Dwarslezen

Dwarslezen

Beste Ludwig Wittgenstein, Een paar dagen geleden kreeg ik uw brievenboek in handen. In verband daarmee verzoek ik u mij de allerberoemdste zin uit uw hele oeuvre op te sturen. Iedereen kent die zin blijkbaar, veel mensen krijgen gelijk een mooie glimlach op hun gezicht wanneer ik erover begin, maar hoe die precies gaat, daar doen ze erg geheimzinnig over. Ik heb uw werk gekocht maar ik durf geen eigen keuze te maken omdat ik denk dat u het zelf het beste weet. Ik vraag al een tijdje mijn vrienden en kennissen naar die zin, maar helemaal precies weten zij het ook niet. Een week geleden zei een goeie kennis van me in het café dat hij hem zich nog wel uit zijn jeugd herinnerde. Het ging volgens hem ongeveer als volgt, maar dan in het Duits: «Waarover men moet luisteren daar kun je niet over spreken.» Mij leek het sterk dat dit ’m was, maar dat durfde ik niet te zeggen. Iemand anders aan tafel zei dat het niet over luisteren ging. Volgens haar ging het zo: «Waarover je niet kunt zwijgen, daarover moet je spreken.» We hebben het er een tijdje over gehad, maar kwamen er niet uit. Waarover kun je dan niet zwijgen? Als je dat niet weet, waarom zou je er dan over moeten spreken? Weet u het?

Het was behoorlijk druk in het café maar gelukkig had de barkeeper even tijd voor ons. Hij wist zeker dat het anders was. Het gaat wel in het Duits, zei hij: «Waarover je mag spreken daar hoef je niet over te zwijgen.» Volgens ons kwam dit dus dicht in de buurt, maar de vriendin van de barkeeper leek het sterk dat u over «mogen» en «hoeven» had geschreven. Volgens haar was dat niks voor u. Volgens haar moest het dus zijn: «Waarover je moet spreken, daar mag je niet over zwijgen.» Het is iets met een paradox, zei ze, weet je wel. Spreken en zwijgen. «Spreken is zwijgen en geld is van goud», riep Ome Jaap, maar die nemen we niet serieus. We kwamen er niet helemaal uit.

Toch blijft het me achtervolgen, ik snap best dat het café niet de juiste plaats is om over uw beste zin te praten, dus daarom wend ik me nu maar direct tot uzelf. Hoe gaat die zin precies? Ik weet zeker dat ik hem ooit gekend heb, hij ligt werkelijk voor op het puntje van mijn tong. «Wie zwijgen wil, kan beter niet spreken.» Gaat-ie zo? Maar dat is wel erg banaal, want als je zwijgt, dan spreek je helemaal niet. Of zit ik er alweer naast? «Waarover gesproken wordt, daarover zwijgt men later.» Komt dit in de buurt? Wilt u het me gauw laten weten? Het is behoorlijk urgent op dit moment, we hebben het er vaak over, ik moet het weten en wel zo gauw mogelijk. «Waarover men niet zwijgen wil daar valt niks over te zeggen.» Dit lijkt me dus wel een hele goeie. En toch voel ik gewoonweg dat het nog niet klopt. Laat het me gauw weten. Met hartelijke groet.

Ludwig Wittgenstein, Brieven

Uitg. Wereldbibliotheek,

254 blz., ƒ49,90