Machiavelli, een leven in brieven

Echtelijke droogte

‘Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, elk ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze.’ Deze openingszin van Anna Karenina kan men ook toepassen op seksscènes in de literatuur of in de film: elke opwindende seksscène is op dezelfde wijze opwindend, en leidt tot hetzelfde resultaat, terwijl elke weerzinwekkende beschrijving of verfilming op zijn eigen wijze weerzinwekkend is.
De met afstand goorste seksscène die ik ken treft men aan in de brieven van Niccolò Machiavelli (1469-1527). Nadat zijn vriend Luigi Guicciardini had gepocht over een avontuurtje beschrijft Machiavelli het weerzinwekkendste vluggertje uit de wereldliteratuur.
Op een van zijn diplomatieke reizen ging Machiavelli, verblind door ‘echtelijke droogte’, in op het aanbod van een oude hoerenmadam om haar ‘nieuwe waar’ te keuren. In een pikdonker kamertje zag hij de gedaante van een vrouw, die een doek voor haar hoofd hield. Machiavelli vertrouwde het niet helemaal, maar ‘hoewel ik voelde dat ze slappe dijen had en een natte kut en ze nogal uit haar mond stonk, was ik zo wanhopig geil dat ik nog aan m’n gerief kwam ook’.
Na afloop wilde hij toch weten met wie hij het had gedaan en stak een lamp aan, die hij van schrik bijna weer liet vallen. ‘Ai! Ik viel zowat dood neer, zo lelijk was dat mens. Het eerste dat ik van haar zag, was een pluk haar, deels zwart deels wit, peper en zout dus, en hoewel haar kruin kaal was – en door die kaalheid zag je er bij het licht een paar luizen overheen marcheren – vielen er toch een paar dunne slierten haar met hun punten tot op haar ogen; en midden op haar kleine, rimpelige hoofd zat een vurig litteken, dat er uitzag of het er was ingebrand bij de marktzuil; aan de uiteinden van haar wenkbrauwen naar haar ogen toe had ze een plukje haar dat vol neten zat; één oog keek omlaag en het andere omhoog, en het ene was groter dan het andere; haar ooghoeken zaten vol prut en ze had geen wimpers; haar neus zat laag in haar gezicht en krulde omhoog, en een van haar neusgaten was ingescheurd en beide zaten vol snot; haar mond leek op die van Lorenzo de’ Medici, maar hij was aan een kant scheef en daaruit droop wat spuug, want ze had geen tanden en kon haar speeksel niet binnenhouden; op haar bovenlip had ze hier en daar lange snorharen; ze had een lange scherpe kin die wat in de hoogte stak, met daaronder lubberend vel tot haar keel.’

Machiavelli, een leven in brieven, vertaald door Frans Denissen en Carlo Depreytere, Bert Bakker, 1990