Échte schelmen

Vorige week: wie zijn schelmen en hoe versieren ze rijke weduwen. Thans: over de moraal van de schelm.

Even een reuzensprong: na analyse van verschillende schelmen, zowel in de literatuur als in het echte leven, kwam ik tot de volgende conclusies. En ik zal die illustreren met een van de allergrootste en allermooiste schelmen die u en ik kennen, namelijk prins Bernhard. Maar eerst zal ik u verklappen waaraan je een schelm kunt herkennen – en denk dan vooral aan prins Bernhard. Ik kom daar nog op terug.
Een schelm heeft altijd een dubbele moraal. Die heeft hij uit roeping. Hij kan niet anders. Het is niet zo dat hij geen geweten heeft, hij heeft er gewoon twee – veel handiger. Een schelm is ook altijd een beetje crimineel. Hij zet de wet namelijk naar zijn hand. Wetten bestaan niet, hij maakt ze zelf. Hij is bij uitstek een opportunist. Schelmen hebben ook altijd een drang naar vrijheid. En schelmen zijn ongelooflijke charmeurs. Met hun charme regelen ze de wereld. Ze zijn daarom uitermate geschikt om als held te dienen. Zeker als filmheld. Maar: wat is een held? De mooiste definitie vind ik nog steeds die van Willem Frederik Hermans, die heeft gezegd: ‘Een held is iemand die straffeloos onvoorzichtig is geweest.’
Prins Bernhard kortom.
Ik noemde zojuist al Willem Frederik Hermans. Hermans heeft ooit een toneelstuk geschreven – en hij wilde er een film van maken – over King Kong, oftewel Charles Lindemans. In één regel: Charles Lindemans zou aan de Duitsers hebben verraden dat de geallieerden bij Arnhem zouden landen en hij zou dat hebben gehoord van prins Bernhard. Eigenlijk suggereert Hermans dat prins Bernhard Arnhem verraden heeft. En dat Lindemans en Bernhard domweg twee spionnen zijn.
Twee mensen, zoals u ziet, met een dubbele moraal, beiden enigszins crimineel, beiden ook grote charmeurs. Wanneer u het boek van Cees Fasseur Juliana en Bernhard leest, merkt u wat voor een hufterige, of schofterige, charmeur Bernhard eigenlijk was en uit latere bronnen, ik noem de commissie-Donner, weten we ook dat Bernhard domweg crimineel was. Hij had trouwens ook een alias: Victor Baarn, een pseudoniem dat hij gebruikte voor zijn smeergelden.
Een man ook met een dubbele moraal.
In de literatuur kennen wij de schelmenroman. En als je die bestudeert, zie je iets interessants. Zowel de eerste schelmenromans in Nederland – sommigen noemen Tijl Uilenspiegel, anderen de roman De Vermakelijke Avonturier uit 1679 van Nicolaas Heinsius jr. – als latere schelmenromans, bijvoorbeeld Ik Jan Cremer of Blauwe maandagen van Arnon Grunberg, voldoen prachtig aan het profiel dat ik zojuist heb geschetst.
Ik Jan, ik beperk me even tot hem, heeft een dubbele moraal, zeker op het gebied van de seksualiteit, hij is een enorme, enorme charmeur, lichtelijk crimineel, zit ook vaak in een cel, en hij houdt, net als Tijl Uilenspiegel, enorm van vrijheid.
Maar er is nog iets opvallends, zowel bij De Vermakelijke Avonturier van Heinsius als bij Ik Jan en bij Grunberg: hun schelmen zijn gebaseerd op personen die echt bestaan. Het zijn altijd geromantiseerde biografieën. Zelfs Tijl Uilenspiegel was dat – en zeker de Tijl Uilenspiegel van Hugo Claus. En je merkt dan ook – althans, dat is mijn mening – dat de biografieën van schelmen uiteindelijk vaak veel leuker zijn dan hun romans.
Volgende week hierover meer.