Hoofdcommentaar: economie

Economie in de achtbaan

Tot diep in het jaar 2000 leek het alsof het nieuw-economische paradijs definitief op aarde was gearriveerd. De stijging van de Amerikaanse NASDAQ-index en zijn familieleden elders in de wereld was oogverblindend. De ene na de andere zolderkamer-nerd werd miljonair of miljardair na een succesvolle beursgang. De internetgoeroes wisten het zeker: met de komst van de nieuwe economie, op het rotsvaste fundament van informatie- en communicatiedoorbraaktech nologieën, konden de oud- economische wetboeken worden opgeborgen in het archief van de economische geschiedenis.

Inmiddels beleven de nieuw-economische beurzen een uitgerekte krach die van geen ophouden weet. De lijst van failliete internetondernemingen op de website fuckedcompany.com wordt elke dag langer. Nieuw-economische boegbeelden — van Amazon.dom en Dell tot Cisco en MicroSoft — kondigen tegenvallende resultaten en/of afslankingen aan. Internet goe roes vallen van hun voetstuk. Zelfs de vaderlandse internetgoeroe aller internetgoeroes, Newconomy-voorzitter Maurice de Hond, is naar huis gestuurd.

De beursprestaties van de lijst van aandelen op de Nieuwe Markt Amsterdam (NMAX) is veel zeggend: op 2 februari 2001 (NRC Handelsblad) kon slechts een van de topvijftienfondsen een positief totaalrendement noteren! Het voorbeeld van het veelbesproken Newconomy is weer illustratief: in de laatste twaalf maanden was de hoogste koers bijna 27 euro en de laagste minder dan twee euro. En hierbij blijft het niet. In het nieuw-economische walhalla van de Verenigde Staten springt het ene na het andere recessiesein op rood. De industriële voorraden lopen op. Massaontslagen zijn aan de orde van de dag. Winstwaarschu win gen zijn schering en inslag. In de maanden december 2000 en januari 2001 zijn bijna driehonderdduizend banen verloren gegaan. Het consumentenvertrouwen zakt. De werkloosheid loopt langzaam op. De macro-economische groei is tot stilstand gekomen. Klassiek is het gekwakkel van conjunctuurgevoelige bedrijfstakken. Daar worden de eerste recessieklappen gevoeld en opgevangen. Geen wonder dat Chrysler zes fabrieken sluit en 26.000 banen schrapt. De vraag is slechts hoe hard of zacht de landing zal zijn.

’t Kan verkeren — ook in Nederland. De daling van de werkloosheid stagneert. De Amsterdamse beurs sukkelt van de ene tobdag naar de andere. Met de inflatievoet van 4,5 procent in de maand januari van 2001 wordt een dertig jaar oud record gebroken. De macro-eco nomische groeivoorspellingen worden regelmatig neer waarts bijgesteld. Maar anders dan in de Verenigde Staten is de massapsychologische recessie-achtbaan nog niet op snelheid gekomen. Immers: de werkloosheid is indrukwekkend laag, de groeivoet is zeer gezond en het grootbedrijf is buitengewoon winstgevend. Recente ervaringen met de mondiale economie lijken erop te wijzen dat de onderlinge afhankelijkheid van de grote macro-economieën in de afgelopen decennia geringer is geworden. De Azië-crisis is vooral een Aziatische ramp gebleven. En de nieuw-economische voorspoed in de Verenig de Staten is vooral een Ameri kaans wonder gebleven.

Deze tekenen van «anti-mondialisering» — of: regionalisering — op maco-economisch niveau zijn deze keer hoopgevend. Misschien waait de Ameri kaanse tegenwind hoog over via de Europese en Nederlandse stratosfeer; misschien ontpopt Europa zich tot de nieuwe motor van de mondiale economie; en misschien stijgen de Verenigde Staten na een korte landing weer op.

Ook deze onzekerheid is van alle economische tijden: weinig is moeilijker voorspelbaar dan de macro-economische toekomst. Natuurlijk zal ten gevolge van de verdere ontwikkeling en penetratie van informatie- en communicatiedoorbraaktechnologieën van alles en nog wat veranderen — ook binnen en tussen bedrijven. Maar de oud-economische wetboeken kunnen weer uit het archief worden opgediept. Dat heeft de geschiedenis van eerdere doorbraaktechnologieën — van de stoommachine tot de elektriciteit — overduidelijk aangetoond. Het economische geheugen is echter kort.

Arjen van Witteloostuijn is hoogleraar economie aan de Rijksuniversiteit Groningen