Toneel: ‘Romeo en Julia’

Echt van elkaar gehouden

Medium toneel loek
Thomas Cammaert als frater Lorenzo (met de dode Romeo en Julia op de achtergrond) in Romeo en Julia van Toneelgroep Oostpool © Sanne Peper

IJzersterk aan deze Shakespeare is dat je al na tien minuten met een grote glimlach denkt: wát-ís-dít? Een blufbewerking in fonkeltaal? Absoluut. En iedere keer als we in de buurt komen van een poëtische evergreen met de handtekening van Master Shakespeare herkennen we de kroonjuwelen, maar ze zijn steeds net even anders gerangschikt. Mercutio (Yannick Jozefzoon) doet bijvoorbeeld zijn beroemde lofzang op Queen Mab (heks van de geilheid, eerste bedrijf, vierde scène). Ondertussen zet zijn vriend Benvolio (Bart van den Donker – heerlijk stel trouwens, die twee) er een fluitend mimenummer naast. Het resultaat is een taalslapstick op het hoogste koord van dit circus. Zonder vangnet.

Romeo’s eerste tekst is bij verrassing een beroemde vraag van… Julia. Julia zelf opent haar optreden met een schreeuwruzie over apen. Haar gedoodverfde man (Parijs heet-ie hier: Michael Muller) zit tot zijn nek in de apenhandel. In de wat? Is dat slavenhandel? Whatever. Overal spelen de bewerkers (Jan Hulst & Kasper Tarenskeen) en de regisseur (Marcus Azzini) behendige één-tweetjes. Zonder makkelijke inkoppers. Want voor elke meter toneel wordt hier keihard gewerkt. De vermolmde vaders&moeders zijn gereduceerd tot één in gewapend beton gegoten wijfmanmens, Mrs. Capuletti, van Mirjam Stolwijk. Julia’s opvoedster Donna (de groots spelende Eva Van Der Gucht) sloert tussen alle leeftijden door: geslagen door het lot van de leeftijd is ze, in de geest is ze oerjong gebleven.

De broze plotlijn van het origineel (na het derde bedrijf is de boel bij Shakespeare vastgelopen) wordt hier gered door een soort epische slinger: niet de afloop van de tragedie (die is bekend), maar de rare fratsen in het verloop is wat de makers boeit. Inzet: ‘De tijd die wegtikt voor twee belazerde tieners die moeten sterven in ruil voor vrede, maar die wel echt van elkaar gehouden hebben.’ Om die ‘epische slinger’ zijn werk goed te laten doen, is de rol van frater Lorenzo opgekrikt van een sjofele deus ex machina naar een Spieler, jongleur, Master of Ceremonies, Regelaar. Thomas Cammaert speelt dat spel met een mix van woede en melancholie, én met een persoonlijke idylle, die mooi in Lorenzo’s biografie is verstopt en die met de geschiedenis van het toneel is verweven. Zijn vertellersrol geeft de vertolkers van de star crossed lovers alle ruimte om de kern van het stuk te laten zien. Twee pubers die echt van elkaar hebben gehouden. Overmoed gedrenkt in onschuld. Abe Dijkman is goed als de slonzige schotsenspringer die de ene kalverliefde verruilt voor iets ingrijpends en die onderweg een hoop bijleert. Diewertje Dir laat zien dat Julia misschien jonger is, maar ze is ook slimmer. Ze kijkt verder, ze reikt dieper. Chris Peters toont in de figuur van Julia’s neef Tebaldo iets wat voor mij echt nieuw is. Die Tebaldo is niet alleen bang en beschadigd, maar ook een jongen die er niet tegen kan wanneer anderen gelukkig zijn.

Deze Romeo en Julia is een overtuigend en intelligent theatercadeau van een trotse en gretige toneelgeneratie.


Romeo en Julia door Toneelgroep Oostpool, t/m 24 maart door het hele land; toneelgroepoostpool.nl