FILM

Echt cinema

Nederlands Film Festival

De openingsfilm van het Nederlands Film Festival, dat deze dagen in Utrecht plaatsvindt, is een volledig Spaanstalig werk waarin het magisch-realisme overheerst. En dat valt natuurlijk op. Waarom geen Nederlandstalige film uitkiezen voor de belangrijkste dag van het jaar voor Nederlandse filmmakers? Nederlandstalige films zijn er immers in overvloed, getuige de lawine aan nieuwe plaatselijke producties die bioscopen in de komende maanden gaat treffen. Wil men met de keuze voor een ‘exotische’ film een signaal afgeven, namelijk dat het afgelopen moet zijn met doodsaaie, vrijblijvende Pietje Bell-producties van eigen bodem? In dat geval heeft het festival het bij het juiste eind. Want de openingsfilm van dit jaar, Tramontana van Ramón Gieling, is een echte film.
Dat is een godsgeschenk, want dat festival in Utrecht bezoeken kan wel eens een lijdensweg zijn. Vorig jaar bijvoorbeeld was de openingsfilm een artistiek volledig geïmplodeerd werk waarvan ik (en durf ik te wedden anderen met mij) de titel nu niet eens meer weet. Lege films als deze, waarbij je je afvraagt hoe ze ooit konden worden gemaakt, vormen dikwijls in de Nederlandse filmwereld het ene punt van het continuüm, met aan de andere kant het Pietje Bell-werk, familiefilms of actiefilms waarbij men strikt Amerikaanse conventies volgt. Ergens tussenin ligt de echte Nederlandse cinema, films van waarde, en die zijn er wel degelijk. Alleen, verbazingwekkend is hoe weinig waardering deze vorm van plaatselijke cinema krijgt. Alex van Warmerdam, bijvoorbeeld. Zijn werk is bekend in het buitenland, ook in Amerika, en het schitterende De laatste dagen van Emma Blank heeft zojuist op het festival van Venetië de prijs voor beste Europese film gekregen, en terecht. Waarom Emma Blank niet de Nederlandse inzending voor de Oscars is, is een raadsel. Het lijkt erop dat een accentverlegging dringend nodig is: weg van dat hossen in de Pietje Bell-films, weg van naamloze films, en terug naar iets wat echt cinema kan worden genoemd.
Zo’n echte film is Tramontana. Wat achtergrond: regisseur Ramón Gieling (Utrecht, 1954), bekend van En un momento dado, zijn Johan Cruijff-film uit 2004, kwam na zijn studie aan de kunstacademie in Arnhem in aanraking met film. Sinds 1985 maakte hij vaak films in Spanje, vanaf 1997 met zijn vaste producent Pieter van Huystee. In het geval van Tramontana betekent dat: veel Nederlanders in het productieteam, maar in de cast slechts eentje, in een bijrol. Maar eerlijk gezegd: dat is irrelevant, tenzij de legitimiteit van de Nederlandse taal, als filmtaal, een issue is, wat interessant zou zijn, maar dan wel in een ander kader. Feit is dat Tramontana een gelaagde, genietbare film is, een ode aan de magisch-realistische literaire traditie, met referenties aan Gabriel García Márquez, en een ontknoping waarin diepere vragen spelen rond authenticiteit en de relatie tussen waarheid en fictie in maatschappelijke mythevorming.
Het verhaal: op een Noord-Spaans dorpje, waar de ‘Tramontana’, een bergwind, tijdens de wintermaanden loeit, ontstaat een geheime liefde tussen een onwaarschijnlijk mooie, jonge vrouw, Rosa Campos de Amor (Yohana Cobo, voorheen te zien in Volver, 2006, van Pedro Almodóvar), en een zestigjarige kunstenaar, Pepet Tremolls (Lluis Soler). Liefde verandert in waanzin, en uiteindelijk zelfmoord, maar wie heeft wat gedaan? Langzaam krijgt de mythe van Rosa en Pepet vorm, en dan vooral in de hoofden van de inwoners. Tijdens een bingoavond gissen vier oude mannen over mogelijke antwoorden. Maar eigenlijk doet dat er niet toe. Het gaat het om het creatieve proces tijdens het maken van een mysterie, het verzinnen van een verhaal. Door dit zelfbewuste spel met de waarheid, en het uitstekende acteerwerk door met name Yohana Cobo, is Tramontana een echte film.

Te zien vanaf 24 september
Toneelspeler tussen de tijden