FILM: Weekend

Echte liefde

In Weekend, het tweede werk van de Britse regisseur Andrew Haigh, staat de relatie tussen twee homoseksuele mannen centraal, maar het werk ontleent zijn kracht aan de wijze waarop motieven rond seks en liefde juist een universele betekenis krijgen.

Medium weekend1

Zo vertelt deze ‘kleine’ film een groot verhaal: hoe twee mensen zich realiseren dat ze ondanks hun eigen, instinctmatige pogingen om mee te gaan met de dominante cultuur van oppervlakte en snelle pleziertjes opeens worden geconfronteerd met de tastbare aan­wezigheid van de echte, romantische liefde.

Russell (Tom Cullen) werkt als badmeester en heeft op het oog gezonde sociale contacten, onder meer met vrienden die weten dat hij gay is, maar die daar verder niet zo erg op ingaan. Ze hebben er vrede mee, hij is zelfs peetvader van een van hun kinderen. Glen (Chris New) leeft anders; hij is een kunststudent die iedere avond uitgaat en bewust zijn homoseksualiteit het onderwerp van gesprek maakt, ook al is dat in een omgeving, een Engelse kroeg, waar dat tot problemen kan leiden. Wanneer Glen en Russell elkaar op een avond in een discotheek ­ontmoeten volgt een nacht vol opwindende seks. Maar dan?

Weekend onderzoekt homoseksualiteit, met het accent op de seks. Maar door op de aard van de lichamelijke intimiteit tussen de twee mannen te focussen legt Haigh iets essentiëlers bloot: een emotionele reactie op seks en liefde die in werkelijkheid schokkend is. Aan het begin laat Russell blijken dat hij penetratie tijdens seks niet zo fijn vindt. Dat verandert. En dat betekent iets, voor hem, maar ook voor ons, kijkers. Het gaat in deze film om kwetsbaarheid, om hoe je jezelf openstelt voor authentieke emotie, misschien zelfs voor de grote liefde. Uiteindelijk blijkt dat Russell en Glen hier geen enkele controle over hebben. De gevolgen zijn verregaand.

Regisseur Haigh draait uit de hand, met veel intense, close shots, een snelle montagestijl en alleen maar muziek die deel uitmaakt van de mise-en-scène. Zo komen we dicht bij de hoofdrolspelers, zo delen we hun fragmentarische bestaan dat paradoxaal genoeg ook warm en menselijk blijkt te kunnen zijn. Eenzaamheid is evenwel de hele tijd aanwezig. De personages in Weekend vormen elkaars surrogaatfamilie. Russell heeft zijn ouders nooit gekend, Glen stelt speels voor dat hij een vader voor hem zou kunnen zijn.

Weekend stelt de vraag aan de orde in hoeverre het onderhouden van menselijke relaties mogelijk is en wat er diep en echt is aan een wereld waarin anonimiteit en vulgariteit de basis­houding is – een soort schijnleven. Dit motief krijgt vorm in twee adembenemende shots van het appartementencomplex in een council estate in Nottingham waar Russell woont en waar de film zich afspeelt. In de eerste shot zien we het gebouw van buitenaf: de schemer valt en slechts één raam in het gebouw is verlicht. In dat raam staan Russell en Glen te zoenen. De tweede take is de laatste van de film en vormt een conclusie die helemaal geen conclusie is.

Dit is een liefdesverhaal. Twee mensen. De grote, romantische liefde. Of toch niet? Aan het einde van de film is er een Lost in Translation-scène op een treinstation. Net als in Sofia Coppola’s film, waarin Bill Murray iets onhoorbaars in Scarlett Johanssons oor fluistert, zegt Russell iets tegen Glen wat wij kijkers niet mogen weten, terwijl de treinen op de achtergrond voorbij razen. Dan is het even stil en volgt er toch een dialoog. Maar wat zei hij dan daarvoor? Zei hij: ik houd van jou, maar het wordt nooit wat? Of: ik houd van jou en ik wacht op jou tot in de eeuwigheid? Dat laatste natuurlijk.

Te zien vanaf 5 april