Er had ook kunnen staan

Dwarslezen

Als ik de achterkant van Bombay branding van Ardashir Vakil goed begrijp, dan is over dit boek in NRC Handelsblad door iemand geschreven: ‘Vakils debuutroman is even kleurrijk en gevarieerd als een Indiase maaltijd.’


Er had misschien ook kunnen staan: ‘Vakils debuutroman is even kleurrijk en gevarieerd als het werk van Paul Klee, bekeken na het eten van een paar werkelijk Hollandse garnalen.’ Of: ‘Vakils debuutroman is even kleurrijk als de laatste videoclip van Marco Borsato en even gevarieerd als een dag in de Beurs van Berlage. ‘Misschien had er ook kunnen staan: ‘Bombay branding wordt nu al in een adem genoemd met het gezellige Pashad — koken met de Indiase chefs van J. Inder Singh Kalra.’ Of: ‘Bombay branding kan vanaf de eerste bladzijde wedijveren met de bruisende culinaire geschrifen van Mumtaz Currim en Bhicoo Manekshaw.’


Er had misschien ook kunnen staan: ‘Vakils debuutroman doet nog het meest denken aan de stapel lucifersdoosjes die telkens opnieuw zo’n mysterieuze en traditionele rol speelt in de meest succesvolle Bollywood-films.’ Of: ‘Vakils debuutroman doet nog het meest denken aan een verzameling enveloppen.’ Misschien had er ook kunnen staan: Bombay branding is even kleurrijk en gevarieerd als de traditie die zich ophoudt in het binnenste van het mysterie.’ Of: ‘Bombay branding is even kleurrijk en gevarieerd als een lucifersdoosje dat uit een van exotisch aandoende postzegels voorziene envelop wordt gehaald.’


Er had misschien ook kunnen staan: ‘Vakils debuutroman, soms eenvoudig en soms juist overvloedig, soms sober en soms heel uitgebreid, is Annapurna, de godin van het voedsel, waardig.’ Of: ‘Vakils debuutroman is even eenvoudig als een mysterie, even overvloedig als de traditie, even sober als een stapel lucifersdoosjes, even uitgebreid als een envelop.’ Misschien had er kunnen staan: ‘Bombay branding zet Annapurna, godin van het voedsel, in het zonnetje en plaatst zich daarmee sober en overvloedig in de mystieke traditie van de kleurrijke en gevarieerde meesterwerken.’ Of: ‘Bombay branding is Paul Klee in een lucifersdoosje en Marco Borsato in een envelop.’


Er had misschien ook kunnen staan: ‘Zoals de held van het verhaal, Cyrus Readymoney, op bladzijde 105 vertelt: “Ik volgde haar de trap af. De honden dromden langs ons heen. Ik wist niets te zeggen. Toen we beneden kwamen, sloeg ze linksaf, de kamer met de grote eettafel in, en ze was op slag een ander mens. Ze riep om de bedienden, trok kasten open, smeet de etensbakjes voor de honden op de grond, zette met een knal een glas cola voor me neer, rende de keuken in en uit, greep Rufus, de golden retriever, in zijn nekvel en lepelde een rode vloeistof in zijn bek.


"Doorslikken stom beest! Babu Mali!” riep ze. “Babu Mali! Waar zit die clown?” Een kleine man in een blauwe korte broek en met een ondeugende grijns op zijn gezicht kwam de kamer binnen hollen. “Wat sta je te grijnzen! Ga vreten halen voor die stomme honden!” ’


En nu ga ik proberen Bombay branding te lezen zonder te denken aan de zin die achterop staat en zonder te denken dat achterop andere zinnen hadden kunnen staan.



Ardashir Vakil, Bombay branding. Vertaald door Atty Mensinga, Uitg. Rainbow Pocketboeken i.s.m. Arena