Monumenten

Dynastieke pretenties

Monumenten: De Trompenburg

Honderd keer voorbijgereden, altijd afgevraagd hoe dat er toch van binnen uit zou zien: de Trompenburg in ’s-Graveland. Een prachtig zeventiende-eeuws buitenhuis met een pront vierkant corps de logis en daaraan vast een elegante achthoekige koepel, geheel omgeven door water. Het is het huis dat admiraal Cornelis Tromp voor zichzelf liet bouwen toen een ouder huis op dezelfde plek – oorspronkelijk van zijn vrouw, Margaretha van Raephorst – in 1673 door de Fransen werd verwoest. Sinds vorige week kan het Rijksmuseum Amsterdam over de Trompenburg beschikken. Dat betekent dat het (in beperkte mate) opengesteld wordt, en dat is goed nieuws.

Cornelis ‘Keesje’ Tromp was een vlootvoogd met een moeilijk karakter, een dubieuze opvatting over trouw (hij gebruikte de oorlogsvloot ook voor eigen zaken), een innige relatie met de fles en een kolossale eigendunk, hoewel hij op zee nooit een echte overwinning behaalde. Zijn status was vooral gebaseerd op het feit dat hij ‘de zoon van’ was en op zijn nauwe band met de Oranjepartij, zo nauw dat hij wel van coupplannen werd beschuldigd. In het rampjaar was hij was actief betrokken bij de moord op de De Witten.

Toen hij aan de bouw van zijn paleisje begon, bezocht Cornelis geregeld de nieuwe Stadhouder, Willem III, op diens nieuwe buitenhuis te Soestdijk. De dynastieke pretenties die de bouwpraktijk van de Oranjes kenmerkten, bepalen ook de uitstraling en het interieur van het huis in ’s-Graveland. De grote achthoekige zaal is gedecoreerd als een monument voor de vrede in de Republiek en Cornelis’ bijdrage daaraan. Omringd door schilderijen van oorlogsschepen op volle zee tronen op de wanden Jupiter, Neptunus, de Eendracht, de Overvloed, de vier continenten, enzovoort en daartussen de trotse kop van Cornelis, zijn vader Maarten Harpertsz en mevrouw Tromp-Raephorst. In de entree en de vertrekken zijn de wanden en plafonds overdadig beschilderd met vogels, jachttaferelen en landschappen, en hoewel het huis vier jaar lang in restauratie was, is daarvan nog lang niet alles zichtbaar gemaakt. De schilderingen zijn van behoorlijke kwaliteit, al zijn er geen Hondecoeters of De Lairesses onder; dat het ensemble als geheel nog intact is, is werkelijk uitzonderlijk.

Dit parmantige gebouwtje behoort dan ook met het Paleis op de Dam en de Oranjezaal van Paleis Huis ten Bosch tot de absolute topstukken van de zeventiende-eeuwse hogere cultuur. Die twee paleizen zijn echter voor langere tijd ontoegankelijk. De Trompenburg zal mondjesmaat worden opengesteld, omdat het er klein is en het gebouw (met opzet) geen klimaathuishouding heeft gekregen. In hoeverre het Rijksmuseum het huis ook zal stofferen met zijn collectie is nog onbekend.

Het Rijksmuseum nam het bruikleen aan, omdat het op zoek is naar meer ‘ontmoetingsmomenten’ tussen het museum en het publiek. Dat is een goed streven; de verspreiding van de vaste collectie over verschillende musea in het land gedurende de verbouwing laat al zien dat het eigenlijk maar raar is dat die kolossale verzameling alleen in dat ene gebouw in Amsterdam wordt getoond. Het is denkbaar dat het Rijks zich met dit soort buitenbezit ontwikkelt tot een soort National Trust, een beheerder van waardevolle historische gebouwen in museaal verband. Het zou leuk zijn als ook Paleis Soestdijk aan dat bestand werd toegevoegd.

De Trompenburg, Zuidereinde 41, ’s-Graveland. Te bezichtigen tijdens Open Monumentendag (9-10 september), alleen na aanmelding vooraf op www.rijksgebouwendienst.nl.