Menno Hurenkamp

East End

Londen, maandag. Bethnal Green Road, randje East End. De zon schijnt. Men rebbelt rondom het terras waar ik zit achttien talen. Net als in Nederland maakt men zich ook hier druk over waar het toch allemaal heen moet, met de maatschappij en de mensen die daar zomaar in rondlopen. Ook de Britse maatschappij mag – net als de Nederlandse – niet meer multicultureel heten. Dat leidt maar tot bomaanslagen en vrouwenonderdrukking. Misschien dat het niet rechtstreeks komt door de titel ‘multicultureel’, maar dan toch zeker doordat het woord suggereert dat elke misdaad of afwijking geoorloofd is, want cultureel van aard. Bovendien leidt het bestaan van verschillende culturen maar tot mensen die langs elkaar heen leven, in plaats van tot grote en universele gezelligheid zoals in de tijd van – ja, zoals in welke tijd eigenlijk?

Hoe dan ook dacht de Britse politiek: laten we een eind maken aan het gevaar van terrorisme, aan de onderdrukking van vrouwen. Laten we al die narigheid ineens de kop indrukken. Laten we kortom zorgen dat iedereen weer een ‘gezamenlijke identiteit’ heeft. Want zo’n gezamenlijke identiteit bindt mensen. Wanneer de bewoners van dit eiland wier achterbetovergrootvaders nog Noormannen waren, áls de bewoners van dit eiland die zestig jaar geleden uit India kwamen, áls de bewoners die nog maar pas uit het Midden-Oosten zijn aangekomen – wanneer al die mensen samen iets delen, dan zullen ze elkaar beter begrijpen.

Maar wat is dat ‘iets’? Als alternatief voor de multiculturaliteit denkt men nu dat ‘Britishness’ een goede dienst kan bewijzen: iedereen ‘Brits’ in plaats van allemaal multicultureel. Brits wil, volgens de Britten, immers zoveel zeggen als beschaafd, open, tolerant, wereldwijs, bescheiden. (Een Nederlander of een Duitser zou denken dat hij ook een Brit is. Ware het niet dat de Britten onbekommerd aantekenen dat hooliganism en een bizarre zuipcultuur ook bij hun identiteit horen.) De hoop is: wanneer alle inwoners van dit eiland weten wat het is om Brits te zijn en zich dat ook voelen, dan worden ze automatisch verdraagzaam jegens elkaar, en bovendien leren ze rare grappen als vrouwenbesnijdenis snel af, want dat past natuurlijk niet in het Britse gebeuren dat al eeuwenlang erg vrouwvriendelijk is.

Wat zou het mooi zijn. Alleen liet een recent onderzoek zien dat de verschillende bevolkingsgroepen op dit eiland zich liever iets anders dan Brits noemen, wat dat vage begrip dan ook moge inhouden. Groot-Brittannië is ook maar een verzameling landjes. De Schotten zijn namelijk liever Schotten dan Britten – en dat geldt ook voor de migranten in Schotland. De Welshmen zijn liever Welsh, en ook daar willen de Indiërs en Pakistanen liever niet Brits zijn, maar wel Welsh. De Engelsen ten slotte zijn liever – u raadt het al – Engels. En de enigen die wel iets zien in Britishness zijn de minderheden in Engeland. Paradoxaal – zo blijven ze een minderheid. Bovendien bleek dat toen de witte respondenten, vaak voor het eerst, nadachten over wat Britishness eigenlijk inhield ze vooral vonden dat die nationale identiteit in verval was. Vanwege de migranten. Netjes wachten in de rij, de stiff upper lip, roast beef op zondag, dat laat zich niet rijmen met Allah en papadums. De Britten willen zelf niet Brits zijn, maar de nieuwkomers moeten er met hun poten van afblijven.

Er is terecht veel kritiek geleverd op het multiculturele ideaal van de jaren negentig. Maar het is niet alleen in Nederland nog wachten op een verstandig alternatief. Al is dat dankzij dit soort onderzoeken wel een plezierig wachten.