Griekenland kraakt onder de crisis

Economie van de envelopjes

In een waas van corruptie en leengekte daverde de Griekse economie vorig jaar het ravijn in. Door de manier waarop het land in crisis raakte en door hoe die wordt bestreden, is het vertrouwen van de Grieken in hun samenleving weggeslagen.

Medium athene2

ATHENE - Op een milde zondagavond in november stroomt rond tien uur het Klafthmonosplein vol met feestvierders. Een spontane en onverwachte uitbarsting is het niet, er hangt eerder de comfortabele sfeer van de hockeyclub. De feestvierders komen vaak uit de overheidskantoren die in de buurt van het plein staan. Overal nemen mensen elkaar bij de arm om iemand voor te stellen. Het is dan ook een topavond om te netwerken, want dit is een feestje van de regeringspartij Pasok. Er zijn juist regionale verkiezingen geweest waarbij de meeste Grieken ondanks de stemplicht wegbleven of blanco stemden. Pasok bleef overeind en stelde daarmee de macht in Griekenland veilig voor de komende jaren.

‘De mensen die hebben gestemd, hebben gestemd voor de redding van het land’, zegt Yannis Stournaras de volgende dag in zijn ruim bemeten kantoor in de schaduw van de Akropolis. Hij is directeur van Iobe, de Griekse stichting voor economisch en financieel Onderzoek. Hij heeft de avond ervoor meegevierd, want ook hij is een Pasok-man, zegt hij ongevraagd. Niet oud-links, maar een sociaal-democraat nieuwe stijl, een hervormer. Het volk zit op zijn lijn, zegt hij stellig: ‘De mensen eisen liberalisering.’ Hij moet even nadenken over hoe hij de huidige situatie in Griekenland zou uitleggen. ‘Moeilijk’, zegt hij dan resoluut. ‘Veel problemen, veel mogelijkheden. Maar we zijn op de goede weg om dit land te hervormen.’ Bij de problemen wil hij niet te lang stilstaan. ‘Ik bekijk de zaak liever van de positieve kant’, zegt hij en roffelt met zijn knokkels op tafel. ‘The opportunity is here.’

Het Klafthmonosplein ziet er de volgende dag weer uit als normaal: alsof de staat van beleg is afgekondigd in Athene. Er is ME, veel politie en hier en daar iemand in legergroen met een machinegeweer. ‘Er zijn veel regeringsgebouwen en veel banken’, licht een politieman toe. Verdere uitleg is in de Griekse context niet nodig, want gezag en geld trekken hier geweld aan. Tegen het einde van de middag is het in aantocht, aangekondigd door leuzen die tegen de gebouwen weerkaatsen en het onheilspellende geklop van honderden ‘vlaggen’ - in werkelijkheid knuppels met een doekje erom gestrikt - op straat.

Een jongen die zich Nikolas noemt, deelt bij de demonstratie pamfletten uit. Hij heeft zijn werk in een recyclefabriek nog, zegt hij, al moest hij daarvoor wel een halvering van zijn loon slikken: van achthonderd euro per maand voor vier dagen werk naar vierhonderd euro. ‘Het is om fucking wanhopig van te worden’, zegt Nikolas. ‘Iedereen zou hier moeten lopen om te protesteren, tegen de slavernij en de economische bezetting.’
Maar hoewel overal de lonen dalen, daalt bij de Grieken de animo om te demonstreren. En ook in het straatgeweld lijkt de klad te zitten. Vanavond zullen alleen wat terrasstoelen en vuilniscontainers in brand worden gezet. Ze smelten oranje en geel over straat in een soort baby-barricades - het sluitstuk van een rituele dans die nog bijna dagelijks wordt opgevoerd in Athene.

Het gebrek aan werkelijk verzet tegen de radicale crisisplannen van de overheid is al vaker opgemerkt, in een land waar de mensen snel de straat op gaan en ‘een molotovcocktail niet zo veel voorstelt’, zoals een journalist me later zou zeggen. Wie niet beter zou weten, zou denken dat Griekenland is overgegaan tot de orde van de dag. De winkelstraten stromen in de weekends vol als vanouds, de wegen zijn vol, de te dure terrassen zijn nooit leeg. Maar de schijn bedriegt: in de hoofden van de Grieken is het crisis, op een schaal zoals niemand die zich kan herinneren.

In een kleine week sprak ik vrijwel niemand die niet uiterst somber was over zijn eigen toekomst en die van het land. ‘Mensen protesteren niet meer omdat ze de problemen niet meer kunnen bevatten’, zegt de jonge, werkloos geraakte tv-journalist Georgios Pavlapoulos. ‘De Grieken zijn bang. De lonen zakken en overal vliegen mensen eruit, terwijl we elke dag horen hoe slecht het land ervoor staat. De regering snijdt en snijdt maar, tot elke veiligheid verdwenen is. De oppositiepartijen en de vakbonden hebben zelf geen idee hoe het anders moet en houden zich klein. De mensen hebben niemand om te volgen.’

Een jaar geleden maakte de pas verkozen premier Georgios Papandreou bekend dat de vorige regering op ongekende schaal had gefraudeerd. Toen alle gaten in de Griekse begroting bij elkaar waren opgeteld, bleek het nationale begrotingstekort bijna vier maal zo hoog te zijn als Griekenland aan Brussel had gemeld. Als je de pensioenverplichtingen van de regering erbij optelde, kwam je tot een schuld van een kwart miljoen euro per werkende Griek. Nu wilde het toeval dat de wereld zich in de grootste economische crisis sinds tachtig jaar bevond en de financiële wereld schoot direct in paniek. Griekenland bleek zich wild te hebben geleend om alle gaten dicht te kunnen stoppen en overal probeerden banken en fondsen hun Griekse leningen te dumpen.

OM TE VOORKOMEN dat Griekenland failliet ging, steunden de Europese Unie, de Europese Centrale Bank en het Internationaal Monetair Fonds (de ‘Troika’) Athene met een ‘noodpakket’ van 110 miljard euro. In ruil daarvoor eiste de Troika wel controle van de Griekse boeken. Wat ze daarin vond was niet alleen een nationale begroting, maar een hele economie die van zwendel aan elkaar hing.

Opeenvolgende regeringen hadden de staatskas gebruikt om tienduizenden aanhangers baantjes toe te schuiven. Alleen al in de maand voor de verkiezingen van 2009 waren er 27.000 ambtenaren bij gekomen - de meesten hadden zelfs geen bureau om naartoe te gaan. Sommige takken van de publieke sector leken vooral een vehikel voor groepsverrijking. Bijvoorbeeld het onderwijs: er was een school met meer leraren dan leerlingen, terwijl een schooltje op een piepklein eiland vijftien docenten ‘lichamelijke oefening’ in dienst had. Sommige van de 150 staatsziekenhuizen hielden inkomsten en uitgaven niet eens bij. Maar de onbetwiste toppositie was voor de notoir onbetrouwbare spoorwegen, waar het gemiddelde loon op 65.000 euro bleek te liggen en sommige machinisten 130.000 euro per jaar incasseerden voor het rondrijden van bijna lege treinen door bijna lege streken. In 2008 hadden de spoorwegen 250 miljoen aan inkomsten en leden een miljard verlies. Het verschil werd geleend.

Medium athene4

Dat lenen was geen probleem meer, sinds Griekenland zich in 2000 de euro in had gesmokkeld. Ook van dat bedrog werd nu pas de volle omvang duidelijk. Het was een vreugdevuur aan boekhoudkundige trucs geweest, voor de Grieken verzonnen door investeringsbanken als Goldman Sachs, zoals het buiten de boeken houden van defensie-uitgaven en pensioenen en het ‘verpakken’ van toekomstige inkomsten of EU-giften om die als beleggingsproduct op de financiële markt te brengen. Het officiële inflatiecijfer werd met grote creativiteit laag gehouden door het Griekse Bureau voor de Statistiek, geleid door een man die op Wall Street ‘De Magiër’ werd genoemd.

Belastinginning bleek een nationaal onderhandelingsspel te zijn, waarbij sommige belastingkantoren naar verluidt het ‘4-4-2-systeem’ hanteerden: als een bedrijf of persoon tienduizend euro aan belasting schuldig was, kreeg de belastinginspecteur vierduizend, het bedrijf mocht vierduizend houden en tweeduizend ging naar de staat. In verkiezingstijd dook de belastingopbrengst diep naar beneden. Bedrijven en instellingen met de juiste connecties maakten enorme winsten door deals met de overheid, zoals een klooster dat het eigendomsrecht van een meer wist te claimen en dat meer vervolgens ruilde tegen een dik portfolio met stukken land. De troefkaart van de monniken, volgens de berg verhalen die er inmiddels over hen zijn uitgezocht, was de miraculeuze genezing van de stafchef van de vorige premier en de bekentenis die hij in afwachting van de dood bij de monniken had afgelegd.

Veel beroepsgroepen hadden allerlei privileges weten te bemachtigen. Op de lange lijst met ‘zware beroepen’ (die recht gaven op een volledig pensioen bij 55 jaar voor mannen en vijftig jaar voor vrouwen) stonden onder meer kappers, obers en radiopresentatoren. Vijftig beroepsgroepen, de ‘kartels’, waren gekwalificeerd als ‘gesloten’, wat bescherming tegen concurrentie en andere privileges inhield. De corruptie bleek zich op alle niveaus van de Griekse samenleving te hebben verankerd in de vorm van fakelaki: ‘envelopjes’ die over tafel moeten gaan om papierwerk gedaan te krijgen, van een bouwvergunning tot een rijbewijs. Zelfs voor het krijgen van een doktersafspraak of een operatie is in Griekenland vaak een envelopje nodig.

Toen ze tegen het licht werden gehouden, bleken de Griekse economie en politiek een georganiseerde vorm van massacorruptie. De voorgeschiedenis is dat linkse regeringen bewust een opgeblazen publieke sector over het land hadden uitgegooid om een middenklasse te creëren. Decennialang had het rechtse establishment Griekenland naar zijn behoeften ingericht, na de overwinning in de Griekse burgeroorlog en later door samenwerking met het brute kolonelsbewind in de jaren zestig en zeventig. Door een overvloed van banen betrok Pasok hele groepen Grieken bij een samenleving waarvan ze decennialang uitgesloten waren geweest. Maar Griekenland had daar eigenlijk het geld niet voor en de staat bleef tegelijkertijd opgeblazen en ondervoed. Tot het land zich in de euro zwendelde en het hek van de dam ging. Net in de jaren waarin de wereldeconomie doldraaide op goedkoop geld kon Griekenland door de euro opeens zo veel lenen als het maar wilde. Links en rechts maakte geen verschil: in de meest corrupte jaren, van 2004 tot 2009, bestierde de rechtse Nea Demokratia (ND) het land.

IN NOORD-EUROPA was de woede groot toen de omvang van de Griekse puinhoop bekend werd. ‘Terecht. Het was een Grieks privé-feestje waar Duitsland de rekening voor moest betalen’, zegt hoogleraar economie Loukas Tsoukalis, directeur van de Griekse onderzoeksstichting voor buitenlandse zaken. ‘We kunnen alleen ter verdediging zeggen dat we zeker niet de enigen waren. We waren een extreme uitwas in een tijd waarin de financiële wereld en iedereen die zich door haar liet overtuigen leefden alsof er nooit een volgende dag zou komen.’

Duitsland dwong via de Troika af dat Griekenland met zware bezuinigingen zijn overheidstekort onmiddellijk naar beneden bracht. Wonder boven wonder haalde de Griekse regering tot nu toe alle streefcijfers. Dat is ook het voornaamste nieuws dat het buitenland nu vanuit Griekenland bereikt: Griekenland Nog Niet Failliet. Maar de manier waarop de Griekse regering het tekort omlaag brengt, baart veel experts in Griekenland grote zorgen. ‘De regering verlaagde de lonen en pensioenen met twintig procent en verhoogde de btw. Dat leverde direct geld op en er was geen hervorming voor nodig’, zegt Tsoukalis. ‘Het echte bloedige gevecht, het openbreken van de publieke sector, schoof de regering vooruit naar het komende jaar. De maatregelen die nu genomen zijn, zorgen ervoor dat niemand meer iets uitgeeft. De recessie wordt er waarschijnlijk erger van: maatregelen dreigen Griekenland in een neerwaartse spiraal te duwen.’

Columnist Giorgos Delastik van de centrum-linkse krant To Ethnos is er op een milde, ingetogen manier woedend over. ‘Iedereen is tegen corruptie, tegen de gesloten beroepen en de overbetaalde ambtenaren. Maar daar snijdt de regering niet, die snijdt bij mensen die leven op vijfhonderd euro per maand. Papandreou gebruikt de uitwassen als argument, maar komt met maatregelen tegen iedereen. Lonen en pensioenen zijn niet de oorzaak van de crisis en niet de oplossing’, zegt hij in zijn werkkamer, te midden van stapels in plastic opgeborgen kranten.

Delastik is speciaal teleurgesteld in Giorgos Papandreou, de voorzitter van de Socialistische Internationale. ‘Ik was mee met Papandreou toen hij in Brussel ging uitleggen hoe de zaak ervoor stond. Tegen mij en andere journalisten zei hij toen: “In de lonen en de pensioenen ga ik niet snijden, dat is alleen een neoliberaal stokpaardje.” Maar hij is om. Hij heeft zich met neoliberalen omringd en het IMF komt met het gebruikelijke recept. Gezamenlijk grijpen zij de crisis aan om liberale hervormingen door te drukken. Maar de samenleving kan dat op dit moment niet aan. Massaontslagen en sluitingen komen snel naderbij. We gaan heel moeilijke tijden tegemoet.’

Medium athene3

Het is een vrees die overal te horen is - en met reden. In Nederland is overal wel bekend wat een puinhoop de Griekse staatshuishouding was, dat overheidspersoneel een dertiende en veertiende maand kreeg, dat in Griekenland een ‘baan’ niet per se hetzelfde is als ‘werk’. Minder bekend is dat een Griek gemiddeld ongeveer de helft verdient van een Nederlander, terwijl het prijsniveau door de euro niet zo veel verschilt. De veel genoemde loonsverlaging van twintig procent geldt voor de publieke sector, maar in de particuliere sector gaan de verlagingen soms tot vijftig procent. Gecombineerd met de afbraak van de welvaartsstaat brengt dat opeens voor veel mensen een heel ander soort leven naderbij - armoediger, onzekerder.

‘De hervormingen gaan de sociale structuur van Griekenland aantasten’, zegt Michalis Spourdalakis, hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Athene. ‘Collectieve arbeidsovereenkomsten worden afgeschaft, waarmee een hele eeuw onderhandelen het raam uit gaat. De arbeidsrelaties in Griekenland zijn al veel flexibeler dan vaak wordt beweerd en daar wordt nog meer bescherming weggestript - iets wat niets met een schuldencrisis te maken heeft. We zitten nu al op een werkloosheid van tussen de twaalf en vijftien procent. Dat zal zeker doorstijgen naar twintig procent en daarmee zitten we op het niveau van 1960, toen honderdduizenden Grieken emigreerden. Nu al zeggen zeven op de tien studenten dat ze na hun studie het land willen verlaten om ergens anders te werken.’

Spourdalakis ontvangt niet aan de universiteit, maar in een werkkamer boven een boekhandel. Hij klust nu naast zijn fulltime aanstelling bij als redacteur van een wetenschappelijke reeks - hij zegt dat hij het anders met zijn studerende kinderen niet meer redt. ‘Eigenlijk een schande, natuurlijk’, zegt hij erover. Hij ziet eruit zoals je een hoogleraar zou uittekenen: baardje, bruin corduroy pak, groen overhemd. En erg slim. ‘Mensen met lage lonen staan in het hele land onder druk’, zegt hij. ‘Maar niet alleen zij: ook kleine zelfstandigen, professionals, bedrijven die regelmatig moeten lenen, bedrijven die zich richten op de binnenlandse markt. Volgens de Kamer van Koophandel heeft in Athene’s belangrijkste winkelstraten één op de vijf winkels in de afgelopen tien maanden faillissement aangevraagd. In een ander onderzoek zei zestig procent van de ondervraagden dat ze hun uitgaven aan voedsel omlaag hadden geschroefd. Mensen redden het vaak nog op spaargeld, of ze hopen dat de kerstdagen hun bedrijfje redden. Je ziet het gevoel van hopeloosheid groeien, de consensus en sociale cohesie staan op het spel. Dat is wat twintig procent werkloosheid doet: het polariseert de samenleving.’

VANAF HET BEGIN van de economische crisis heeft de regering-Papandreou ervoor gekozen om alle bezuinigingsplannen niet te presenteren als een keuze maar als de laatste strohalm om een vreselijke ramp te voorkomen, en bovendien als een dictaat van machtige buitenlandse partijen. Het hameren op hoe inktzwart alles ervoor stond had als voordeel dat er geen oppositie tegen de plannen was. Maar het bijeffect was dat de angst diep binnendrong bij de Grieken en dat velen de laatste restjes vertrouwen verloren in de instituties en de capaciteiten van het land zelf.

‘Dat is het ergste gevolg van de crisis: het complete verlies aan vertrouwen van de mensen in de overheid, de economie, in onze buitenlandse partners, in ons vermogen om uit de crisis te klimmen’, meent Yannis Stournaras, de directeur van onderzoeksbureau Iobe. ‘En daar houdt het niet op: ook het sociale wantrouwen is de pan uit gerezen. Het wantrouwen van mensen in gerechtigheid, in lokaal bestuur, in overleg, in andere Grieken.’

Die vertrouwenscrisis is overal waar te nemen in Athene. Het duidelijkst was de negentienjarige Stavros. In een smalle straat van de hippe universiteitsbuurt Exarchion, die internationaal als een ‘anarchistische wijk’ bekendstaat, stuitte ik op een flinke afvaardiging politie en ME, met hier en daar getrokken vuurwapens. Om te vragen waar dat voor was, schoot ik twee piepjonge studenten aan die een cola stonden te drinken op een terras. ‘Daar is het hoofdkwartier van Pasok’, wijst een van hen. ‘Dit is allemaal politie. Wij tweeën ook. We staan hier altijd.’

Ik kijk hem verbouwereerd aan. Zijn maat, misschien geërgerd om het verraden van zijn vermomming, kijkt stuurs weg. Een fijne plek om te posten is het niet: in Exarchion zijn terroristische groepen actief met fantasierijke namen als Samenzwering van de Cellen van Vuur. ‘Er worden soms agenten beschoten’, zegt hij. ‘Ik ben niet bang, maar ik houd mijn ogen open. Ik ben negentien en ik wil leven.’

Stavros is duidelijk blij met een praatje. ‘Alle mensen haten ons’, vervolgt hij. ‘Ik zat laatst naast een oud vrouwtje in de bus dat maar niet uitgepraat raakte over hoe weinig politiemannen uitspoken, dat ze veel verdienen en corrupt zijn. Maar we verdienen duizend euro en ik ben bijna de helft kwijt aan huur.’ En dan heeft hij het nog goed vergeleken met zijn ouders, zegt hij: ‘Zij krijgen nu elk nog maar driehonderd euro per maand, terwijl ik een jonger broertje heb van veertien. Ik hoor van steeds meer mensen dat ze last krijgen van de crisis. Ik zou wel willen zeggen dat ik denk dat alles goed komt, maar om eerlijk te zijn geloof ik dat niet. Ik denk niet dat we er snel uit gaan komen. Om eerlijk te zijn heb ik weinig hoop.’

OM ALLES nog wat somberder te maken, is Griekenland in de afgelopen vijf jaar overspoeld met immigranten. Het begon met Albanezen en Bulgaren die werk kwamen zoeken, maar daar kwamen tienduizenden Afghanen, Pakistanen en andere Aziaten en Afrikanen bij. Griekenland is voor hen de toegangspoort naar Europa, maar velen blijven er hangen of zijn door andere EU-landen naar Griekenland teruggestuurd. Het Griekse asielsysteem is inmiddels bezweken onder de toevloed; immigranten worden er stelselmatig maandenlang in cellen opgesloten en duizenden proberen in Athene iets op te bouwen.
‘Wie had gedacht dat delen van de hoofdstad zouden lijken op miserabele getto’s’, sombert de kwaliteitskrant Kathimerini. En het is niet overdreven: de straten van de stad waar Aziatische drugsbendes de scepter zwaaien zijn zeer intimiderend territorium geworden.

Het versterkt het crisisgevoel bij veel Grieken. ‘Er is veel woede in Griekenland’, zegt hoogleraar Loukas Tsoukalis. ‘Ik vrees dat er een catharsis moet komen, een symbolische reiniging. Daarvoor zullen mensen publiekelijk moeten worden gestraft. Want nu is het zo dat mensen niet begrijpen waarom zij de pijn moeten dragen, terwijl er de afgelopen jaren niet één persoon is gestraft voor grootschalige corruptie, zwendel of wanbestuur.’

Integendeel: in Griekenland is er voor iemand die zich handig heeft betoond in het spel altijd wel een plekje. Zoals voor ‘De Magiër’, het hoofd van het Griekse Bureau voor de Statistiek, die het land via eindeloze cijfermanipulaties de euro in kreeg. Hij is bezoldigd onderzoeker bij Iobe, de onderzoeksstichting voor economie die zo de loftrompet steekt van liberalisering. En als er wél een onderzoek komt, valt er altijd wel iemand om te kopen of slepen de rechtszaken zich tot vijftien jaar voort. ‘Mensen geloven dat er straffeloosheid bestaat in dit land’, zei premier Papandreou toen de onthullingen over de staatscorruptie vorig jaar elkaar opvolgden. De minister van Justitie ontkende het. Maar tot nu toe is het wel zo.