Eén koekje is genoeg, vindt kok

Dat was even schrikken, afgelopen vrijdagavond. Wim Kok, premier van alle Nederlanders, kondigt aan dat hij maatregelen wil tegen de ‘exhibitionistische’ verrijking aan de top van het Nederlandse bedrijfsleven.

Kok had het overigens, althans volgens de zakenkrant NRC Handelsblad, over ‘stijgingen van salarissen’, maar dat is een slip of the tongue. Het gaat om inkomsten bovenop de over het algemeen al tamelijk riante salarissen: optieregelingen. Het recht dus van een topman om, na een bepaalde tijd, tegen een van tevoren vastgestelde prijs aandelen van zijn 'eigen’ bedrijf te kopen en dan meteen weer te verkopen. De koerswinst die hij daarop maakt, kan de topper onbelast in zijn zak steken.
Een optie is - het zij herhaald - een recht, dat wil zeggen men hóeft de optie niet uit te oefenen, bijvoorbeeld als de werkelijke aandelenkoers onder de vastgestelde prijs zou liggen. De claim van Koks tegenstanders, dat zij bij vermogensverlies door de overheid gecompenseerd zouden moeten worden, slaat derhalve nergens op. Het is in dit land nu eenmaal alleen aan boeren voorbehouden om wel de lusten maar niet de lasten van het risicovolle ondernemerdom te dragen. Als hun varkens onverkoopbaar zijn, mag de overheid in de buidel tasten. Maar dat geldt niet voor de jamfabrikant die bedorven waar op de schappen zet, de transporteur wiens vrachtwagens in een Spaanse wegblokkade stranden, of de freelance journalist die beroerde stukjes schrijft. Het geldt ook niet voor beleggers. Zij hoeven bij vermogensverlies, vanzelfsprekend overigens, geen vermogenswinstbelasting te betalen.
Terug naar de optieregelingen. Het gaat hier om een vorm van zelfverrijking die al een tijdje bezig is, maar de laatste maanden tot nogal wat - kritisch getoonzette - publiciteit leidde. Zelfs Kamerleden werden daar wakker van. En inderdaad, als meneer Vlek van het Reed Elsevier-concern bovenop zijn reguliere inkomen bijna zeven miljoen gulden belastingvrij blijkt binnen te halen, dan is dat in dit land van gematigden reden tot ergernis. (Overigens zelfs in Amerika - waar alles zoals bekend groter is, dus ook deze verrijkingspraktijken - begint gemor te ontstaan tegen de enorme bedragen die captains of industry toucheren.)
Kok wil daar in eigen land met een vorm van vermogenswinstbelasting paal en perk aan stellen. En dat was dus even schrikken, zeker voor de zakenlui die de premier de laatste tijd zo zijn gaan waarderen. Is die Kok dan toch nog een ouderwetse socialist? Een echte zoon van Joop den Uyl, met zijn vermaledijde wettelijk minimumloon, zijn idem nivellering en zijn roemruchte Vermogensaanwasdeling (Vad)?
Het lijkt erop, maar het is niet zo. In plaats van een 'rooie’ politicus sprak hier eerder de calvinist. De man die één koekje bij de koffie mooi genoeg vindt. Meer dan de zoon van Den Uyl sprak hier de vader van 'Wassenaar’, van het fameuze akkoord uit 1982 dat heeft geleid tot jaren- en jarenlange loonmatiging. Dezelfde loonmatiging die, als hoeksteen van wat tegenwoordig het 'poldermodel’ is gaan heten, inmiddels overal ter wereld wordt bejubeld en bewonderd zoals in roeriger dagen de minirok.
Waar Kok in de eerste plaats bang voor is, is dat de zelfverrijking aan de top de bereidheid tot loonmatiging ondergraaft. Leg het maar uit aan Jan de Portier, dat hij er in reële termen alweer niet of nauwelijks op vooruit mag gaan, terwijl zijn baas tonnen of miljoenen in zijn zak steekt. Het is die angst voor looneisen, zeker nu de economie draait als een tierelier, die Kok tot zijn aankondiging bracht.
Juridisch-technisch zal de maatregel die de premier voor ogen staat overigens nog lang geen gemakkelijke klus worden. Want, zoals de aankomend gedupeerden direct fijntjes uit de doeken wisten te doen, er zijn zo véél vormen van vermogenswinst. De eigenaar van een koopwoning, de betaler van een pensioenpremie en de kleine belegger op de hoek weet ervan mee te praten. Kok wil die 'kleine vissen’ ontzien. De vraag is of bijvoorbeeld de Raad van State in die gedachtengang kan en wil meegaan. Dat is echter voer voor juristen. Interessanter zijn de achterliggende kwesties van politieke economie.
Kok is als geen ander de pleitbezorger (geweest) van de terugtredende overheid en van meer marktwerking in de samenleving. Omwille van de Emu-cijfertjes moesten allerlei collectieve regelingen verdwijnen, met als gevolg dat de burger nu geen polis meer bij de nationale overheid heeft maar bij de Nationale Nederlanden. En omwille van de economische groei moesten mensen financieel geprikkeld worden. Welaan, dat is nu exact wat de heer Vlek en companen aan het doen zijn. Zij benoemen zichzelf - en de andere leden van het old boys’ network - tot onmisbare kapiteins op de supertankers van het bedrijfsleven, die gezien hun verantwoordelijkheid wel recht hebben op een resultaat-afhankelijke extra beloning. Dat die beloning de laatste tijd zo hoog uitpakt, is de calvinist Kok een doorn in het oog. Maar Kok is Koning Eenoog. Hij kijkt naar het topje van de ijsberg die hijzelf heeft doen ontstaan. Want het is het succes van het 'poldermodel’, van de jarenlange loonmatiging, dat de koersen op het Beursplein zo bovenmatig doet stijgen.
Natuurlijk zal Koks voorstel bij een deel van zijn traditionele achterban, voor zover nog aanwezig, goed vallen. Maar een echte zoon van Den Uyl zou verder kijken en zou zich niet tevreden stellen met symptoombestrijding. It’s the system, dummy. En dat systeem houdt niet op bij Zevenaar en Zevenbergen.
Wil Kok dus echt houtsnijdende maatregelen nemen, dan moet hij in de eerste plaats als voorzitter van de Europese Unie aan de gang. Europese belastingmaatregelen dus. En vervolgens dient hij dat hoge gezelschap indringend de vraag te stellen of de ideologische en praktische wijzigingen van onze politieke economie gedurende de afgelopen vijftien jaar bij nader inzien wel zo gunstig en wenselijk zijn. Probleempje is dan nog dat de gezamenlijke politieke leiders van dit werelddeel tovenaarsleerlingen zullen blijken te zijn. Desalniettemin: succes ermee, Kok.