Economie

Echte steun

Wat gaat Rutte IV betekenen voor Nederland? Kijk wat ze doen, niet wat ze zeggen, zei Bergson. Vorige week becijferde de FNV de gevolgen van de verflexing van de arbeidsmarkt tijdens tien jaar Rutte en kompanen. Daardoor werkten in 2018 bijna twee miljoen Nederlanders op een uitzend-, payroll-, oproep- of tijdelijk contract. Ze verdienen zo’n tien procent minder dan Nederlanders met vaste contracten, oplopend tot vijftien à zeventien procent voor de 440.000 mensen met korte contracten en uitzendbanen. Vanwege die lagere inkomens, maar ook door minder werkgeverspremies en pensioenopbouw, misten flexwerkers ruim 42 miljard euro tussen 2010 en de coronacrisis. Het bedrag helpt de mooie bedrijfswinsten in die periode te verklaren. De totale verliezen voor werkenden (en dus winst voor bedrijven) zijn zeker een veelvoud van die 42 miljard, want de inzet van schijn-zzp’ers bij bedrijven als Uber, Temper en Deliveroo bleef nog buiten beschouwing. Die bespaart ze ongeveer honderd miljoen euro per jaar aan premies en belastingen, berekende de FNV eerder.

Wat gaan de liberale winnaars van de verkiezingen hiermee doen? D66, het politieke thuis van minister Koolmees die hierover gaat, is naar eigen inschatting sociaal-liberaal. Dat mag dan weleens gaan blijken – en niet slechts op de arbeidsmarkt. De flexberekeningen komen slechts vier maanden na een zorgelijk rapport van het SCP over de participatiesamenleving. De zelfredzame burger redt het vaak niet zelf, en we laten dat gebeuren. Die bevindingen volgden weer kort na het vernietigende rapport van de commissie-Borstlap eind 2019 over de rechteloosheid die gepaard gaat met de flexibilisering van de arbeidsmarkt, naast de onzekere inkomsten. En ‘Borstlap’ werd voorafgegaan door bevindingen van DNB en het Nibud: één op de zeven Nederlandse huishoudens heeft te kleine financiële buffers, één op de vijf heeft betalingsachterstanden. Het gevolg van tien jaar en langer van stagnerende inkomens en een publieke sector die zelfredzaamheid moest aanmoedigen – en bedrijven die daar hun voordeel mee deden.

Dat dit nog steeds staande praktijk is, bleek afgelopen week nog maar eens. Het Amerikaanse Paccar, moederbedrijf van DAF dat 49 miljoen aan overheidssteun ontving, gaf haar aandeelhouders de mooie som van 365 miljoen, en haar managers meer miljoenen aan bonussen. Lonen drukken, steun opstrijken en dan dividenden en bonussen betalen: het mag, maar het klopt niet. Wie zei er dat de meeste mensen deugen?

De zelfredzame burger redt het vaak niet zelf

Ook als economisch model is het steeds slechter te verdedigen. De aandeelhouders die de dividenden ontvangen zijn vrijwel allemaal rijk: in de VS waar Paccar uitkeerde hebben de tien procent hoogste inkomens samen zeventig procent van alle aandelen in bezit, de onderste helft van de inkomensverdeling heeft vrijwel niets. Dat betekent dat zulke uitkeringen de economie weinig verder helpen: het is immers geen geld dat uitgegeven wordt aan goederen en diensten. Het stroomt verder naar nieuwe investeringen in financiële markten en vastgoed, opnieuw ten bate van de topinkomens. VVD en D66 moeten het systeem dat geldstromen naar topinkomens richt gaan aanpakken, al was het maar uit welbegrepen eigenbelang.

Ze kunnen er daarbij niet omheen de financiële globalisering te bevragen, waardoor de buitenlandse investeringen in DAF, Adecco en Atos mogelijk zijn. Als er belasting betaald moet worden heeft het moederbedrijf er doorgaans geen probleem mee miljarden te verplaatsen naar de plek waar de tarieven het laagst zijn. Maar als in een crisis bijgesprongen moet worden, is de veel geroemde mobiliteit van kapitaal als sneeuw voor de zon verdwenen. De dochteronderneming hoeft geen kapitaalstroom uit de VS te verwachten; het is beter als de nationale overheid in het verre Nederland bijspringt.

Nederland, met de Zuidas als regionaal financieel centrum, is een grote speler in die financiële globalisering, en de liberale kabinetten hebben dat actief bevorderd. Mobiel kapitaal zou de productiviteitsgroei helpen, het Nederlandse bedrijfsleven moet buitenlandse investeerders aantrekken. Ook de Kapitaalmarktenunie, nu in Brussel in de steigers gezet, gaat uit van dat idee – alsof we gebrek aan geld hebben. Jaarlijks stroomt er intussen dertig miljard via onze pensioenfondsen weg uit Nederland in de vorm van buitenlandse investeringen.

Een financieel veilige arbeidsmarkt. Een nieuwe balans tussen dividenden en lonen. Echte steun voor burgers die het zelf niet redden. En globalisering van steun, niet slechts van belastingen. Voor de sociaal-liberalen is er genoeg te doen.