Eén mondriaan is twee de boertjes

Naast elkaar stonden ze vorige week zaterdag op de voorpagina van Het Parool: Victory Boogie Woogie en Ronald de Boer. De een was gekocht, de ander niet. Tachtig miljoen kostte de een, veertig moet de ander kosten. De Mondriaan werd losgepeuterd van eigenaar S.J. Newhouse door te wijzen op het belang ervan voor het Nederlandse kunstbezit. Newhouse gaf toe en kijkt nu uit op een vage witte ruit op het behang van zijn slaapkamer.

Journaalpresentatoren hadden het zichtbaar moeilijk met het bedrag. Tachtig miljoen voor een schilderij, hoe spreek je dat uit zonder als een domme cultuurhater over te komen? Jan Maarten Boll, voorzitter van de Stichting Nationaal Fonds Kunstbezit, ging op voorhand in de verdediging: ‘Mondriaan is de belangrijkste kunstenaar van deze eeuw, en dit schilderij zijn belangrijkste werk.’
Beide stellingen zijn nogal overdreven om niet te zeggen leugenachtig. Een moedwillige vertekening van de werkelijkheid in een poging het exorbitante bedrag te verklaren. Het zijn de argumenten van een maniakale verzamelaar en niet van een kunstliefhebber.
Ronald de Boer ondertussen hangt nog steeds aan de muur in zijn eigen slaapkamer. Barcelona wil wel kopen, maar mag niet, en Ajax en de rechter lijken niet overtuigd van zijn belang voor het Spaanse Voetbalbezit.
Veertig miljoen voor een bijziende spits en tachtig voor een onaf schilderij. De liefde voor de voetbalsport noch de liefde voor de kunst zal er door groeien. De toeschouwers zullen zich slechs vergapen aan het prijskaartje.
De marktwaarde van een topvoetballer of een topkunstwerk is nauwelijks meer te verdedigen. Kunst of goals hebben geen bepaalde waarde. Ze zijn of onbetaalbaar of gratis. Het was daarom beter geweest om die ene Mondriaan gewoon te ruilen tegen twee De Boertjes.