John Coltrane

Dwarslezen

Nijmegen 1963. Ik ben achttien jaar oud, Stella-kelder, trap af, tongewelf in, ik weet niet meer wie er speelde. Johnny Griffin, Dexter Gordon? Hier bevindt zich mijn eerste enscenering van wat belangrijk zou moeten zijn: rokerige zaal, ondoorgrondelijke blikken, ik ben zo jong dat er ieder ogenblik iets kan gebeuren, ik rook, meisjes roken, praten, gebeurtenissen en muziek, alleen de entourage herinner ik me, van de muziek weet ik niets meer. Ik hoorde waarschijnlijk niets, keek alleen maar, voor jazz ging ik hier blijkbaar niet naartoe, dit was een plek waar alleen aanwezigheid telde. Ik droeg een colbertjasje. Welke nummers speelde Griffin? Wie begeleidde hem? Pierre Courbois? Ruud Jacobs? Waarom klapten mensen wanneer iemand ophield met spelen? En een ander begon? Geen idee. Ik was hier duidelijk meer ritueel dan jongen, jaren op gewacht. Thuis luisterde ik wel ingespannen naar jazz maar daar niet. Oleo ( pèpèpèè pèpèpèè pèpèpè, pèpèpèpèpèpèpèpè), met Miles Davis, platen van John Coltrane grijsgedraaid, grijsgedraaid, grijsgedraaid.


In dit schitterende boekje staat een overzicht van alle jazzconcerten tussen 1947 en 1967 in de grote zalen van Nederland. Alle data, namen van spelers. En prachtige foto’s. Op 26 oktober 1963 in het Concertgebouw, om 24.00 uur het John Coltrane Quartet, met John Coltrane op sax, McCoy Tyner op piano, Jimmy Garrison bas en Elvin Jones drums. Ik was er niet bij, ben nu nog jaloers op de anderen, maar de fotograaf Piter Doele was er wel, hij maakte tijdens dit concert een onwaarschijnlijk prachtige foto van John Coltrane, hij staat op pagina 65. Van Piter kreeg ik dit boekje, hij woont bij mij om de hoek, ik vraag hem hoe hij daar destijds op het podium van het Concertgebouw belandde. Ik was toen negentien, zegt hij en mijn broer woonde in Amsterdam, ik in Leeuwarden. Mijn broer ging als er jazzconcerten waren heel vroeg naar het Concertgebouw en kocht altijd podiumplaatsen, op de eerste rij en daar zat ik dus met mijn fototoestel te wachten, een paar meter van de muzikanten, ik zat er werkelijk met mijn neus op en ze vonden het geen punt als er werd gefotografeerd. Ik hoorde toen natuurlijk nog niet bij de beroepsjongens, was veel te jong, maar ze accepteerden me wel. Ik heb een paar spelers ontmoet.


Op de foto staat John Coltrane alleen met zijn bovenlichaam in beeld, heel dichtbij, keurig in het pak, hij klemt de sax tegen zijn lichaam, mondstuk richting zaal en kijkt naar iets wat hij tussen zijn handen houdt, ik kan niet zien wat. Een nieuw riet? Met gebogen hoofd en ingehouden adem kijkt hij. Hij is onwaarschijnlijk ernstig, rustig als iemand die even naar iets kijkt voordat hij de straat mag oversteken. Waar kijkt hij eigenlijk naar, vraag ik. Hij kijkt op zijn horloge, zegt Piter, hij heeft het uit zijn zak gehaald en wil weten hoe laat het is. Ik kijk weer ingespannen naar de foto. Is dat rare glinsterende stukje een horlogebandje? Kijkt Coltrane werkelijk op zijn horloge? Ik kijk onophoudelijk naar John Coltrane die naar zijn horloge kijkt.



Jaap van de Klomp, One Night Stand: Jazzconcerten in Nederland 1947-1967. Uitg. De Windroos, 95 blz.