Echte en onechte werklozen

Vroeger was ik nogal ge‰ngageerd. Ik voelde me betrokken bij ‘arme mensen’. Ik meende dat het verschil tussen rijk en arm niet te groot mocht zijn. Wie studeerde en geen marxist was, noemde ik suspect.

Vooral voelde ik me begaan met werklozen. Met ‘begaan’ bedoel ik dat ik kwaad werd, tot tranen toe bewogen, wanneer ik merkte dat iemand op oudere leeftijd werkloos raakte en geen werk kon vinden. Of een jong, talentvol iemand vond geen baas.
Toen gebeurde er iets. Ik werd freelance journalist. Ik had, zeg maar, een eigen bedrijfje. Althans, mijn belastingpapieren moet ik sturen naar 'Ondernemingen 2’.
Voor dat ik freelancer werd, had ik negen jaar in het onderwijs gezeten. Een prachtige baan. Veel vakantie, ruim geld, pensioen, niets op aan te merken. Als freelancer had ik dat allemaal niet.
Mijn vader leefde in die tijd nog en vond het vreselijk dat ik het onderwijs had verlaten. Mijn zuster zat in het onderwijs, mijn broer zat in het onderwijs, ik moest ook het onderwijs in. Wat was er mooier dan het vak van leraar?
Op een zaterdag dat ik bij mijn ouders was, gingen mijn vader en ik bij de drankwinkel bier halen. Mijn vader kon de krat niet meer tillen. We komen in die winkel en de winkelbaas ziet mij en zegt: 'De jonge mijnheer Opheffer, dat is een tijd geleden…’ De baas richt zich naar mijn vader en vraagt: 'En wat doet de jonge mijnheer Opheffer?’
Waarop mijn vader zegt: 'De jonge mijnheer Opheffer is werkloos.’
'Nee, de jonge mijnheer Opheffer is freelance-journalist!’
'Werkloos dus’, zegt mijn vader.
Voor mijn vader was ik werkloos, want geen baas. Ik kon tien keer meer verdienen dan mijn vader, ik was werkloos.
In ÇÇn klap dacht ik anders over werk. En gek genoeg begon ik nadien een hekel te krijgen aan iedereen die zijn werk liet afhangen van 'het baasschap’. Zinnen als: 'Niemand wil mij, de markt is overvoerd, ik ben te oud etcetera’ boezemden mij afkeer in: je kan toch zelf iets doen! Ga muziek maken en noem je musicus, ga schrijven en noem je schrijver, ga honden uitlaten en noem je hondenuitlater. Doe wat je wilt, maar zeg niet dat je werkloos bent.
Ik maakte het volgende onderscheid. Werklozen zonder opleiding waren de echte werklozen, maar werklozen met middelbare school en hoger vond ik abject, die maakten misbruik van onze sociale voorzieningen.
Ik ben in de loop der tijd meer abjecten tegengekomen dan echte werklozen, gek genoeg. Het schijnt een tamelijk rechtse gedachte van mij te zijn, maar deTamil die dag in dag uit rozen in kroegen probeert te verkopen, verdient meer respect dan de werkloze leraar die op vijftigjarige leeftijd ontslagen is omdat zijn school is gefuseerd. Hij verdient wel weer respect als hij uit eigen vrije wil het onderwijs verlaten heeft en wenst te leven van een uitkering om zijn leven zinvol te laten zijn.
Maar het gaat mij nu om het volgende. Er zijn ziekenhuizen waar men 'werkenden’ voorrang wil geven boven 'werklozen’.
Opeens raast er een storm van verontwaardiging door mijn lichaam: hoe stel je vast of iemand werk heeft? Wie zegt dat het leven van een werkloze minder waardevol is of kan zijn dan het leven van een werkende? Mijn gedachten over werk zijn wellicht niet zo links meer als vroeger, maar zo'n ziekenhuis is gevaarlijk rechts.
Woedend ben ik! Vooral ook, omdat ik, als freelancer, als eigen baas, zonder bovengestelden, niet eerder geholpen word.