Ecuador wordt per referendum een autoritaire staat

Quito - Is het een noodzakelijke volksraadpleging ter modernisering van het land of een fraai gecamoufleerde aanval op de democratie? Dat is in Ecuador de discussie in aanloop naar het referendum van 7 mei.

De bewoners van het Zuid-Amerikaanse land zeggen dan tegen tien voorstellen simpelweg ‘ja’ of ‘nee’. President Rafael Correa (48), aangetreden in 2007 en herkozen in 2009, vindt het referendum nodig om de rechterlijke macht te hervormen. Criminaliteit is in Ecuador een belangrijk issue en de rechters kunnen de stroom zaken niet aan.
Het referendum bevat ook twee voorstellen over de media, waar Correa vaak mee overhoop ligt. Zo moet er een orgaan komen dat toeziet op een ‘verantwoorde werkwijze’. Daarnaast wil Correa het eigenaars van mediabedrijven verbieden om actief te zijn in andere sectoren van de economie, om belangenverstrengeling te voorkomen. Zijn critici vergelijken de populist Correa - een econoom, afgestudeerd in Leuven en gepromoveerd in Illinois - al enige tijd met president Hugo Chávez van Venezuela. Beiden wonnen de verkiezingen dankzij proteststemmen en legitimeren alles wat ze doen uit naam van ‘het volk’. Op die manier heeft Chávez sinds 1998, via de geringe ruimte die de democratie hem bood, vrijwel alle macht naar zich toe getrokken en van het land een semi-autoritaire staat gemaakt. Er zijn wel verkiezingen, maar vooral om de illusie van democratie levend te houden.
Een van de voornaamste slachtoffers van Chávez was de pers, die nu dus ook in Ecuador onder vuur ligt. De media vermoeden in het referendum dan ook een opmaat naar censuur. Critici vrezen bovendien voor de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Ook dat is eerder gebeurd in Venezuela, waarover Amnesty International en Human Rights Watch de noodklok luidden.
De meeste Ecuadorianen lijken daarvan niet wakker te liggen: volgens een opiniepeiling zal de meerderheid alle referendumvragen met ‘ja’ beantwoorden. En om er zo veel mogelijk naar de stembus te krijgen, heeft Correa twee ‘lokvragen’ bedacht. De ene verbiedt het doden van dieren tijdens ‘publieke spektakels’ (lees: stierengevechten), de andere verbiedt gokspelen. Het idee van Correa is dat zijn landgenoten uit weerzin tegen die activiteiten massaal naar de stembus gaan en en passant ook ‘ja’ zeggen tegen de andere voorstellen; de meeste Ecuadorianen zullen de implicaties ervan niet begrijpen, maar vertrouwen op hun president.