Edwin

Over dunne types met een lange neus en een uitstraling die steunt op kalmte en betrouwbaarheid.

Nederland is in de kwartfinale van het EK 2008 uitgeschakeld door Rusland. © ANP Photo / Marcel Antonisse

Ik heb weleens gezegd dat Edwin van der Sar mijn laatste halte was – waarna ik bij vrouwen aanbelandde. Maar dat is niet zo: na Van der Sar ben ik ook nog even verschrikkelijk verliefd geweest op mijn buurman. Hete Herman was zijn naam en het leukste aan hem vond ik dat hij zo op Edwin van der Sar leek. Eigenlijk ben ik Van der Sar blijven zoeken in al mijn verdere geliefden: dunne types met een lange neus, vergezeld door een uitstraling die steunt op kalmte en betrouwbaarheid.

Het is wat Rio Ferdinand, verdediger en oud-ploeggenoot van Van der Sar, de kijker vertelt in de documentaire die afgelopen week over hem uitkwam: ‘The one thing about Edwin was: he gave confidence and calmness.’ Precies waar een verdediging behoefte aan heeft, verduidelijkt Ferdinand, wanneer de boel onder druk staat en je tegen een dreigend verlies aankijkt. Zelf was ik veertien toen mijn hart vlam vatte voor Van der Sar – een leeftijd waarop het verdere leven inderdaad op een verlies lijkt uit te draaien, en vrijwel ieder aspect van je persoon de nodige druk ervaart.

Om die reden geen toeval, vermoed ik zo, dat het in de zomer van die akelige tweede klas naar de zenuwslopende derde was waarin ik eindelijk iets van houvast vond. Het was 21 juni 2008, de avond dat we door Rusland werden uitgeschakeld op het EK. Van der Sar nam huilend afscheid van zijn Nederlands Elftal, en ik dronk voor het eerst bier. Te midden van half betraande, in het oranje geverfde gezichten, die me vertelden dat dat het enige medicijn was. Maar het was daar, in de droeve rotzooi van het Muntplein, dat ik me realiseerde: zo had Edwin het niet gewild. Alcohol is geen antwoord op verdriet – het antwoord is eenvoud en discipline.

In de jaren daarop heb ik mijn met drank en drugs experimenterende vrienden links laten liggen, en wanneer ik dan toch een keertje meedeed, wisten ze niet hoe snel ze weg moesten komen, want eenmaal onder invloed had ik maar één onderwerp: Edwin, en zijn neus. Vandaar dat ik me na verloop van tijd maar tot het internet richtte, waar ik andere fans ontmoette op speciale fora over Van der Sar. Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat we met een stuk of vier waren, maar onze gebundelde krachten leidden tot grootse resultaten: een mega-map met wel zevenhonderd foto’s van Edwin, en steeds moeilijker wordende quizzen over de trivia uit zijn leven.

Alle vier kwamen we uit heel andere delen van de wereld, en los van onze verliefdheid deelden we nog één ander feit: geen van ons had hem ooit ontmoet. Competitief als ik ben, was ik erop gebrand de eerste te zijn die dat op haar conto kon schrijven. Ik was alweer twee jaar smoorverliefd toen dat moment voor het eerst dichtbij leek te komen. Met mijn ouders bezocht ik Manchester, de stad waar hij toentertijd speelde. En ik weet het nog heel goed: de derde avond van ons verblijf schreeuwde mijn vader plots ‘hebbes!’ en hield al zittend achter zijn laptop een gebalde vuist omhoog. Via gemeentelijke formulieren had hij zijn adres ontdekt, waarna we de volgende ochtend met knikkende knieën in onze huurauto stapten.

We kwamen aan in de sjiekste buurt van Manchester, waar we eerst nog iets geprobeerd hebben te eten. Geprobeerd, want zowel mijn vader als ik kregen inmiddels geen hap meer door onze keel. Mijn moeder, toch al niet gecharmeerd van deze hele onderneming, stal er vervolgens nog alle suikertjes uit, uit rancune over de torenhoge rekening. Maar dit is wat we aantroffen: heggen, heggen en nog eens heggen. De hoogste heggen uit mijn leven heb ik daar mogen waarnemen, maar geen glimp van een huisnummer, huis of bewoner zelf.

Toch schuilt geluk soms in een klein hoekje. Een paar maanden later typte ik, zoals iedere namiddag, zijn naam in bij Google News Feed. Ik stuitte op een bericht van de Noordwijker, de krant van Noordwijk, waarin stond dat Van der Sar in het nabijgelegen Voorhout een speeltuin zou openen. Vraag me niet waarom, maar de avond van tevoren heb ik verschrikkelijk veel gedronken. Misschien uit spanning; misschien als laatste daad van verzet. Met bonzende hoofdpijn ben ik de ochtend daarop in de trein gestapt, bijgestaan door mijn beste vriendin.

Toen we aankwamen sloeg ze haar arm om me heen, en zijn we op mijn verzoek op een heuvel gaan zitten op gepaste afstand van de speeltuin. Als je echt heel verliefd bent, wil je soms liever niet te dichtbij komen. Eerst zagen we alleen kinderen, en toen was hij er opeens: zijn lange slanke gedaante, en, jawel, zijn neus. Vervolgens heb ik eigenlijk niets meer gezien, want ik moest zo hard huilen dat mijn tranen het zicht belemmerden. Om de een of andere reden heb ik het mijn vriendinnen van het forum nooit verteld. Misschien omdat ik begreep dat je, als je echt heel verliefd bent, het liefst een heg aantreft – voorzien van de nodige houvast.