Stefan Hertmans, Oorlog en terpentijn

Echte mensen

‘De verste herinnering die ik aan mijn grootvader heb, is die aan het strand van Oostende – een man van zesenzestig, keurig in het nachtblauwe pak, heeft met de blauwe strandschep van zijn kleinzoon een ondiepe kuil gegraven waarvan hij de opgeworpen rand heeft afgeplat, zodat hij en zijn vrouw daar enigszins gerieflijk kunnen gaan zitten.’

Stefan Hertmans, Oorlog en terpentijn, € 19,90

Medium hertmans kees

Aldus de eerste zin van de roman Oorlog en terpentijn. De precisie van deze beschrijving zette me aan het denken. Het nachtblauwe pak, de blauwe strandschep, de ondiepe kuil, afgeplat. Het staat er allemaal uitermate scherp, alsof de ik ernaar terug is gekeerd en de beelden alsnog wat scherper heeft willen stellen. De kleinzoon is de ik op latere leeftijd. Zag die kleinzoon dat destijds allemaal al, dat blauw en dat nachtblauw, en de andere details of heeft de ‘ik’, de verteller van deze roman, het achteraf ingekleurd? En wie is de ‘ik’ precies? Schrijver Stefan Hertmans? Helemaal zeker is het niet, zijn naam komt in het boek niet voor maar de informatie op de achterkaft windt er geen doekjes om. Die ik dat is Hertmans. Hoe moeten we dit interpreteren? De schrijver Hertmans ziet zichzelf al schrijvende als kleinzoon terug op het strand van Oostende. Hij schrijft zich als het ware terug naar zijn grootvader. Een documentaire wilde hij van deze herinneringen niet maken, dan had hij wel meer ‘echte’ documenten in het boek gezet en meer letterlijk geciteerd uit de herinneringen die zijn grootvader over zijn leven schreef. Hij koos voor iets anders, hij schreef met dit boek een gloedvolle biografie over zijn grootvader, maar geen gewone biografie, eerder een documentaire roman, al is ook dat niet het goede woord. Een ingekleurde geromantiseerde documentaire, al moet je je er niet een zoetgevooisd verslag bij voorstellen waarin alles mooier wordt voorgesteld dan het was. Hertmans wilde niet blijven steken in de feiten die hij langzamerhand uit de autobiografische geschriften van zijn grootvader en uit gesprekken met mensen die hem gekend hebben wist te reconstrueren. Het moest meer worden en dat werd het ook. Een roman werd het, waarin Hertmans zijn niet geringe schrijf- en fabuleerkunst met volle kracht kon inzetten.

Hij kleurde de ins and outs in van een familiegeschiedenis waarvan hij een aantal losse draadjes aan elkaar wist te knopen. Hij zet ons gedetailleerde en vaak fraaie beelden voor van het familieleven van zijn grootouders en ook van de ouders daarvan. En gaf ook een doorwrocht en indrukwekkend verslag over de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog, waarin zijn grootvader een heldhaftige rol vervulde. Dit verslag baseerde hij op de herinneringen die zijn grootvader tegen het einde van zijn leven boekstaafde. Hij citeert daar af en toe een paar fragmenten uit, maar het is duidelijk dat hij ze naar zijn hand heeft gezet en er een epos van maakte. Hij esthetiseerde die verslagen, maakte er literatuur van: ‘Glanzend rees de opkomende maan, tijdloos en groot als in een droom, als een gele homp kaas achter een rij ruisende populieren.’

Hertmans wilde een leven onder het stof vandaan halen en dat is hem overtuigend goed gelukt. Hij probeerde bovendien verklaringen te vinden voor allerlei raadselachtigheden. Waarom bleef die grootvader, ondanks alles, toch zijn hele leven zo vroom? Waarom verzette hij zich niet meer tegen zijn lot? Waarom maakte hij de keuzes die hij maakte? Uiteindelijk loopt de roman uit op een onverbloemd en ook ontroerend eerbetoon aan een man die gevangen bleef in de ideologie van zijn tijd. Waarbij de vraag overigens bij mij bleef opduiken waar je anders in gevangen zou moeten zijn.

De reconstruerende ik, Hertmans dus, kijkt vanaf de nodige afstand, het heden, enigszins beklemd naar het leven van zijn grootvader. Hij formuleert vooral een gevoel van melancholie en vergeefsheid over dit leven en over wat ervan bleef in de herinnering. Af en toe geeft hij verklarende hypotheses, bijvoorbeeld over het huwelijksleven van zijn grootouders. Dan brengt hij deze levens terug tot een ‘logisch’ klinkend oorzaak-en-gevolg-schema. In een roman kan dat natuurlijk heel goed, alles moet daarin nu eenmaal tot een dwingend geheel zijn samengebald. Maar hoe zit dat als je in een roman ‘echte’ mensen beschrijft? Hier raakte ik af en toe verstrikt in de dubbelzinnige opzet van dit boek. Roman of documentaire? Er gingen in de familie van Hertmans geruchten dat het huwelijk van zijn grootvader niet gelukkig was. Hij trouwde met de zus van zijn veel te vroeg aan de Spaanse griep gestorven jeugdliefde, waarin hij volgens Hertmans vooral zijn eigen geliefde moeder terugzag. Hier werkt de schrijver dus met een soort freudiaans schema dat voor een roman natuurlijk prima bruikbaar is. Maar het is de vraag of je er ‘echte’ mensenlevens mee kunt ‘verklaren’ of ‘samenvatten’. Liever niet, denk ik. Dit probleem duikt altijd op bij ‘echt gebeurde’ romans. Het is voor lezers en recensenten daarvan nooit de bedoeling dat je de verteller en de personages erin eigenlijk maar sukkels vindt of arrogante eikels. Of minder geslaagd wat psychologische tekening betreft. Want het zijn ‘echte mensen’ en het is onbeleefd daar zulke oordelen over te hebben. Dit soort ‘echte’ romans onttrekken zich dus in feite aan iedere kritiek. Bij fictionele romans mag je wel alles schrijven en zeggen wat je voor de kop komt. Hoe schreef Reve dat ook alweer op? ‘Echt gebeurd is geen excuus.’ Dit neemt niet weg dat Hertmans aan de vooravond van de herdenking van het begin van de Eerste Wereldoorlog een fraai boek schreef waarin de denk- en ideeënwereld van ‘gewone’ mensen overtuigend in het licht zijn gesteld.


Stefan Hertmans
Oorlog en terpentijn
De Bezige Bij, 334 blz., € 19,90