in 2008 door Hillary daar de pas af te snijden.

Het verklaart ook dat Paul, die op 7 april zijn kandidatuur officieel aankondigde, derde staat in de eerste peilingen van Republikeinse kiezers. Hij zorgde er ook voor dat zijn aanhangers aanwezig waren bij een conservatieve jamboree in januari in Washington, waar hij de meest populaire kandidaat bleek. Paul won voor het derde jaar in successie, maar met de verkiezingen in aantocht stond er deze keer meer op het spel.

Paul vond dat een restaurant­houder het recht had om te zeggen: ‘We don’t serve black people’

In 2010 veroverde Rand Paul de Republikeinse nominatie voor de senaatszetel van Kentucky op een kandidaat van het establishment en won hij vervolgens de verkiezingen. Het hielp dat 2010 een anti-Obama-jaar was en dat de Tea Party net doorbrak. Hun anti-overheidsboodschap paste Rand Paul als een handschoen zonder dat hij zich ooit bekeerde tot het roekeloze ‘don’t tread on me’-_geblaat van Sarah Palin. Maar sommige van Rands extreem libertaire standpunten zullen hem nog problemen opleveren. Zo vond hij desgevraagd dat een restauranthouder het recht had te zeggen: _‘We don’t serve black people.’ Het was de uiterste consequentie van zijn standpunt dat mensen de vrijheid hebben te doen wat ze willen met hun privé-bezit.

Inmiddels heeft Paul dat nogal theoretische maar bijzonder onpraktische standpunt laten varen en staat hij onvoorwaardelijk achter de burgerrechtenwetgeving van de jaren zestig. Sterker, hij is een van de weinige Republikeinen die de moeite neemt om contacten te onderhouden met de zwarte gemeenschap. Paul meent dat de armzalige zes procent die Romney in 2012 haalde onder zwarte kiezers kan worden opgekrikt tot meer dan dertig procent. Als onderdeel van zijn nakende campagne hield Paul in juli 2014 een toespraak voor de Urban League, een denktank voor onderwerpen die speciaal zwarten aangaan. Het was vooral relevant dát hij er sprak. Maar hij scoorde ook met zijn wens om het absurd hoge aantal gevangenen in de VS te verminderen. Hij wil veroordeelden voor niet-gewelddadige delicten hun kiesrecht teruggeven en hij pleit voor Economic Freedom Zones in arme buurten waar de overheid voordelen biedt om een bedrijf te beginnen. Het is het soort onderwerpen dat de invloedrijke libertaire denktank Cato Institute al jaren propageert.

Zwarte Democraten zijn sceptisch, maar ze zouden er goed aan doen zich te herinneren dat voor de jaren dertig de Republikeinse Partij met haar inclusieve en individualistische boodschap de partij was die segregatie aan de kaak stelde vanuit haar idealen. Zwarten zouden zich thuis moeten voelen in de partij van Lincoln. Paul ziet scherp dat de zwarte gemeenschap, en zeker de nieuwe middenklasse, niet vanzelfsprekend valt voor big government. Traditioneel verzorgingsstaatdenken is ook daar aan erosie onderhevig. Verder pleit voor Paul dat hij een van de weinige Republikeinen is die niet permanent op Obama loopt te schelden. In zijn brede benadering past Pauls steun voor de New Yorkse Democratische senator Kirsten Gillibrand bij haar pogingen om de beoordeling van seksuele delicten in het leger niet over te laten aan de militaire leiding. Een van Pauls hobbyprojecten is de legalisering van hennep voor industriële doeleinden.

Gevat in steekwoorden zijn Pauls economische ideeën niet radicaal: een kleinere overheid en minder regels. Elke Republikein zingt in dit koor. Wat Paul onderscheidt, is dat hij zowel de Democraten als de Republikeinen verantwoordelijk houdt voor de gigantische overheid. Hij is evenzeer tegen een _nanny-_staat als tegen het gedurig uitmelken van de overheid door bedrijven, banken en belangengroepen. Op dit terrein is Paul net zo kritisch als de lieveling van progressieve Democraten, Elizabeth Warren, senator van Massachusetts, alleen vliegt hij het onderwerp anders aan dan linkse Democraten.

Paul zou de Federal Reserve Bank aan banden willen leggen of zelfs willen afschaffen, en is een voorstander van terugkeer naar de goudstandaard. Standpunten die hij zelfs als president nooit kan verwezenlijken, maar die in hun theoretische variant goed kunnen scoren. Wat Paul betreft hadden de banken in 2008 wel failliet mogen gaan. Dat is een populair Tea Party/libertair standpunt waar ze ook op links wel oor voor hebben, maar het wordt natuurlijk niet gedeeld door Wall Street en in de praktijk evenmin door de meer traditionele Republikeinen. Maar ook hier geldt dat de uitersten van beide partijen elkaar raken en links en rechts hier gemeenschappelijke grond vinden.

Vooral op het terrein van buitenlandse politiek trekt Paul de aandacht. Net als president Obama was hij een tegenstander van interventie in Syrië. Paul wijst vaak op Libië als bewijs van de schade die interventionisten aanrichten. Hij doet dat via het debacle in Benghazi waarbij een Amerikaanse ambassadeur omkwam, een steek aan Hillary Clinton die toen minister was. Paul is voor ‘een minder agressief buitenlands beleid’. Dat is tegen het zere been van de interventievleugel van de Republikeinen, geleid door de oude havik senator John McCain. De oude man McCain noemde Paul een ‘wacko bird’, wat voor mensen die McCain een gevaarlijke oorlogshitser vinden als compliment zal gelden.

Paul laat zich niet in de isolationistische hoek duwen. Verwijten van appeasement en on-Amerikaans over je heen laten lopen zijn snel gemaakt, maar Paul ziet het vastberaden elke oorlog in lopen niet als een kwaliteit. Hij vindt zichzelf een realist in de traditie van de grote diplomaat George Kennan, de bedenker van de containment-strategie. Hij mag graag de aartsvader van de Amerikaanse diplomatie citeren, de latere president John Quincy Adams, die in 1823 al zei: ‘Amerika gaat niet in het buitenland op zoek naar monsters om te vernietigen.’ Paul is geen tegenstander van de Veiligheidsraad of de Verenigde Naties. Hij was de enige Republikein van statuur die zich onomwonden voorstander verklaarde van Obama’s opening naar Cuba.

Aanvankelijk wilde Paul ook alle Amerikaanse buitenlandse hulp afschaffen. Dat kwam hem te staan op een aanval van de Israël-lobby, het land dat het grootste deel van die hulp opstrijkt. Een bezoek aan Israël was voldoende om Paul te bekeren tot een minder heldhaftig en een teleurstellend opportunistisch standpunt: hij wil de buitenlandse hulp nu beperken tot vijf miljard dollar.

De publieke opinie is echter volatiel en de opkomst van IS heeft de zaak gecompliceerd. In de aanloop van zijn campagne heeft Paul zijn boodschap moeten bijstellen. In september 2014 hield hij een rede over buitenlands beleid waarin hij zich een Republikein noemde ‘in de traditie van Eisenhower en Reagan’. ‘Conservatief realisme’ noemt Paul het. In navolging van Reagan heeft Paul het over ‘peace through strength’ en hij stelt dat Reagan minder interventionistisch was dan de meeste van diens bewonderaars erkennen. Paul vindt dat presidenten voor oorlogsactiviteiten toestemming moeten vragen aan het Congres, een standpunt dat progressieven ooit verleidde tot de War Powers Act. In december diende hij een officieel voorstel in om officieel de oorlog te verklaren aan IS. Pauls standpunten staan inmiddels wat dichter bij de tamelijk interventionistische opinies van de andere kandidaten, maar gegeven de uitgangspositie van een Democraat als Hillary Clinton oogt hij nog steeds als de minst oorlogszuchtige kandidaat, Republikein of Democraat.

‘Hij heeft een kwaliteit die je niet kunt leren of kunt inkopen: hij is interessant’

Voorjaar 2014 kreeg Paul de nodige publiciteit met een dertien uur durende filibuster-rede tegen het overmatige en ongecontroleerde gebruik van drones door de regering-Obama. De president kan feitelijk doen wat hij wil, heeft een license to kill, vond Paul. Net als zijn afkeer van de afluisterpraktijken van de nsa is dit standpunt populairder bij zijn potentiële aanhang op de campussen en in Californië dan in zijn Republikeinse Partij.

Dit klinkt allemaal op z’n minst interessant, minder gemakkelijk zullen mijn progressieve vrienden het hebben met Rand Paul als zuidelijke politicus met standpunten die goed liggen bij christelijk rechts. Hij is, natuurlijk, pro life (dat wil zeggen anti-abortus) en gaat daarin nog een stap verder. Hij is voor het zogenoemde personhood amendment, dat van een bevruchte eicel een persoon maakt met alle daaraan verbonden rechten. Het is een favoriet middel van sociaal-conservatieven om niet alleen abortus maar ook de morning-afterpil te verbieden. Het valt nu al te voorspellen dat je hem er niet meer over zult horen.

Paul heeft geluk dat het homohuwelijk niet meer zo vergiftigend werkt als een paar jaar terug. Nu kan hij zich conformeren aan de geldende praktijk, zoals Obama dat ook gedaan heeft. Wie wapenbezit aan banden wil leggen, moet niet bij Paul zijn. Soms zet hij zichzelf klem in zuidelijk opportunisme dat hem dichter bij het evangelisch conservatisme brengt van de Republikeinse achterban. Zo ging hij mee in de opwinding over de mogelijkheid dat vaccinaties van kinderen autisme konden veroorzaken, een onzinnige stellingname zeker voor een arts.

In deze dans op een wankel politiek koord zien we het probleem van de libertariërs in Amerika: hun extreme vrijheidsideaal en hun anti-overheidsdenken op economisch terrein liggen lekker bij sociaal-conservatieven, maar die willen diezelfde overheid gebruiken om de individuele vrijheid aan banden te leggen. Ondanks recente aarzelingen lijkt Paul intelligent genoeg om zich een weg te banen door dit moeras van provocatie, politieke correctheid en opportunisme, al was het maar door ronduit voor bepaalde stellingnames uit te komen. Hij is een van die politici die zijn gehoor onaangename waarheden kan voorhouden zonder het van zich af te keren. Misschien overtuigt hij ze zelfs.

Het zal Paul nog niet meevallen om de conservatieve Republikeinen in de voorverkiezingen voor zich te winnen. Maar in Iowa, waar het spel in januari 2016 begint, gaat het om caucuses, partijbijeenkomsten waar organisatie de uitslag bepaalt. Voor organisatie heb je studenten en andere enthousiastelingen nodig en het maakt niet uit welk partijverband die hebben, als ze je maar helpen. Vader Ron Paul, een kandidaat met aanmerkelijk lastiger bagage dan zijn zoon, slaagde er in 2012 in om 21,5 procent van de Republikeinse stemmen te halen en maar liefst de helft van de stemmen van kiezers onder de 29. Ook in New Hampshire scoorde Ron Paul in 2012 23 procent. Wie die cijfers als uitgangspunt neemt, ziet Pauls mogelijke pad naar de Republikeinse nominatie. Het is een mooie basis om op te bouwen.

Zonder politieke problemen is de kandidatuur van Paul evenmin. Hij heeft als senator weinig tot stand gebracht, al was hij in 2014 een populaire en succesvolle fundraiser voor collega’s. Maar een one term senator met een kien oog voor publiciteit, die hebben we net gehad als president. Hij heette Barack Obama. Zou de kiezer zich nog eens laten verleiden door een relatief onbeschreven blad? Aan de andere kant, afgezien van Jeb Bush (maar ja, die naam) heeft geen Republikein veel ervaring op het vereiste niveau.

Voor Paul pleit dat er niet geweldig veel op het spel staat, als hij maar een behoorlijke campagne voert. Hij mag verliezen, hij heeft de toekomst. Een mogelijk probleem is dat hij in 2016 ook zijn senaatszetel in Kentucky moet verdedigen en voorlopig mag dat niet tegelijkertijd. Maar daar is altijd wel een mouw aan te passen. Ook de opinies van zijn vader zijn problematisch, hun verhouding is vergelijkbaar met die tussen Jean-Marie en Marine Le Pen. De schrijfsels die Paul als student produceerde, zullen door tegenstanders worden uitgepluisd.

Maar Paul heeft flair en de zekerheid van zijn overtuigingen. Anders dan zijn collega’s laat hij zich niet slechts leiden door opiniepeilingen of door een vermeende achterban. Het maakt hem tegelijk aantrekkelijk en kwetsbaar. In 2012 waaierden de Republikeinse kiezers in de voorverkiezingen alle kanten op, op zoek naar iemand van statuur die ook nog eens ideeën had. Het maakte van de voorverkiezingen een circus met steeds een nieuwe bizarre attractie. Nu kunnen dwarsdenkers vanaf het begin op Paul rekenen als hun kandidaat. In de woorden van een commentator van de conservatieve National Review: ‘Hij heeft een kwaliteit die je niet kunt leren of kunt inkopen: hij is interessant.’

Dat maakt zijn visie op Amerika nog niet per se aantrekkelijk, maar in het post-Obama- en post-Bush-klimaat leidt zijn ideologische en niet belangen-gemotiveerde pleidooi voor een minimale overheid in elk geval tot discussie. De pundits, de voorspellers en glazenbolkijkers, slaan de kansen voor Paul om de Republikeinse nominatie te verwerven niet hoog aan, zeker niet als buitenlandse politiek een grote rol speelt zoals nu lijkt te gaan gebeuren. Maar met een veld van meer dan tien deelnemers, zonder duidelijke favoriet, is het bepaald niet uitgesloten dat Rand Paul een kans maakt. Hij begint met een voorsprong, bouwend op de basis van Ron Paul en het enthousiasme van libertariërs. Zijn boodschap is helderder, consistenter en misschien aantrekkelijker dan die van de andere kandidaten. Tikkeltje te extreem? Valt nogal mee vergeleken met sommige andere kandidaten.

Mocht Paul hen allemaal te kijk zetten, de nominatie winnen en in november 2016 tegen Hillary aantreden, dan wordt het pas echt leuk. Zijn jeugdige uiterlijk maakt het onnodig het leeftijdsverschil met de 67-jarige Hillary Clinton te benadrukken. Daar kan Clinton ervaring tegenover zetten. Maar voor de Democraten valt te vrezen dat de ideeënrijkdom van deze Republikein groter en dieper is dan die van hun eigen front runner. Op enkele terreinen zal Paul progressiever blijken dan Clinton. En als mijn vrienden niet uitzonderlijk zijn, zou hij ook wel eens een kans hebben om die strijd te winnen. In elk geval kan Paul het inhoudelijke debat op een hoger plan brengen. Dat zou al heel wat zijn.


Beeld: Senator Rand Paul, bij de Conservative Political Action Conference (CPAC), National Harbor, Maryland, 27 februari 2015 (Andrew Harrer / Bloomberg via Getty Images)