Dwin Bramall, 18 december 1923 – 12 november 2019

Oorlogsheld Dwin Bramall vervulde zijn plicht voor het vaderland zonder spijt of klacht. De laatste jaren van zijn leven ging hij echter gebukt onder de gevolgen van een valse beschuldiging.

Op weg van Normandië naar bezet Nederland raakte de twintigjarige luitenant Dwin Bramall twee keer gewond. Eerst in Fontaine-Etoupefour en vervolgens bij de Somme, waar de Engelsman een kogel in zijn schouder kreeg. Maar de pijn van deze verwondingen was niets vergeleken bij de geestelijke en emotionele smart die deze pas overleden oorlogsheld in zijn laatste vier levensjaren heeft doorgemaakt dankzij de incompetente Britse politie.

Op 4 maart 2015 zat de toen 91-jarige Lord Bramall aan het ontbijt, toen opeens twintig politieagenten zijn huis in een Zuid-Engels dorp binnenvielen. Alles werd overhoop gehaald. Zijn dementerende vrouw Dorothy had geen idee wat er aan de hand was. Haar man, voormalig hoofd van het defensiepersoneel, evenmin. Pas drie maanden later kreeg hij te horen dat hij werd verdacht van seksueel misbruik en zelfs marteling van minderjarigen.

Kort daarop overleed zijn vrouw. Om die reden zou ze nooit weten dat haar man een van de bekende slachtoffers was van de valse beschuldigingen geuit door de notoire fantast en pedofiel Carl Beech, die enkele maanden terug tot achttien jaar cel werd veroordeeld. Tijdens het onderzoek vroegen agenten hem onder meer of hij kon zwemmen, omdat Beech gewag had gemaakt van misbruik in een zwembad. ‘Wat denkt u?’ antwoordde Bramall. ‘Ik heb deelgenomen aan de D-day-landingen.’

Al snel ontdekte de politie dat Bramall geen blaam trof, iets wat de korpsleiding hem pas anderhalf jaar later zou vertellen. Tevens kwam vast te staan dat de traumatiserende huiszoeking onwetmatig was geweest. Toenmalig hoofdcommissaris Bernard Hogan-Howe zit nu in het Hogerhuis en de leider van het onderzoek, Cressida Dick, is inmiddels hoofdcommissaris. De politie heeft een ton aan smartengeld betaald aan Bramall, wiens leven mogelijk bekort is door de schandelijke affaire.

Een rijk leven dat een week voor kerst 1923 was begonnen in Tonbridge, de geboorteplaats van Edwin Noel Westby Bramall. Gevormd werd deze zoon van een artillerist en telg van een familie van katoenhandelaren op Eton. Het was een tijd die hij nooit zou vergeten, wat bleek toen hij in 1945 met zijn troepen voor de regen school in een Duits huis. Hij zag een piano staan en greep de kans om de Eton Boating Song te spelen, dit tot vermaak van toegestroomde dorpsbewoners.

Hij was kritisch naar zijn meerderen, hoffelijk naar de mensen onder hem

Hij had inmiddels al een Military Cross ontvangen van veldmaarschalk Bernard Montgomery. Bij een patrouille met een sergeant door een bos bij de Belgisch-Nederlandse grens was Bramall gestuit op een Duitse controlepost. Gewapend met een stengun en handgranaten wisten ze zeven Duiters te verjagen, twee te verwonden en één te arresteren. Later kwamen de twee onder vuur te liggen, maar desondanks wisten ze met nuttige informatie naar de basis terug te keren.

Bij Goirle verloor hij korte tijd later bijna het leven toen hij bij het helpen van een korporaal die zijn been had verloren op een mijn stapte. Deze ging niet af. Ook bij de D-day-landingen was hij aan de dood ontsnapt. Tijdens een briefing op het strand kwam zijn peloton onder Duits vuur te liggen. Met een andere soldaat dook hij onder een legertruck. Net toen ze eronderuit wilden kruipen, werd deze geraakt. Bramall overleefde, maar zijn wapenbroeder was op slag dood. Later, tijdens het bevrijdingsoffensief, zag hij de gruwelen van Bergen-Belsen.

De Tweede Wereldoorlog vormde het begin van een militaire carrière die Bramall naar alle uithoeken van de wereld leidde. Dit nomadische bestaan bracht 26 verhuizingen met zich mee. In 1982 stond hij aan het hoofd van het Britse leger bij de herovering van de Falklandeilanden, een operatie waar hij zelf de nodige bedenkingen bij had. Militair historicus Max Hastings noemde hem een van de bevelhebbers ‘met het meest gezonde verstand’.

Bramall was het soort leider dat kritisch was tegenover zijn meerderen, ministers vooral, maar een en al hoffelijkheid tegenover de mensen onder hem. Na zijn dood publiceerde The Daily Telegraph een brief van een vader wiens zoon na een bloedige missie uit Afghanistan was teruggekeerd. Het viel hem op dat de 85-jarige Bramall tijdens het overhandigen van medailles in de gure novemberkou de tijd nam met iedere soldaat een praatje te maken.

Zijn grote passie was cricket, een andere erfenis van Eton. In 1942 scoorde hij de winnende run tijdens de jaarlijkse prestigestrijd, op het heilige gras van Lord’s, tussen de kostscholen Eton en Harrow. Hoogtepunt van zijn cricketcarrière waren de honderd runs die hij bijeen sloeg op Victoria Cricket Ground in Hongkong, de laatste century op het koloniale veld dat moest wijken voor wolkenkrabbers. Hij zou een schilderij maken van het cricketveld. Dat hij artistiek talent had was al duidelijk geworden op de kostschool, toen twee van zijn schilderijen door de Royal Academy of Art werden geaccepteerd voor de zomertentoonstelling.

Na het proces tegen Beech gaf Bramall, die zich altijd gesteund voelde door de koningin, een emotionele verklaring af. ‘Bij mijn diensten voor koningin en koninkrijk heb ik alles gedaan wat van me verlangd werd. Ik heb fysiek en emotioneel geleden, en deed dat zonder spijt of klacht. Ik dacht dat ik niet langer gepijnigd kon worden. Ik kan nu in alle eerlijkheid zeggen dat ik nooit ernstiger ben verwond dan door de verwijten die de basis vormden van het politieonderzoek.’ Bramall laat een dochter en een zoon na. Zij vechten voor een openbaar onderzoek naar het falen van de politie.