Ecoparadijs Costa Rica en de baggerinvasie van de buren

San José - Sinds het leger van Nicaragua eind oktober een vlag plantte in (of net buiten) buurland Costa Rica, zijn de nicas en de ticos verwikkeld in een slepend grensconflict dat de kwetsbaarheid onderstreept van het pacifistische toeristenparadijs dat Costa Rica nu nog is.

Het begon met een baggerproject in het grensgebied, waarbij Nicaragua vijftig militairen meezond. Normaal gesproken beantwoordt een Centraal-Amerikaans land zo'n provocatie met het sturen van eigen soldaten. Probleem is echter dat Costa Rica al ruim zestig jaar geen leger meer heeft. En toeval of niet: sinds die tijd is Costa Rica, anders dan de buurlanden, nimmer ten prooi gevallen aan burgeroorlogen of andere ernstige politieke instabiliteit.

In 1948 sloeg de toenmalige president José Figueres Ferrer met een slaghamer een muur aan stukken, wat de afschaffing van het leger moest symboliseren. Sindsdien heeft het land naast politieke rust ook relatief veel economische voorspoed gekend en is het een toeristische trekpleister geworden. Bijna een kwart van Costa Rica is inmiddels omgetoverd tot beschermd gebied of nationaal park, wat zowel ecotoeristen als Amerikaanse pensionados trekt. Costa Rica wordt nu gezien als het meest ontwikkelde land in Centraal-Amerika. Buurland Nicaragua steekt daar schril bij af: het armste land uit de regio. Een groeiende stroom nicas stak daarom de afgelopen jaren de grens over om vaak laagbetaald werk in het buurland te doen. Costa Rica heeft inmiddels zijn immigratiewetten aangescherpt om de stroom nicas een halt toe te roepen.

Nicaragua’s president Daniel Ortega was slim genoeg om daar niet naar te verwijzen; hij verklaarde de activiteiten van zijn leger langs de grens met Costa Rica als noodzakelijk in de strijd tegen Mexicaanse drugskartels in de regio. De pacifistische droom van Costa Rica lijkt in dit klimaat moeilijk te handhaven. Hoewel de terugkeer van een leger voor de Costa Ricanen onbespreekbaar is, krijgt de grenspolitie meer schiettuig, mijmerde de Costa Ricaanse minister van Buitenlandse Zaken over een ‘militaire politiemacht’ en werd de Amerikaanse kustwacht gevraagd ‘assistentie te verlenen’ tegen drugshandel. Het lijkt er zo op dat Costa Rica ‘de muur’ die in 1948 werd afgebroken via omwegen weer aan het optrekken is. Het internationale gerechtshof in Den Haag buigt zich ondertussen over de soldaten, hun vlag en hun baggerschip.