Economie

Economie Nuttigheids­gezever

Nederlandse universiteiten gaan schrappen in het aanbod van letterenstudies. Frans, Russisch, Duits en Portugees zullen vanaf volgend jaar aan een aantal universiteiten niet meer of niet meer als zelfstandige studies te volgen zijn. Volgens NRC Handelsblad lopen de universiteiten hiermee vooruit op de plannen van staatssecretaris Zijlstra die scherpere onderlinge profilering van de universiteiten beoogt en bestuurders dus uitnodigt te snijden.

Dat is te veel eer voor Zijlstra. De oorzaak ligt dieper. Iets daarvan bleek in het gesprek dat Clairy Polak afgelopen zondag had in Buitenhof met Maarten Asscher, directeur van boekhandel Athenaeum. Asscher begon zijn verhaal met drie redenen waarom het kortzichtig is om in de kleine letteren te schrappen. Ten eerste de intrinsieke waarde van je onderdompelen in een andere taal en cultuur. Ten tweede culturele kruisbestuiving: via vertalingen heeft het werk van bijvoorbeeld Pessoa mede de Nederlandse literatuur gevormd. En ten derde instrumentele waarde: wie zaken wil doen met het snel groeiende Brazilië heeft een streepje voor als hij Portugees spreekt. Uit de rest van het gesprek bleek dat de derde reden de killer app was. Reden twee en drie kwamen uitvoerig ter sprake, terwijl de intrinsieke waarde omzichtig werd gemeden. Zoals René Cuperus tweette: ‘Sign of Times: zelfs Maarten Asscher verdedigt universitaire talenstudies met belang bedrijfsleven. Economisering van cultuur.’

Je kunt het Asscher nauwelijks kwalijk nemen. Hij weet donders goed dat politici en bestuurders maar voor één ding buigen en dat is: levert het wat op? Filistijnen indeed! Maar het gevolg van deze strategische mimicry is dat zo langzamerhand niemand meer de taal beheerst om een overtuigend pleidooi te houden voor publieke investeringen in zaken die niet reduceerbaar zijn tot plat economisch belang. Het zal nuttig zijn of het zal niet zijn. De natte droom van Dickens’ Gradgrind is eindelijk uitgekomen.

Een huiveringwekkend voorbeeld van deze droom is het document waarin de Universiteit van Amsterdam haar onderzoeksprofiel uiteenzet. Niet alleen blinkt het uit in het gebruikelijke nietszeggende managementlingo, de verschillende ‘zwaartepunten’ die zich in dit document presenteren presteren het om hun onderzoek één op één te koppelen aan die vermaledijde Topsectoren van Verhagen en zelfs aan de Europa 2020-agenda. Tot mijn verbijstering zie ik verstandige collega’s uit de sociale wetenschappen en de humaniora hun onderzoek opdragen aan de Topsector Financiële Dienstverlening, de Topsector Creative Industry of de Topsector Life Sciences. Hoe verzin je het!

Waar het nuttigheidsgezever toe kan leiden werd zaterdag fijntjes onthuld in NRC Handelsblad. Met tien tips over hoe citatiescores zo veel mogelijk op te kloppen – variërend van salamitactiek tot aan boekenverbod, van teamwork tot aan strategische keuzes voor grote citatiegemeenschappen – werd de vloer aangeveegd met het onderzoek op anabole steroïden dat de nuttigheidsfixatie heeft gebaard. Met naam en toenaam werd de Leidse hoogleraar Bax genoemd, die in 2009 139 publicaties op zijn naam schreef, 1,9 papers per werkdag! En dan had de auteur het nog niet eens over Stapel en al die andere veelschrijvers die, verleid door de groeiende lengte van hun publicatielijsten, het steeds minder nauw namen met mijn en dijn, feit en fictie.

Zolang het taalspel van de bonentellers domineert, is het belangeloze onderzoek en onderwijs dat aan zichzelf genoeg heeft ten dode opgeschreven. Het is dan ook hoog tijd voor een frontale aanval op het nuttigheidsdenken in plaats van de omtrekkende bewegingen van Asscher en mijn gewaardeerde collega’s. Weten wij wel wat morgen economisch nuttig is? Is innovatie niet per definitie onvoorspelbaar en dus onkenbaar? Is sturen op de kennis van vandaag voor de innovatie van morgen dan ook niet een knoert van een denkfout?

Patenten, r&d witte jassen hebben niets met innovatie te maken. Patenten zijn de wapens van dure advocaten die in opdracht van Microsoft Apple dwarszitten of omgekeerd; r&d is vooral een fiscale aftrekpost. En witte jassen zijn er in Nederland nauwelijks, ook al doen we alsof dat echte wetenschap is en sociologen en historici maar wat aanklooien. Het dominante beeld van ‘nuttige wetenschap’ staat net zo ver af van onze economische realiteit als de ‘targets’, ‘benchmarks’ en ‘league tables’ van universiteitsbestuurders van de universitaire werkelijkheid. Tachtig procent van de Nederlandse studenten doet rechten, bedrijfseconomie, sociologie of talen. En dat sluit naadloos aan bij de structuur van de Nederlandse economie: veel handel en logistiek, veel zorg en onderwijs, veel cultuur, en vooral heel veel lulkoek.

Geef studenten daarom een brede _liberal arts-_opleiding, maak werk­gevers verantwoordelijk voor het Nut en – vooral! – laat de Filistijnen uit bestuur en politiek naar de hel lopen met hun gezever.