Echte sport

Wanneer je van sport hield en aan sport deelnam, betekende dat dat je een zeker idealisme had. Je ging uit van de gedachte dat een gezonde geest in een gezond lichaam zat. Dat Hitler zich dolgraag liet zien op de Olympische Spelen kwam voort uit die gedachte: waarschijnlijk was hij ervan overtuigd dat het blanke ras – en met name het Duitse – tot ongekend grote sportprestaties in staat zou zijn, wat tevens zou betekenen dat het blanke ras het gezondste, dus intelligentste zou zijn.

We hebben de sport zien veranderen. Sport heeft niets meer met idealisme te maken maar alles met commercialiteit. Het heeft ook niets meer met een gezond lichaam te maken. Het lichaam is een economisch product geworden – dat was het altijd al, maar via sport en dus je lichaam kun je een veelvoud verdienen. Een Engelse jongen van achttien, een voetballer, wordt verkocht voor 48 miljoen euro. Een Amerikaanse basketballer van 21 jaar brengt al gauw honderd miljoen dollar op. Het lichaam is amusement. Sport is amusement.

Nu gaan zich in de toekomst wat problemen voordoen. Ik keek naar de Paralympics die deze week zijn begonnen en zag een man met een kunstbeen. Nu was dat geen houten geval meer of iets van ijzer met pinnen, maar een schitterend geconstrueerd, computergestuurd apparaat dat feilloos de stap kon imiteren, bijna op iedere gewenste snelheid, en voortgedreven door de sporter zelf.

Mag je op de «gewone» Olympische Spelen met een kunstoor spelen? Of met een kunstoog? Als je mag honkballen met een dikke handschoen, mag je dan ook honkballen met een kunsthand? Als dat allemaal mag, mag je dan ook aan de gewone Olympische Spelen meedoen met een kunstbeen? Waarom niet, zou je zeggen. Wanneer je nu dat kunstbeen zo kunt maken dat het harder loopt dan een gewoon been, heb je dan een onrechtvaardig voordeel op een renner die bijvoorbeeld gezonde benen heeft, maar een kunstoog? Met andere woorden: wanneer ben je eigenlijk nog een gewone sporter?

Een bril mag, contactlenzen mogen ook, maar zou je ook kunstogen mogen hebben waarmee je beter kunt zien? Trouwens, wanneer houdt een mens eigenlijk op een mens te zijn? We hebben al kunstharten, kunstnieren, kunstoren die op muizen worden gekweekt – die zaken worden binnen niet al te lange tijd sterk verbeterd. Wielrenners rijden nu al met een zogenaamd «oortje» in, waarmee ze naar hun trainer kunnen luisteren. Waarom zouden voetballers niet zo’n oortje op het veld kunnen dragen? En als je bij de penaltyreeks nog je laatste invaller mag inzetten, waarom hou je dan straks niet iemand achter de hand met een fantastisch metalen kunstbeen dat schiet op dynamiet en absoluut onhoudbare schoten levert?

Denk ik nu dat in de toekomst de sport door de zogenaamde «cyborgs» gespeeld gaat worden? Die mooie samenstelling tussen mens en machine? Ik vermoed van wel.

We streven naar «zuivere» sporters, maar wat is zuiver? Raszuiver? Hoe ben je consequent in je zuiverheid? Wat mag wel en wat niet? Geen kunstbeen, maar wel een kunstarm? Of geen kunstarm, maar wel een kunstoog? Of zeg je: niets mag? Dat kan, maar de commercie heeft het voor het zeggen. Als wij een mens die voor driekwart uit machines bestaat nog een mens vinden en die mens loopt het hardst en juist dát willen we zien en juist daar willen we voor betalen, dan gaan we daarnaar kijken, en dan is dat fijne, zuivere sportieve lichaam goed voor de amateurs en kan het nooit ingezet worden om er het grote geld mee te verdienen.

Maar als dat mag, als je een kunstarm mag hebben – in de toekomst – wat weerhoudt ons, of vader Krajicek, er dan van om een tennisracket, desnoods tijdelijk, aan de arm van zijn dochter te monteren? En als je een kunstbeen mag hebben – en de techniek schrijdt voort –, waarom dan niet steeds het been van Cruijff overgezet? Of gewoon weer dat kanon dat met dynamiet schiet?

Kijk eens wat een gewone voetballer al aan kunstmatigs heeft. Hij heeft speciale schoenen, hij heeft speciale scheenbeschermers, hij heeft speciale bandages om, hij heeft speciale brillen, en speciale voetbal shirts. En kijk eens naar de zwemmers. Die hebben speciale zwempakken – hoogwaardig technisch vernuft –, speciale zwemkappen en soms speciale zwembrillen. Dat mag allemaal. Wanneer wordt een zwemmer een motorboot? De tijd is niet ver meer dat je dat nauwelijks zult kunnen zien.

Commercieel interessante sport kun je niet meer uitvoeren zonder technische hulpmiddelen. Bij de sporten waar dat wél kan, kun je je afvragen of dat wel sportieve sporten zijn. Darts is populair, maar toch echt geen sport, met die dikke bier drinkende gezelligerds. Judo is een keurige sport, maar daar kijkt niemand naar. Hockey? Hallo zeg, dat is dommig voetbal met een extra houten been.

Laatst was ik bij een vriend en we speelden op de computer voetbal. Ik vond dat net zo spannend als het EK voetbal van afgelopen zomer. Sterker, thuis droomde ik ervan. Ik overweeg de aanschaf van zo’n spelletjescomputer. Er moeten meer mensen zijn zoals ik, die zulks aardiger vinden dan de werkelijke sport. Wat betekent dat voor het voetbal? Nu doet het computerspel het spel in het veld na, maar misschien volgt het voetbal straks de computer.

Ik begon te vertellen over de Paralympics. Daar kijkt geen hond naar. We zien niet graag zieken, tenzij ze, zoals Lance Armstrong in de Tour, een ziekte overwinnen. Maar die gehandicapten gaan voorop lopen – vergeef me het woordspelige karakter van deze zin. De benen die nu nog worden gemist, worden vervangen door exemplaren die straks harder kunnen lopen dan de benen van wie ook. Tijden van acht seconden op de honderd meter liggen in het verschiet. De Olympische Spelen zijn dan veel minder belangrijk dan de Paralympics. Para gaat staan voor snelheid, vernieuwing, technische hoogstandjes. Voor Echte Sport door mensen die Echt Lijden.