Afghaanse arbeiders verpakken granaatappels voor de verkoop op een plantage bij Kandahar, 9 oktober 2022 © Javed Tanveer / AFP / ANP

Zou zoiets voor de Taliban niet behoorlijk suïcidaal zijn: de rest van de wereld tegen de haren in strijken terwijl het land op het punt van instorten staat? Natuurlijk. Maar het punt is: de economie van het land staat er juist relatief goed voor. Ik besef dat die stelling tot cognitieve dissonantie kan leiden. Het axioma van de ‘economische ineenstorting’ is ons door de VN en de media al anderhalf jaar zo hevig ingepeperd dat je het moeilijk krijgt als je de lokale situatie heel anders presenteert. En, ja, het klopt dat een grote groep Afghanen in armoede is vervallen. En, ja, het klopt ook dat de voedselhulp van de VN voor het land van groot belang is. De afgelopen twaalf maanden zag de VN zich zelfs genoodzaakt om zo’n twee miljard dollar in cash het land binnen te brengen om allerlei hulporganisaties draaiende te houden. Maar dit neemt niet weg dat het macrobeeld toch redelijk rooskleurig is.

Afgezien van twee pockets (Panjshir-vallei; regio Jalalabad) is er sinds anderhalf jaar vrede in het land. Niet de vrede waar wij als westerse alliantie op hoopten, maar er heerst wél vrede, in de zin van: de wapens zwijgen. Dit heeft geleid tot totaal nieuwe handelsstromen. Ik heb vorig jaar zes weken kriskras door het land gereisd (om oude, Afghaanse, islamitische verhalen te verzamelen) en zag overal lange slierten vrachtauto’s, zelfs op geïsoleerde binnenwegen. Tijdens het ancien régime van Ashraf Ghani was zoiets ondenkbaar. Enkele weken geleden sloten Pakistan en Oezbekistan zelfs een akkoord over transito-vrachtverkeer via Afghanistan.

Wat doe je als Afghaan als je écht een economische ineenstorting verwacht? Je probeert al je lokale geld, je ‘afghani’s’, als de wiedeweerga om te zetten in euro’s of dollars. Maar het beeld is heel anders. Al sinds april vorig jaar is de afghani stabiel gebleven en na een korte, heftige verkoopgolf vlak na de val van Kaboel is de nationale munt tegenover de euro zelfs twintig procent in waarde gestegen.

Het land is als sanctie buiten het normale internationale bancaire systeem geplaatst. Maar die klap is voor een groot deel gecompenseerd via hawala − het informele geldverkeer dat we ook van Somalië kennen. Op de hawala-markten van Kaboel en de grote provinciesteden is de gezamenlijke dagelijkse omzet nu meer dan honderd miljoen dollar. Met hawala kun je weliswaar geen jumbojet kopen of een stuwdam financieren, maar een geldtransactie voor de import van, laten we zeggen, veertig vrachtwagens diesel uit Iran is binnen een kwartiertje uitgevoerd. Supermarktjes, ook in de provinciesteden, barsten vaak zowat uit de voegen.

Supermarktjes, ook in de provinciesteden, barsten vaak zowat uit de voegen © Robbert van Lanschot

Dankzij de vrede wordt nu, voor het eerst, serieus werk gemaakt van een al veertig jaar oud, destijds door het Amerikaanse oliebedrijf Unocal bedacht megaproject – een gaspijpleiding van Turkmenistan via Afghanistan naar Pakistan en India. Landmeters zijn begonnen met het uittekenen van het precieze traject door het relatief vlakke westen van Afghanistan.

Vanuit het noorden van het land rijden dagelijks honderden vrachtauto’s met steenkool naar de elektrische centrales van Pakistan. De prijs van die steenkool is, mooi meegenomen, dankzij de energiecrisis inmiddels meer dan verdubbeld. Zonder de precieze omvang te kennen, weten we dat het land enorme hoeveelheden goud en saffraan (‘het rode goud’) naar Dubai exporteert. De afgelopen twaalf maanden ging zo’n vijfhonderdduizend ton talk naar Pakistan. In Afghanistan heb je in het oosten van het land een bergketen – de Spin Ghar – die uit vrijwel niets anders dan talk bestaat. Je zet er een grote industriële zaag in en hupsakee: kassa! Ook de babypoeder van Johnson & Johnson – veel lieve moeders en vaders zullen dat niet beseffen – bestaat uit vermalen Afghaanse talk.

Enkele dagen geleden werd door de regering in Kaboel een concessie met een Chinees oliebedrijf ondertekend voor de exploitatie van het noordelijke Amu Darya-bekken waar tachtig miljoen vaten winbare olie in de grond zitten. En Chinese ondernemers – nu in het straatbeeld nog nauwelijks aanwezig – azen op iets nog veel belangrijkers, iets waar ook de VS, tevergeefs, heel erg in geïnteresseerd waren: Afghanistans ‘rare earth minerals’. Volgens Amerikaanse schattingen zou de waarde daarvan tussen de één en drie triljoen dollar liggen.

Dan zijn er ook nog kwalijke, maar voor de economie nuttige geldstromen. Tegen de belofte in hebben de Taliban de papaverproductie niet aan banden gelegd. En er is nu ook een twinkelende nieuwe ster aan het Afghaanse narco-firmament: crystal meth. In grote delen van het land groeit de ephedrastruik, die de grondstof vormt voor de minuscule, makkelijk te smokkelen schilfertjes van dit levensgevaarlijke genotsmiddel.

En zelfs het luchtruim werkt mee. Voice of America constateerde onlangs een snelle toename van het aantal overvliegvergunningen. Op flightradar.com kun je de betreffende luchtvaartmaatschappijen zien. Ze doorkruisen het land hoog boven de al genoemde Panjshir-vallei. Ook onze KLM doet eraan mee, met dagelijkse retourvluchten van Amsterdam naar New Delhi en van Amsterdam naar Bangkok.

Geen van de hierboven genoemde ontwikkelingen zijn, op zichzelf genomen, genoeg om een economisch rooskleurige toekomst te voorspellen. Maar als je alles bij elkaar optelt, zie je dat de Taliban zich wel degelijk tevreden in de handen kunnen wrijven en de komende jaren de internationale gemeenschap, tot en met een boze Veiligheidsraad aan toe, kunnen trotseren.

Helaas is er een groot cohort voor wie dit een uiterst wrange situatie is: de vrouwen van Afghanistan. De veelgehoorde stelling dat ‘vrouwen niet meer mogen werken’ is overigens te categorisch. In dorpen diep in het binnenland, met name in het grote zuidelijke Pasjtoen-gebied (tevens het kerngebied van de Taliban), werken miljoenen vrouwen en meisjes gedwongen mee op het land. Dat deden ze altijd al. Zonder veel te kunnen zien door het rastertje van hun blauwe boerka helpen ze, gehurkt in lange rijen, sikkeltjes in de hand, bij het binnenhalen van de oogst of bij het uittrekken van onkruid. Ja, van de Taliban mogen ze gewoon meedraaien in het arbeidsproces, maar een triester lot is moeilijk denkbaar.

Robbert van Lanschot publiceerde onlangs De tand van de profeet, over relieken van de profeet Mohammed. Hij werkt nu aan een boek over oude islamitische verhalen uit Afghanistan