Echt alleen het piepsysteem van de bijstandswet

De nieuwe bijstandswet wil zijn licht laten schijnen in het schemergebied tussen samen- en alleen wonen. Wie geen superalleenstaande is, krijgt voortaan bijna een kwart minder aan bijstand. Harde criteria daarvoor? Niet nodig, daarvoor heeft de sociale dienst het piepsysteem.

Het gaat vrijwel geruisloos. De nieuwe bijstandswet ligt al bij de Tweede Kamer, die er waarschijnlijk nog voor de zomer, demissionair en wel, over beslist. Daarmee krijgen 386.000 bijstandstrekkers maandelijks 354 gulden 30 minder dan nu, tenzij ze kunnen bewijzen dat ze echt alleenstaand zijn. Het is niet de bedoeling dat iedereen dat kan aantonen, want het rijk gaat ervan uit dat de nieuwe wet 380 miljoen gulden oplevert. Omgeslagen over alle huidige alleenstaande bijstandgerechtigden een korting van duizend gulden per jaar.
Voor zover er discussie is over de nieuwe wet gaat het niet over de korting op de uitkeringen, maar over de vraag of de gemeentelijke sociale diensten wel genoeg autonomie krijgen bij het toekennen van de toeslagen. Staatssecretaris Wallage, die het allemaal bedacht, houdt vol dat het niet om een korting gaat maar om fraudebestrijding. ‘De goeden hebben er helemaal geen last van, we zeven alleen de fraude met samenlevingsvormen eruit.’ De basisuitkering, nu nog zeventig procent van het minimumloon (voor alleenstaande ouders negentig procent) gaat naar vijftig procent, en daar bovenop mogen de gemeenten een toeslag geven van maximaal twintig procent, afhankelijk van de mate waarin iemand kan bewijzen dat hij of zij echt alleenstaand is.
Hoe dat bewijs te leveren valt, weet niemand, zo blijkt uit een rondgang langs enkele sociale diensten en gemeenten. Want wanneer is iemand echt alleenstaand? Een eigen huisnummer? Een eigen huurcontract? Een eigen telefoon? Een eigen GEB-aansluiting? Zodra er woonkosten worden gedeeld, is volgens de nieuwe wet iemand niet meer alleenstaand. Maar waar beginnen de woonkosten? Moeten mijn bovenburen, die zelf geen wasmachine hebben, bewijzen dat ze naar de wasserette gaan? De individuele ambtenaar belist, want richtlijnen zijn er vooralsnog niet. Directeur Van Dijk van de Amsterdamse sociale dienst: 'Als we niks vermoeden, zullen we misschien met huurcontract, ziekenfonds en telefoon genoegen nemen, maar dat zal bij ieder individueel geval anders zijn.’
De nieuwe wet gaat er volkomen aan voorbij dat met name in de steden een aanmerkelijk deel van de bevolking woont in het schemergebied tussen alleen en samen. Voor een schemergebied valt geen wetgeving te maken. Dus wat doe je dan? Je hevelt de bewijslast over naar de uitkeringsgerechtigde. Moest tot nu toe de sociale dienst aantonen dat iemand geen alleenstaande is, straks moet de uitkeringstrekker bewijzen dat hij dat wel is. De kern van het 'probleem’ dat de samenleving niet meer is op te splitsen in alleenstaanden en samenwonenden, is daarmee niet opgelost, maar het scheelt de overheid wel veel geld.
Bij gebrek aan ander hard bewijsmateriaal, willen sociale diensten meer gaan leunen op het bevolkingsregister, dat, zoals iedereen sinds de Bijlmerramp weet, zeer onbetrouwbaar is. Die 'vervuiling’ is ambtenaren en bestuurders toch een doorn in het oog en de verandering van de bijstand is een welkome aanleiding om het zaakje eens flink op te schonen. Het is niet moeilijk te bedenken dat de chaos dan pas echt compleet zal zijn. Opschonen van het bevolkingsregister betekent honderdduizenden mensen hun huis uitzetten, omdat ze geen officiele huurder zijn. Waar woningnood is, worden nu eenmaal huizen doorverhuurd aan derden, zo simpel is dat.
Gerard Oude Engberink, werkzaam op de beleidsafdeling van de sociale dienst in Rotterdam en een van de weinige critici van binnenuit: 'De enige manier om een betrouwbaar bevolkingsregister op te bouwen is alle huizen langs te gaan, en dat iedere twee weken te herhalen.’ In kleine plaatsen zal dat geen probleem zijn; iedereen woont netjes op het bij het bevolkingsregister vermelde adres, en bij onduidelijkheid vraag je gewoon aan de buren hoe het zit. Maar in de steden? 'Desnoods komen we gewoon kijken’, zegt directeur Van Dijk van de Amsterdamse sociale dienst monter. 'Dat kost tijd, maar we krijgen 25 miljoen extra voor personeelsuitbreiding.’
Volgens directeur Paul Lemmen van Divosa, het samenwerkingsverband van directeuren van sociale diensten, is de nieuwe wet echter onuitvoerbaar: 'Met die wet zie ik het volgende Van der Zwan-onderzoek al voor me.’ Hij verwacht dat de gemeenten en sociale diensten, die eind deze maand worden gevraagd om een advies over de nieuwe wet, forse kritiek zullen hebben.
De eerste drie jaar van de nieuwe bijstandswet vormen een overgangsperiode. Daarna krijgen gemeenten van het Rijk een vast bedrag dat is bedoeld om de toeslagen op de uitkeringen te betalen. Van Dijk: 'Het kan natuurlijk niet zo zijn dat wij mensen geen twintig procent erbij geven omdat de werkloosheid stijgt en dus het aantal bijstandsgerechtigden, maar daar is nog niets voor geregeld. De sociale dienst in Amsterdam heeft ondertussen een aanvullend plan. De dienst wil de alleenstaandentoeslag 'inzetten als vergoeding voor verrichte werkzaamheden’, zo staat in het beleidsplan dat twee maanden geleden verscheen. 'Vrijwilligerswerk kan zo een min of meer verplichtend karakter krijgen.’ Bij de super-alleenstaanden zal dat niet kunnen; zij hebben volgens de wet onvoorwaardelijk recht op de twintig procent, maar voor iedereen die enige woonkosten deelt, mag de gemeente zelf de voorwaarden voor de toeslag vaststellen.
Oude Engberink: 'Terwijl de hele samenleving de mond vol heeft over burgerschap, wordt uitkeringsgerechtigden hun burgerschap ontnomen. Niet alleen doordat de uitkeringen te laag zijn om een fatsoenlijk burgerschap te realiseren, ook doordat er steeds meer wordt binnengedrongen in het leven van uitkeringsgerechtigden. Hun leven wordt niet alleen doorgelicht door bijvoorbeeld te vragen naar de giroafschriften van een heel jaar, de sociale dienst bepaalt ook steeds meer hoe ze hun leven moeten invullen: welke opleiding ze volgen, waar ze op solliciteren, welk vrijwilligerswerk mag. Het staat allemaal lijnrecht tegenover alle waarden die voor de rest van de samenleving gelden: persoonlijke verantwoordelijkheid, zelfverwerkelijking, eigenwaarde. Niet alleen financieel, ook psychologisch ontstaat zo een andere klasse, de klasse aan wie wordt bijgedragen.’
Volgens Oude Engberink is de veranderde houding tegenover uitkeringsgerechtigden begonnnen met het boek van Kroft, Engbersen en Schuyt, Een tijd zonder werk, uit 1989. Daarin lieten de sociologen ruim tweehonderd uitkeringsgerechtigden aan het woord. Onder hen zo'n dertig 'ondernemenden en autonomen’ die eigenlijk heel tevreden waren in de bijstand. Oude Engberink: 'Dat boek was heel anders bedoeld, maar de politiek heeft daar uit opgepikt dat uitkeringsgerechtigden dus lanterfanters zijn die de welvaartsstaat als flipperkast gebruiken.’
Een jaar of tien geleden waren de sociale diensten een van de belangrijkste pleitbezorgers van uitkeringsgerechtigden. Tegenwoordig hoor je sociale diensten nog slechts over de uitvoerbaarheid van wetgeving en over het gebrek aan armslag voor de diensten. Lemmen: 'We zijn er achtergekomen dat opkomen voor uitkeringsgerechtigden niet te combineren is met onze eerste taak, het uitvoeren van de wet. Je kunt vijf, tien jaar zeggen dat het anders moet, maar de bezuinigingen gaan toch door.’ Het heeft ook te maken met het personeel van de sociale diensten, vermoedt hij. 'Vroeger waren het vaak mensen van de sociale academie, nu is de directeur een accountant of manager uit het bedrijfsleven, en de zogeheten contactambtenaar komt van de meao.’ Of hij nog directeuren weet te noemen die wel pal staan voor de uitkeringsgerechtigden? 'Nee, er schiet me niemand te binnen.’ Het jaarlijkse Divosa-congres, dat in juni weer wordt gehouden, heeft als thema 'De poortwachter’. En dan gaat het niet alleen over poortwachters die mensen buiten de sociale zekerheid houden, maar ook poortwachters van de armoede, verzekert hij.
De omkering van de bewijslast die straks in de wet wordt vastgelegd, is overigens bij veel sociale diensten al praktijk. Het wordt wel het 'piepsysteem’ genoemd: is er onduidelijkheid of ontbreken er gegevens, dan gaat de medewerker van de sociale dienst er niet achter aan, maar wordt de uitkering ogenblikkelijk stopgezet. De bonafide klant gaat dan vanzelf 'piepen’ en komt met het bewijsmateriaal naar de dienst, en de fraudeur ben je in een klap kwijt. Maar in plaats van een selectie tussen 'goeden’ en 'slechten’ betekent de nieuwe werkwijze veelal een selectie tussen weerbaren en losers, zegt Laura de Vroom van het Bureau voor Rechtshulp in Amsterdam. 'Vergeten wordt dat de bijstand de bezemwagen van de maatschappij is, waar een enorme groep mensen in zit die absoluut niet voor zichzelf weet op te komen, die de weg niet weten. Die raken hun uitkering onterecht kwijt, komen dan in grote problemen en slaan soms aan het zwerven.’ De Bureaus voor Rechtshulp worden sinds deze stijlverandering bij de sociale diensten overstelpt met bijstandszaken. De Vroom: 'Het is terecht dat sociale diensten strenger zijn geworden, maar ze zijn volkomen doorgeslagen.’
Een volkomen kale hal op de vijfde verdieping van de Amsterdamse sociale dienst. Als lectuur ligt er slechts een oud nummer van FNV-magazine, met een reportage over illegale arbeid in de kassen. Na een half uur toch maar eens gaan vragen: was er geen afspraak met de verslaggeefster? 'O sorry, dat was waar ook.’ Zo werkt dat dus, dat piepsysteem. Een half uur lang verdedigt directeur Van Dijk vervolgens met verve de veranderde houding tegenover uitkeringsgerechtigden. Fraude moet bestreden worden, dat komt de echte klanten ten goede, daarvoor is de nieuwe wet bedoeld, en door de omkering van de bewijslast blijft het extra werk voor de sociale dienst binnen de perken. Om dan, op de vraag of de nieuwe bijstandswet niet indruist tegen alles wat er in de rest van de samenleving gaande is, plotseling 180 graden om te slaan. 'Hebben we het over de vraag wat ik wenselijk vind, of over wat wij geacht worden te doen? Ik denk dat we uberhaubt met achterhoedegevechten bezig zijn. Wij hebben geen stelsel meer van sociale zekerheid, maar van sociale onzekerheid. Alle voorzieningen, al het beleid, is gebaseerd op tijdelijke werkloosheid. Ik geloof daar niet meer in en ik zie steeds meer politici tot diezelfde conclusie komen. En als die tijdelijkheid een illusie is moet je dus heel anders met de niet-werkenden omgaan. Dan moet je ook anders denken over het koppelen van uitkeringen aan woonvormen. Ikzelf probeer steeds het basisinkomen naar voren te brengen, maar ik denk dat de beleidsmakers zich er pas over een jaar of vijf bij neerleggen dat je een heel andere kant op moet met de uitkeringen.’
Toch is juist de Amsterdamse dienst er een meester in om de zelfredzame mensen die zich hebben neergelegd bij hun baanloosheid en die onbetaald werk zijn gaan doen, te dwingen tot schoonmaakwerk of banenpool. Waarmee dus de andere werklozen, die wel heel graag een baan willen, verdrongen worden.
Van Dijk: 'Vooral vanuit de arbeidsbureaus, die natuurlijk hun score moeten halen, is er een tendens om de best bemiddelbaren er uit te pikken. Daar hebben we te weinig invloed op. En al zou ik het anders willen, ook als sociale dienst zijn we verplicht iedereen te benaderen met: aan het werk.’
Wat vindt u van de hoogte van de bijstandsuitkering?
'Die is laag. Vooral voor mensen met kinderen en voor mensen die lang op een uitkering zijn aangewezen en soms valt dat samen. Daar is binnen de huidige wetgeving heel weinig aan te doen. En met de nieuwe bijstandswet krijgt niemand meer geld, en verschillende mensen krijgen minder, dus deze problemen zullen alleen maar toenemen.’
Hij wijst ook op een ander effect van de nieuwe bijstandswet. 'Je krijgt straks een groot probleem op de woningmarkt, want je kunt er donder op zeggen dat veel mensen apart gaan wonen of apart blijven wonen omdat ze daarmee een hogere uitkering behouden. Mijn Rotterdamse collega heeft daar de beleidsmakers ook op gewezen. Zonder resultaat. Dat is het verkokerde denken, vanuit de koker bijstand wordt dat niet als probleem gezien. Niet alleen vanwege de woningmarkt, ook voor de samenleving als geheel is het belangrijk te weten welke kant je op wilt: zoveel mogelijk samenwonen of zoveel mogelijk alleen wonen. De bijstandswet stuurt aan op het laatste.’
Een aantal rayonkantoren in Amsterdam, waar u verantwoordelijk voor bent, werkt met aanvraagformulieren van twaalf kantjes, waarin clienten bijvoorbeeld ook al hun uitgaven moeten vermelden.
Van Dijk: 'Maar je moet niet vergeten dat dat ook is om de klant te helpen. Je kunt zo helpen schulden te voorkomen en sommige uitgaven zijn misschien te vergoeden via de bijzondere bijstand.’ Om dan te vervolgen: 'Je ziet in een akelig tempo de privacy naar de achtergrond verdwijnen. Allerlei bestanden die zijn ingevoerd met de verzekering dat ze nooit aan derden zouden worden doorgespeeld, worden nu overal gekoppeld. Een zekere verschuiving vind ik niet erg, want privacy was soms een excuus om anoniem te kunnen blijven. Maar we moeten een nieuw evenwicht zien te vinden. De ene keer per jaar dat ik mijn belastingformulier moet invullen, vind ik al dat ze daar niks mee te maken hebben.’
Terwijl in de kast het bikkelharde beleidsplan ligt te glimmen, completeert Van Dijk zijn metamorfose. 'Misschien moeten we als sociale dienst andere vragen stellen. In plaats van “Heeft u deze maand nog gesolliciteerd?” moet je misschien vragen: “Hoe gaat het met u?” Dat zorgelement, dat ondersteuningselement is in de hele maatschappelijke discussie op de achtergrond geraakt.’