Mathieu Smedts

Dwarslezen

Mathieu Smedts, Geen tabak geen hallelujah. Uitg. Foreholte;
Dr. H.J.T. Bijlmer, Naar de achterhoek der aarde. Uitg. Scheltens & Giltay

«Dit boek ontleent zijn verschijnen aan de expeditie naar het Mimika-gebied in Zuidwest Nieuw Guinee, welke door mij in 1935-1936 werd ondernomen in opdracht van de Maatschappij ter Bevordering van het Natuurkundig Onderzoek der Nederlandse Koloniën », schrijft dr. H.J.T. Bijlmer voor in zijn Naar de achterhoek der aarde. Nog wat andere regels uit het laatste hoofdstuk: «Primitieven hebben, als kinderen, een scherp en raak oordeel! Laten we hopen dat het gezond verstand nog tijdig middelen moge vinden om hier een dwaasheid te voorkomen.»
«Ik dank de hoofdredacteur van de Volkskrant, J.M. Lücker, die enthousiast voor deze reis was, toen ik nog niet besefte welk een grote ervaring het zou worden, en me naar Nieuw-Guinea stuurde», schrijft Mathieu Smedts in zijn Geen tabak geen hallelujah. Smedts vertelt tal van dingen waar ik - gepast of ongepast - plezier en andere gemengde gevoelens aan beleef. Een voorbeeld. Het antwoord dat Pater Verhelst na vele jaren vindt op de vraag waarom de Marind-anim hun koppensnellertochten ondernemen: «De Marind-anim hebben verscheidene namen, waarvan de belangrijkste door hun koppensnellende vaders van een veldtocht wordt meegebracht. Het laatste woord van het slachtoffer wordt de naam van het volgende kind van de moordenaar. (…) Maar jullie kennen de taal van je vijanden immers niet, bracht de missionaris hen herhaaldelijk onder het oog. Hoe weet je, dat het laatste woord van je slachtoffer een naam is? Er bestond mé ér kans dat het een zware vervloeking van de moordenaar was. Maar de Marind-anim wisten dat het een naam was.»

Enkele onderschriften bij foto’s in het boek hebben een wat andere toon: «Jonge Kapaukoe-meisjes. Schoonheid in onbevangenheid, gedoemd om vroeg te verwelken.» - «Twee Marind-echtparen. Hun ouders proefden misschien mensenvlees. Zij echter werden aangeraakt door beschaving en christendom.» - «Wat zoekt de ontdekkingsreiziger aan de einder? Het Paradijs. Wat hij aantreft is menselijk leven verkrampt in angst voor geesten en medebewoners, een angst die spreekt uit de blik van dit volkstype uit de Baliemvallei.» - «Een verkommerde Marind-moeder. Zullen de als kleine, schrikachtige kangaroes tegen haar aangedrukte kleinen de bevrijding door het christendom en de overwinning door de beschaving leren kennen?» - «De eerste stap naar de beschaving is gezet. Kapaukoe-kinderen uit het gebied van de Wisselmeren op weg naar school.»
In zijn epiloog zegt Smedts: «En toch geloof ik niet dat ik ooit nog eens zo door een land geboeid zal worden.»
In NRC Handelsblad van vrijdag 12 mei lees ik dat de Organisatie Vrij Papoea hoopt op hulp uit Nederland, maar dat Terry Aronggear in Jayapura zegt: «Ik spreek Nederlands, maar zal dat niet doen, want ik haat Nederland. Jullie hebben ons uitgeleverd aan de Indonesische moordenaars.» De correspondent meldt dat zes Nederlandse parlementariërs onder de indruk zijn van de getuigenissen van merendeels bejaarde Papoea’s.