De blauwe baars

Dwarslezen

Robert Hughes, De visser en zijn vis, een passie. Uitg. Balans, 126 blz., ƒ24,75


Beste Robert Hughes,


Heb jij dat ook, dat je boeken wilt lezen over onderwerpen waar je niks vanaf weet of zelfs een hekel aan hebt? Boeken over bodybuilding, tuinieren, bergbeklimmen. Vissen dus, deze keer. Ik heb als jongen wel gevist maar raakte er geen moment zo bevlogen door als jij in dit boek. We moesten heel vroeg opstaan, weet ik nog, dat was het beste, zei mijn broer, dan beten ze goed en dus namen we een paar boterhammen mee en fietsten we naar de Ooijpolder, niet ver van Nijmegen. Hengels in elkaar zetten, vaak al een probleem, van brooddeeg een balletje draaien en dan ingooien. Gebruik ik nu de juiste termen? Ik heb beslist wel vissen gevangen, misschien nam ik ze mee naar huis en bakte mijn moeder ze, maar ik had er geen lol aan. Terwijl ik dit schrijf herinner ik me nog wel een vage bedorven geur van vissenlijken, zie ik nog schubben in het water drijven. Je staat op de achterkant van dit boekje met zo’n dooie vis in je hand, je bent trots, je ogen glinsteren, ik ben eigenlijk wel jaloers.


Denk niet dat ik het direct heb opgegeven. Mijn schoonvader was vroeger hartstochtelijk visser en tijdens gezamenlijke vakanties viste ik ook. De grootste ramp was het vangen van een paling, deze overdreven kronkelende dieren slikten de haak altijd ongegeneerd volledig in. En dus moest je die haak er uitwurmen. Je kon ook de kop van de paling eraf snijden, maar dan bleef je daarna zitten wrikken en trekken om de haak los te krijgen. Ik was er niet goed in, er ontbrak iets aan mijn concentratie, bij andere vissers slikten palingen de haak helemaal niet zo ver door, ik vermoedde dat ze dit deden om mij dwars te zitten.


Je schrijft benijdenswaardig meeslepend over de romantiek en de uitdaging van het vissen. ‘Zuigend op mijn gewonde vinger keek ik, omringd door een kring van bewonderende leeftijdgenoten, naar de vervagende kleuren van de stervende vis op de pier, en voelde voor het eerst in mijn leven een golf van triomf.’ Mooie zin, ik geef toe dat ik tegelijkertijd huiver en jaloers ben wanneer ik dit lees, ik heb deze gevoelens van triomf en eigenwaarde bij het vissen nooit met je kunnen delen en vraag me af waarom dat zo is. Is het mogelijk dat je me een keer meeneemt? Dan gaan we op de blauwe baars vissen, daar schrijf je het mooist over, ik zal me aan al je instructies houden, ik zal de man zijn die de haak uit de kaak van de vis wrikt en hem in de visbeun schuift, je hoeft niet bezorgd te zijn, ik kan tegen een stootje, ik ben niet kleinzerig en ik hou van eenzame tochten op het water. Neem me mee, Robert Hughes, neem me mee, zwalk met mij over de zeven zeeën, alles wil ik weten, alles, ik beloof je niet te zullen zeuren, ik zal de matroos zijn die het bloed van het dek wegspoelt.