Eduard Limonov, 22 februari 1943 – 17 maart 2020

Punker, agitator, vrouwenverslinder, homoseksueel, activist, politicus, dichter, schrijver – zonder scrupules verenigde Eduard Limonov het allemaal in zich.

Het boek van de Franse schrijver Emmanuel Carrère over het leven van de Russische schrijver en dichter Eduard Limonov kwam in 2011 met een denderende klap in de internationale bestsellerslijsten terecht. Ook ik heb deze biografische roman indertijd verslonden, en nu Limonov is overleden kan ik die niet meer vinden in mijn boekenkast. O ja, uitgeleend aan een vriendin, (natuurlijk) niet teruggekregen en elkaar daarvoor nu ontmoeten kan voorlopig niet.

Maar je kunt hem onmogelijk vergeten. Alles aan Limonov was onconventioneel, tegendraads en tegenstrijdig. Bizar. Een man die niet gemaakt was om in het keurslijf van de Sovjet-Unie op te groeien en ook niet kon aarden in de westerse wereld waar hij als subversieve undergrounddichter door de kgb begin jaren zeventig naartoe werd verbannen. En nadat hij in New York internationaal was doorgebroken met de schelmenroman Eto ja, Edicka (It’s Me, Eddie, in het Nederlands vertaald als De Russische dichter houdt van grote negers, naar een neukscène van de hoofdfiguur met een zwarte homo) en daar – na jarenlange armoede als bordenwasser en overhemdenstrijker – goed van kon leven, verliet hij begin jaren tachtig het ‘walgelijke, lege’ Amerika om zich te nestelen in de literaire kringen van Parijs.

Daar groeide hij net als in New York uit tot een cultheld van de jetset, en ook daar spuugde hij op den duur op. Hij haatte de poeha van de bourgeoisie en de kring Russische emigranten met hun zelfdweperij en gekoketteer met ‘de Russische ziel’. Die sfeer kende hij al uit zijn New Yorkse periode en zijn uitgeweken landgenoten had hij in zijn autobiografische boek beschreven als ‘een hoop melancholische nietsnutten, dromers en fantasten’. Zijn cynisme maakte hem er niet bepaald geliefd op. In 1991 keerde hij gedesillusioneerd terug naar de schoot van moedertje Rusland.

Dat Carrère, zoon van intellectuele ouders, in hem een gelaagde romanfiguur zag, is dus niet verwonderlijk. Ze ontmoetten elkaar voor het eerst in Parijs, Carrère als aanstormend journalist/schrijver en Limonov als verveelde dichter/schrijver/emigrant. In die tijd, vertelt Carrère in een interview, vond iedereen hem ‘sexy, grappig, slim, hij werd ieders favoriete barbaar’. Hij schetste hem als een combinatie van Michel Houellebecq, Lou Reed en Robert De Niro in de rol van Travis Bickle in Taxi Driver.

‘Sexy, grappig, slim: hij werd ieders favoriete barbaar’

Toen ze elkaar in Moskou opnieuw zagen, herkenden ze wel wat in elkaar: ze hielden van mooie vrouwen, drank en politiek. Maar daarmee hield het voor Carrère op. Hij vond Limonov te extreem en pervers. Limonov begaf zich nu in een punkscene met radicale, gewelddadige politieke aspiraties, die zich ophield rond het door hem opgerichte tijdschrift Limonka, dat in het Russisch handgranaat betekent. Ervaring met geweld had hij inmiddels ruimschoots opgedaan tijdens de oorlog in het uiteenvallende Joegoslavië. Hij streed mee aan de zijde van de Serviërs. Op YouTube is een filmpje te zien waarop hij in gezelschap van Radovan Karadžic vanaf een heuvel met een automatisch machinegeweer schiet op de straten van het belegerde Sarajevo. In deze rauwe masculiene omgeving legde hij de basis voor zijn politieke ideologie van de zuiverende werking van geweld, die moest leiden tot een panslavistische wereldgemeenschap.

In Moskou richtte hij daartoe de ultranationalistische Nationaal Bolsjewistische Partij op, door zijn aanhangers in de straten uitgedragen met een nazivlag waarin het hakenkruis was vervangen door een hamer en sikkel. Ze waren tegen Amerika, tegen het kapitalisme en voor het herleven van het precommunistische Russische rijk, een vorm van patriottisme die meer teruggekeerde dissidenten omarmden, zoals tot ieders verbazing Aleksandr Solzjenitsyn. Deze voor de westerse wereld verwarrende combinatie paste in het post-sovjet machtsvacuüm onder Boris Jeltsin. Alles stond op losse schroeven, Limonov genoot ervan maar stuitte later tegen de grenzen van het steeds strakkere regime van Poetin.

Hij belandde in 2002 in de gevangenis vanwege verboden wapenbezit en het opzetten van een illegale gewapende organisatie. Tussen de schurken en politieke gevangenen schreef hij Het boek van het water, goed ontvangen in de literaire wereld en met de nodige prijzen bekroond. Drie jaar later werd zijn partij verboden, en sloot hij zich aan bij Garry Kasparovs oppositieverbond Het Andere Rusland. Hij stelde zich zelfs kandidaat voor de Russische presidentsverkiezingen van 2012 met programmapunten als goedkope woningen voor iedereen en de nationalisering van grondstofbedrijven. De klok moest weer terug naar een tijd die hij zelf had ervaren als een knoet.

Zonder het boek van Carrère zou Limonov waarschijnlijk een van de vele vergeten exil-schrijvers zijn. Weliswaar met een redelijk succesvol oeuvre, maar eerder als zedenschets dan vanwege grote literaire kwaliteit. Gelukkig is zijn pad vastgelegd door een schrijver uit de Franse bourgeoisie. Hoe hij zich ruziemakend in steeds wisselende kringen begaf, ideologisch switchte van radicaal-links naar radicaal-rechts, en wanneer hij ergens was geland onmiddellijk de kont tegen de krib gooide. Als een dolende ziel van de grillige Russische geschiedenis.