Ecuador wil af van verderfelijke casino’s

Quito - La Mariscal, het toeristische hart van de Ecuadoriaanse hoofdstad Quito, is sinds het aantreden van president Rafael Correa in 2007 een stuk flitsender geworden: sportbars en biergartens zijn uit de grond gestampt om bezoekers te behagen. ‘De bestemming van Ecuador is het toerisme en de beste toeristische bestemming is Ecuador’, luidt de slogan van de regering.

Ondertussen is het land er voor rugzaktoeristen en de Ecuadorianen zelf niet veiliger op geworden. Ecuador is uitgegroeid tot een belangrijke alternatieve smokkelroute voor cocaïne, het aantal moorden nam in de afgelopen jaren toe en de overvallen in Quito worden steeds gewelddadiger. Het leger patrouilleert nu in de koude nachten in La Mariscal, dat het zwaarst getroffen is door de overvallengolf.

Maar het helpt weinig en dus moet nu een symbolische boosdoener worden geslachtofferd: Ecuador moet binnenkort casinovrij zijn. De gokpaleizen zouden broedplaatsen zijn voor criminaliteit en slecht zijn voor de jeugd. President Correa kreeg het voor elkaar door in mei een referendum te houden, waarmee hij volgens critici ook zijn grip op het rechtssysteem en de media verstevigde. Onlangs besloot Correa dat de casino’s haast moeten maken en over zes maanden dicht moeten.

Hoewel de casinovraag bij het referendum niet door iedereen serieus werd genomen, is er onrust ontstaan bij de eigenaren van de 51 legale casino’s en 121 illegale gokhallen nu de sluiting wordt doorgezet. Zij waarschuwen voor een kapitaalvlucht van tientallen miljoenen dollars. Maar het besluit past goed in de politiek van Correa en zijn Regering van de Burgerrevolutie. Hij werd bij zijn aantreden in één adem genoemd met Hugo Chávez en Evo Morales. Correa wilde namelijk af van de internationale financiële instituties en ‘de politiek teruggeven aan het volk’. Met de casinoban lijkt hij nu twee vliegen in een klap te slaan: ‘broeinesten van verderf en criminaliteit’ sluiten hun deuren en met het doven van de flikkerende casinolichtjes verdwijnt ook hét kapitalistische symbool bij uitstek uit het straatbeeld. En het moet gezegd, in een land waar 33 procent van de bevolking onder de armoedegrens leeft, is het beeld van bedelende indianen voor de luxe gokpaleizen een wrang gezicht.

En de ruim 5500 casinomedewerkers? Correa biedt een omscholingstraject aan zodat zij in andere takken van het toerisme aan de slag kunnen. Want ‘de magische amazone, de wonderschone stranden en de majestueuze berglandschappen’ zijn volgens de regering de zaken waar Ecuador zich op moet laten voorstaan.