Echt slecht

Miss Saigon is tot ver in 1997 te zien in het Circustheater te Scheveningen.
Het verhaal van de megamusical Miss Saigon (een produktie van Joop van den Ende) is eenvoudig. De Amerikaanse marinier en ambassade-chauffeur Chris heeft in Saigon in 1975 een korte verhouding met het Vietnamese meisje Kim, een hoertje.

Tijdens de razendsnelle ontruiming van de Vietnamese hoofdstad (roemloos slot van een smerige oorlog, Amerikanen slaan op de vlucht voor een oprukkend ‘bevrijdingsleger’) worden Chris en Kim gescheiden. Kim probeert te overleven onder het schrikbewind dat op de val van Saigon volgt, ze krijgt een kind (van Chris), vermoordt een Vietcongsoldaat die haar claimt, en ze slaat op de vlucht naar Bangkok.
Chris is ondertussen teruggekeerd naar Amerika en trouwt daar met ene Ellen. Maar hij kan zijn Saigonese liefde niet uit zijn kop zetten. Na drie jaar hoort hij dat Kim een kind van hem heeft en dat ze in Bangkok in een nachtclub werkt. Hij besluit moeder en kind te gaan zoeken, samen met Ellen, met wie hij een gezin heeft gesticht en aan wie hij ondertussen alles heeft uitgelegd. Door een misverstand krijgt Kim in Bangkok pas van deze Ellen te horen dat Chris met háár is getrouwd. Kim is ontzet, draagt haar zoon (inclusief baseballpet en Mickey-Mousepop) over aan Chris en Ellen, en pleegt daarna zelfmoord.
In een van de voorwoorden bij een van de programmaboeken die bij Miss Saigon zijn uitgebracht, zegt producent Joop van den Ende dat hij van 'echte’ verhalen houdt. Ik ook. Helaas is het verhaal van Miss Saigon misschien wel 'echt’, maar verder toch vooral klef en erg melodramatisch. Vietnam en de hedendaagse geschiedenis (die het verhaal volgens Van den Ende 'echt’ zouden maken) zijn hier louter decor. Verder zou het helpen als 'echte’ verhalen in de eerste plaats goed worden verteld. En daar zijn de bedenkers van Miss Saigon, Alain Boublil en Claude-Michel Schönberg, geen sterren in gebleken.
Er is bijvoorbeeld iets ernstig mis met het tempo. Waar je als toeschouwer de tijd zou willen hebben, zorgen de samenstellers voor heel veel haast: de aanvankelijk lichtzinnige liefde in Saigon transformeert in een vloek en een zucht in de grote passie tussen De Amerikaan en De Vietnamese. Ik geloofde er geen barst van. En waar je als toeschouwer denkt: kan dit iets sneller, nemen de heren Boublil en Schönberg ein-de-loos de tijd: het uitmelken van hoe fout het Vietnamese regime was bijvoorbeeld, ongetwijfeld politiek correct, maar voor de loop van het verhaal een ramp. Met de introductie van sommige personages gaat het ook niet goed. Chris’ Amerikaanse vrouw komt uit de lucht vallen, en moet vervolgens in een larmoyante hotelkamerscène in haar eentje de climax van de musical inzetten.
Muzikaal vond ik Miss Saigon ook een ramp: ik hoorde op effect bedachte ketelmuziek, doorgecomponeerde dialogen van het kaliber 'Ik ka-han niet’ - 'Je moe-hoet’, en eigenlijk weinig lekker bekkende voltreffers. Waarmee we zijn aangeland bij de rol van De Regelaar.
Ik heb een donkerbruin vermoeden dat het duo Boublil & Schönberg hun eigen dramaturgie niet vertrouwden. Dus hebben ze een verteller geïntroduceerd: de almaar sjacherende nachtclubeigenaar De Regelaar. Hij houdt het rammelende verhaal bij elkaar. En ere wie ere toekomt: het is een godsgeschenk dat die rol in de Nederlandse versie wordt gespeeld, gezongen en gedanst door Willem Nijholt. Hij was in elk geval mijn lichtpunt, een diamant te midden van een verzameling nepjuwelen. Waar de rest van de cast niet verder komt dan een huilebalkerig soort soapseriespel, zoekt Willem Nijholt de meerwaarde, de vleugels.
De allure waarmee hij tegen het eind van Miss Saigon de american dream bezingt, is in al zijn ongegeneerdheid van een on-Hollandse schoonheid en schwung.