Polonius Monk

Dwarslezen

K. Schippers, Holland Dada. Tweede, geheel herziene druk Uitg. Querido

Citaat: «Drinkt ‘Top and Bottom’ (portwine + gin)», schrijft ze, «alleen als hij in een 'boîte’ speelt staat hij op voor een 'Top and Bottom’ en die moet hij goed zoeken voor hij ’m mee kan nemen naar z'n piano.» Nelly van Doesburg over boppianist Theloneous Monk. De naam had ze nog nooit gelezen. Ze noteerde hem zoals het klonk, de avond dat ze hem voor het eerst hóórde: Polonius Monk. Nelly van Doesburg ging in 1947 naar Amerika, op uitnodiging van Peggy Guggenheim, die de overtocht bekostigde door een beeld van Henri Laurens en een aquarel van Paul Klee te verkopen. Volgt een welkomstparty met meer dan honderd gasten, waaronder vele oude vrienden en bekenden. Volgt, wat verderop de zin: «Nelly van Doesburg logeerde eerst in het huis van de bridger Culbertson.» K. Schippers verrijkt Holland Dada in de net verschenen tweede editie onder andere met de afdeling «Meudon Val-Fleury», die bestaat uit de stukken «Pelgrimage », «Aubette», «Het witte huis» en «Vuurwerk». Dit laatste eindigt zo: «De volgens Tristan Tzara 'atlantische tinten’ van Theo van Doesburg, het geblaf van Schwitters, de scheursels van Arp, die hele ernstige onzin van de Stijl, dada, het constructivisme en hoe al dat werk verder ook mag heten, zonder het vuur van Nelly van Doesburg zou het in Nederland nooit zo hard zijn geëxplodeerd en had de echo niet zo lang nageklonken.» De zin waarvan een echo in mijn hoofd naklinkt: «Nelly van Doesburg logeerde eerst in het huis van de bridger Culbertson.» Ik ben nooit naar de Aubette in Straatsburg geweest, nooit naar het witte huis in Meudon. Ik ben nooit naar Drachten gegaan (Evert en Thijs Rinsema), nooit naar Ambleside, Engeland waar Schwitters jarenlang werkte en in 1948 stierf. En de Lage der A in Groningen (Hendrik Werkman) zag ik alleen omdat ik er twee jaar lang vier dagen per week langskwam. In mijn exemplaar van de eerste editie van Holland Dada staat: Groningen 1979. Ik lees de aan deze tweede editie toegevoegde correspondentie tussen Theo van Doesburg, Nelly van Doesburg en Tristan Tzara, en half duizelig van alle uitroeptekens, plannen, ideeën, vragen, berekeningen, hartelijkheden, tips, dadendrang vraag ik me af: zal ik op een mooie dag eens naar een bepaald adres in Den Haag gaan, in Weimar, in Parijs, in Clamart, in Positano, bij wijze van pelgrimage? De zin waarvan een echo in mijn hoofd naklinkt: «Nelly van Doesburg logeerde eerst in het huis van de bridger Culbertson.» Het is zo'n zin die me, met de keer dat ik ernaar kijk, vrolijker maakt. Het is zo'n zin die me niet zal doen afreizen naar New York, naar een plek, een huis of een voormalig huis - het is een zin die me aandachtig en zelfs bewonderend doet kijken naar een zin die, met liefde geschreven, in staat is een huis of een collage of een schilderij of een muziekstuk of een woordbeelding of een kleurenschema of een tijdschrift te vervangen door iets dat nauwelijks lijkt te willen opvallen. Wat een mooie zin om naartoe te gaan!