Operetta Land van regisseur Steef de Jong bij Nationale Opera & Ballet, Amsterdam © Bart Grietens

Het was ergens aan het begin van zijn afstudeerjaar aan DasArts in Amsterdam. Verkleed als een page uit de Middeleeuwen kwam theatermaker Steef de Jong tijdens een presentatieavond gehuld in een pluchen instapkostuum van een kip een volle theaterstudio in gelopen. Met een uitgestreken gezicht nam hij plaats voor het gniffelende publiek en begon zijn monoloog. Na wat ongemakkelijk gekuch en geschuif op stoelen gaf het publiek zich langzaam over aan het verhaal en werd het stil in de zaal. Totdat halverwege de voorstelling in het publiek een man begon te roepen: ‘This is not avant-garde!’ Verbijsterd keek De Jong in de richting waar het geroep vandaan kwam. ‘This is not avant-garde!’ herhaalde de toeschouwer. Hoe moest hij hierop reageren? Moest hij überhaupt reageren of gewoon doorgaan?

Zijn verbijstering maakte plaats voor woede en er ging een vuur in hem aan. ‘Ik dacht: ik sta hier verdikkeme tijdens een open avond van een kunstopleiding verkleed als een page en een gigantische kip een romantische monoloog te houden: hoe avant-gardistisch wil je het hebben!’ memoreert de 39-jarige theatermaker ruim veertien jaar later het voorval in zijn werkruimte in het centrum van Haarlem. ‘Woest was ik. Waar haalt zo’n man de arrogantie vandaan om een beetje door mijn stuk heen te gaan schreeuwen omdat het niet naar meneers zin is. Vanaf dat moment wist ik zeker dat ik alleen nog maar naar mezelf zou luisteren. Dat ik alleen nog maar zou maken wat ik graag wilde maken, ongeacht wat anderen daarvan vonden. Een paar weken na die avond heb ik toen ook mijn naam in Steef veranderd. Ik heette toen nog Steven, maar er was al een bekende filmregisseur die ook Steven de Jong heette en ik dacht: daar heb ik geen zin in. Ik ben ook iemand! Ik heb recht op mijn eigen ideeën en dromen.’

Als kind werd De Jong al aangetrokken door sprookjes en de romantiek van de negentiende eeuw. De videobanden met de films van Romy Schneider in de rol van de Oostenrijkse keizerin Sissi werden grijsgedraaid. De glamoureuze werelden van keizers, koningen, prinsen en prinsessen boden de ideale mogelijkheid om uit de werkelijkheid van alledag te ontsnappen. Een diepgeworteld verlangen dat later bij hem als kunststudent binnen de veeleisende muren van de Rietveld Academie en DasArts steeds sterker werd en uiteindelijk leidde tot de ontdekking van zijn grote liefde: de operette, het miskende stiefkind van de opera en de moeder van de musical.

Getergd door de constante roep om vernieuwing en radicaliteit op DasArts besloot De Jong op een dag van de weeromstuit de oude operetteplaten van zijn grootouders uit hun kitscherige hoezen te halen. Positief verrast door de muziek en liederen die hij uit de kelen van Nederlandse operasterren Marco Bakker en Cristina Deutekom hoorde, ging hij zich in het vergeten theatergenre verdiepen. Om zelf een operette in het theater te kunnen zien, reisde hij naar Wenen, waar hij definitief overtuigd raakte van de schoonheid van de kunstvorm.

Terug in Amsterdam begon hij aan zijn eigen operettes te schrijven en aan het einde van het jaar studeerde hij in theater De Toneelschuur in Haarlem af met zijn zelfgeschreven en -geregisseerde Engelberg Express, een Alpenoperette. Een twee uur durende megaproductie met in totaal veertig mensen (acteurs, solisten en orkest) én een olifant op het toneel. ‘Die olifant was maar twee minuten op het toneel’, vertelt De Jong lachend. ‘Hij liep halverwege de voorstelling van links naar rechts en dat was het. Het kostte me het totale budget wat ik van DasArts beschikbaar had gekregen, maar ik dacht: nu gaan jullie het krijgen ook. Met je avant-garde!’

Illique porectia sitae as dolorio reperatia volestibea vendandunt ra voluptam, cullace archil

Dat was eens maar nooit meer, benadrukt De Jong. Veel te zielig voor zo’n dier en bovendien zou hij nu ook veel liever een olifant schilderen. Op karton uiteraard, zijn lievelingsmateriaal. De werkplaats van zijn gezelschap Groots en Meeslepend, gevestigd in een oude, tochtige fabriekshal in het hart van Haarlem, ligt er bezaaid mee. Overal waar je kijkt zie je kartonnen decorstukken, achterwanden, rekwisieten en kostuums.

Operetta Land van regisseur Steef de Jong bij Nationale Opera&Ballet, Amsterdam © Bart Grietens

De liefde voor het dikke, bruine papier stamt net als zijn fascinatie voor sprookjes en Sissi al uit zijn kindertijd, toen hij zijn kamer vol knutselde met oude dozen en papier. Op de kunstacademie maakte hij later een serie kartonnen pop-upboeken, waaruit bij elke bladzijde die je omsloeg papieren figuren en vormen tevoorschijn kwamen. Een techniek die hij nu op allerlei manieren in zijn voorstellingen gebruikt.

Toen De Jong na zijn afstuderen in 2009 bij theatergezelschap Firma Rieks Swarte terechtkwam, was de keuze voor karton als basismateriaal voor de vormgeving van zijn operettes snel gemaakt. Hij kon ook bijna niet anders, vertelt hij. Net als in zijn eigen atelier nu lagen er in de studio van het gelauwerde gezelschap destijds ook overal metershoge stapels papier in alle soorten, diktes en maten opgestapeld.

‘Tijdens het maakproces van Groots en meeslepend wil ik leven, mijn eerste eenmansoperette, kwam Jacqueline van Eeden van Firma Rieks met het idee om een grote, kartonnen doos als decor te maken. Een simpele, kartonnen doos waar een hele wereld in verborgen lag die ik stukje bij beetje zou onthullen. Bijna als vanzelfsprekend kwam ik ook terug bij mijn fascinatie voor het pop-upconcept. Het verhaal dat ik in de voorstelling vertelde, speelde zich namelijk wel op honderd verschillende locaties af, en op deze manier kon ik met één decorstuk in een paar handbewegingen voortdurend van tijd en plaats wisselen. Inhoud en vorm vielen in één klap samen en ik wist vrijwel meteen: dit is het. Dit is wat ik de komende jaren ga maken.’

‘Volgens velen hebben alleen negatieve emoties diepere lagen. Onzin!’

De voorstelling werd een succes en samen met regisseur en producent Ina Veen richtte De Jong in 2013 zijn eigen gezelschap op, met als missie de operette nieuw leven in te blazen in Nederland. Naast nieuw geschreven stukken put De Jong daarbij gretig uit het rijke operette- en toneelrepertoire, waarbij hij telkens weer op originele wijze de grenzen tussen kunst en kitsch opzoekt en lichtvoetig langs de randen van de ratio en het sentiment beweegt. Humor en verbeeldingskracht zijn samen met zijn inventiviteit de grote drijvende krachten.

Na enkele hits op theaterfestival De Parade beleefde De Jong in 2017 met zijn voorstellingen De Modern Art Revue, die hij samen met cabaretier Alex Klaasen maakte, en Steef’s operette uurtje zijn definitieve doorbraak bij het theaterpubliek. Beide voorstellingen werden in de media overladen met sterren. Het leverde hem aan het einde van het jaar de Mary Dresselhuys Prijs op.

Van een doorbraak bij het grote publiek wil De Jong vijf jaar later niet spreken, maar dat het leven als theatermaker sindsdien een stuk makkelijker is geworden is een feit. Steef de Jong is hot in theaterland. En niet alleen in Nederland. Onlangs debuteerde hij met zijn familieconcert Ein Papp-Konzert bij de Volksoper Wien in Wenen, het epicentrum van de Europese opera en operette. Samen met het complete orkest, onder leiding van dirigent Gerrit Priessnitz, bracht De Jong met twee zangers van het gezelschap ruim een uur aan liederen uit vier van zijn lievelingsoperettes ten gehore. In het Duits en met een decor van karton.

Bij Nationale Opera & Ballet in Amsterdam ging eind november zijn nieuwste voorstelling Operetta Land in première. Opnieuw een familievoorstelling, die hij deze keer in opdracht van de ‘eigen’ Nationale Opera maakte. Zittend op een vliegende fiets komt De Jong aan het begin van de voorstelling op zes meter hoogte uit de coulissen tevoorschijn en neemt hij als ‘de verzinner’ het publiek mee op weg naar het imaginaire Operetta Land. Een sprookjesland dat lijkt op onze wereld, waar mensen trouwen en scheiden en waar rampen gebeuren, maar waar je één ding zeker weet: alles komt altijd goed. Voor de muziek koos De Jong uit bestaande operettes van onder anderen Gilbert en Sullivan, Jacques Offenbach en Johann Strauss jr., waar hij cabaretier en schrijver Paulien Cornelisse Nederlandse teksten op liet schrijven.

Hoewel Operetta Land als een familievoorstelling geprogrammeerd staat, hoopt De Jong ook het vaste operapubliek met zijn debuut bij Nationale Opera & Ballet naar de zaal te trekken. Volgens de maker bestaan er binnen de operawereld veel vooroordelen over de operette. Zo zou de lichtheid van de vaak kluchtige operette minder kunstzinnig zijn dan de tragiek van een zwaarmoedige opera. ‘Alleen negatieve emoties hebben volgens veel mensen diepere menselijke lagen. Tragiek en verdriet, dat is ontroerend. Dat raakt. Joligheid en vreugde is oppervlakkig. Wat een onzin! Echte vreugde ontroert ook. Huilen en lachen zijn allebei uitingen van diepmenselijke emoties, waarbij de ene niet beter is dan de andere.’

Het grootste verschil ten opzichte van de voorstellingen die hij de afgelopen tien jaar maakte, is de schaal waarop hij voor Operetta Land moest werken, vertelt De Jong. Nooit eerder had hij zoveel mogelijkheden en mensen tot zijn beschikking bij het maken van een voorstelling. Ook in Wenen niet. ‘Dat was in het begin wel even wennen’, bekent hij. ‘Met name bij het maken van de kostuums en de decorstukken. Operetta Land is mijn fantasiewereld, die eruit moet zien alsof ik het allemaal zelf op mijn kamer heb bedacht en geschilderd. Dat was met al die verschillende handen wel even zoeken, maar ik ben heel blij met wat het is geworden. Het ziet er echt geweldig uit. Heb je die olifant bijvoorbeeld gezien?’

Steef de Jong, Operetta Land, t/m 30 december bij Nationale Opera & Ballet