Film: The Great Gatsby

Echte dingen

Het probleem met Gatsby ligt niet in de heerlijke, wilde stijl van de regisseur die ergens tussen opera en comics in ligt, maar in het feit dat het verhaal van F. Scott Fitzgerald in de transplantatie van roman naar het witte doek compleet verdwijnt.

De lakmoesproef voor literaire verfilmingen valt negatief uit: wie alleen de film ziet zal de magnifieke tragiek van deze personages nooit op dezelfde manier ervaren als tijdens het lezen van de roman uit 1925. Wat je ziet in Baz Luhrmanns nieuwe versie zijn de roaring twenties in 3D. Wat je zeker niet ziet, is het ware verhaal van Jay Gatsby. Waarom dan de film? Het boek kost vijf euro, is 148 pagina’s lang en is geschreven in eenvoudig, maar verleidelijk Engels. En het kan je leven veranderen. Een half uur nadat ik Luhrmanns film had gezien, was ik de beelden al weer vergeten. Het is allemaal zo flinterdun, zo gemikt op het creëren van fun en cool, dat je niet anders kunt dan vermoeden dat de regisseur ergens toch iets niet goed heeft begrepen.

En inderdaad, een dag na de grote openingsavond van de film op het festival van Cannes zegt Luhrmann in een interview in The Guardian dat Fitzgerald een ‘clown’ was, ‘net als ik’. Pardon? Fitzgerald en zijn vrouw Zelda waren iconische feestneuzen van de Jazz Age, blauwdrukken voor de ‘flappers en filosofen’ uit de tijd, zoals hoogleraar literatuur Sarah Churchwell schrijft. Maar Churchwell, auteur van een nieuw boek over de oorsprong van Gatsby, toont ook aan dat Fitzgerald zeer politiek bewust was. Hij schreef over ‘a whole race going hedonistic, deciding on pleasure’. En: ‘It was borrowed time anyhow – the whole upper tenth of a nation living with the insouciance of grand dukes and the casualness of chorus girls.’ Met Gatsby, gepubliceerd pakweg vier jaar voor Zwarte Donderdag, schreef Fitzgerald een van de eerste aanklachten tegen corruptie die mogelijk werd gemaakt door vrijhandel. Fitzgerald was gefascineerd door rijkdom, maar hij walgde er ook van: ‘I have never forgiven the rich for being rich, and it has colored my entire life and works.’

Luhrmann negeert deze nuance, de kern van Gatsby. Nergens is dat in de roman beter zichtbaar dan wanneer de oude vader van Jimmy Gatz, Gatsby’s echte naam, na de dood van zijn zoon aan verteller Nick Carraway een jongensboek laat zien dat Gatsby vroeger op de boerderij las. Daarin had de jongen voor zichzelf een schema opgeschreven. Hoe te leven: sta vroeg op, train met gewichten, werk en studeer hard, wees aardig voor je ouders. Tastbare, waardevolle dingen, die hij vervolgens negeert op het moment dat hij verliefd wordt op Daisy. Hij verloochent zijn idealen, omdat hij zich realiseert dat hij haar nooit zal krijgen tenzij hij een nieuw zelf creëert. Dat betekent snel rijk worden. In het Amerika van de Drooglegging is dit geen probleem voor wie de juiste connecties heeft.

Gatsby gaat over de tragiek van zelfverraad, en daarom is het een boek dat je leven kan veranderen. Het bevat geen ‘les’, toch is de moraliteit in het tragische einde van Gatsby onmiskenbaar. Het is een verhaal over illusie en werkelijkheid. Maar Luhrmann geeft ons alleen maar de droom, suikerzoet en verleidelijk.


Nu te zien. Lees ook het stuk van Nina Polak over Gatsby op pagina 44 en 45