Dwarslezen

Om aan te sluiten bij en af te wijken van hetgeen Kees ’t Hart vorige week voor deze rubriek schreef: wanneer ik me beperk tot één bijvoeglijk naamwoord, zie ik niet snel hoe ik zou kunnen zeggen dat ik De zeven gekken en het vervolg erop, De vlammenwerpers, van Roberto Arlt geweldig vind zonder het woord ´geweldigª te gebruiken. ´Wonderschoonª, ´subliemª en ´prachtigª bieden geen uitkomst. Hetzelfde geldt voor woorden die inhoudelijker lijken: ´huiveringwekkendª, ´krankzinnigª, ´apocalyptischª. Ze zeggen niet wat ik zou willen dat ze zeggen en zelfs precisie kan misschien niet woorden voor leeglopen behoeden.

De achtergrond van Buenos Aires, het complot om de bestaande maatschappij te vernietigen en een nieuwe ‘rechtvaardige’ orde te vestigen, de financiering van de plannen door het opzetten van een keten bordelen, de Astroloog die ‘zijn vreselijke geheim’ onthult, God die zich net zo verveelt als de duivel. Erdosain oscillerend tussen twee uiterste stemmingen – ik las De zeven gekken vloekend en lachend van waardering, en schreef een stuk. Ik las De vlammenwerpers een jaar later, vloekend en lachend, en schreef een brief aan de Astroloog. Daarna was ik nu en dan zendeling, wanneer ik die twee boeken van Arlt op het lijstje van anderen meende te moeten zetten.

´Als eerste voorzorgsmaatregelª, zegt Arlt voor in De vlammenwerpers, ´heb ik in ieder geval besloten geen enkel werk van mij naar de sectie literaire kritiek van de dagbladen te sturen. Waarom zou ik? Zeker om een opgewonden meneer tussen twee telefoontjes door te laten schrijven, tot tevredenheid van eerbiedwaardige lieden: ‘De heer Roberto Arlt volhardt in een uiterst onsmakelijk realisme, et cetera. et cetera.’ Nee, nee en nog eens nee. Die tijden zijn voorbij. De toekomst is aan ons omdat wij harder werken dan wie dan ook. Wij zullen een eigen literatuur creëren, niet door voortdurend over literatuur te praten, maar door in trotse eenzaamheid boeken te schrijven die aankomen als een harde linkse op de kaak. Ja, het ene boek na het andere en ‘laat de eunuchen maar brullen’. De toekomst is op triomfantelijke wijze aan ons.ª

Arlt zou op mijn lange lijst staan, op mijn kortere, op mijn korte, al zie ik niet snel hoe ik iets over zijn werk zou kunnen zeggen zonder iets te zeggen.

u

Roberto Arlt, De zeven gekken en De vlammenwerpers. Vert.: Mariolein Sabarte Belacortu. Coppens & Frenks Uitg., 1993/94.