Voetbaltaal Nederland-Denemarken, 2-0

EEEEEEEEELIAAAAAAA

WE KIJKEN NIET NAAR VOETBAL voor de verslaggeving maar deze keer zet ik een recordertje bij de tv en neem alles op. Frank Snoeks is de commentator, hij doet het natuurlijk nooit goed, dat is zijn tragiek, maar hij lijdt er niet onder. Hij praat dwingend en precies, op hogere toon dan normaal, maar met ‘normaal’ bereik je niks in de commentaarwereld. Hij weet dat hij een weerkaatser is van de kijkersziel. Hij wil niet gehaat zijn, maar al te geliefd is weer buurmans gek. Hij mag niet opvallen, dan richt de volkswoede zich op hem en heeft hij het gedaan. Grappige woordspelingen, cynismen, dolle uitroepen vermijdt hij. Last van stopwoorden ('eigenlijk’, 'dus’, 'nogal’) heeft hij niet en dat is knap. Als Nederland slecht speelt, laat hij dat niet al te duidelijk merken. Wij zitten na een minuut of vijftien al krachtig te klagen over het onduidelijke en overspannen gedraaf van Wesley Sneijder, die voortdurend de bal ophaalt, daarmee anderen in verlegenheid brengt (dat was niet afgesproken), verschrikkelijk slechte vrije trappen neemt en ook nog een veel te strakke stresskop heeft. Snoeks merkt het ongetwijfeld ook op, maar zwijgt bescheiden. Aan dit zwijgen zit niets malicieus, hij zwijgt om ons de gelegenheid te geven flink te kankeren. Hij wil graag onze ziel weerspiegelen maar klagen dat doe je maar bij je moeder thuis.
Zijn taalgebruik is klinkend en kleurrijk, hij begint zo: 'Als je Nederland de kampioen van de voorbereiding noemt met klaterende overwinningen op Mexico, Ghana en Hongarije, kun je Denemarken wel de degradant noemen van de voorbereiding maar dat telt nu allemaal niet.’ De degradant van de voorbereiding! Tot mijn spijt gebruikt hij zelden het voetbalcliché. 'Hij ging voor de bal’, 'de pass dwars door het midden’, 'hij wierp zich met ware doodsverachting voor de linksbuiten’, het komt niet over zijn lippen. Een keer horen we hem zeggen: 'Dit is wat de wedstrijd gebruiken kan, een doelpunt.’ En hij looft regelmatig de werklust van Kuijt, wat langzamerhand ook tot de gevleugelde woorden van de Nederlandse voetbaljournalistiek behoort. Mooi is dat hij het over 'een stief kwartier’ heeft als er nog ruim een kwartier te gaan is. En hij introduceert een nieuwe voetbalterm: volgens hem hebben Zuid-Afrikaanse voetbalfans een voorkeur voor 'tikkie-tikkie-voetbal’, iets wat Nederland vandaag niet laat zien. Hij heeft ook grappen. Zo zegt hij dat vuvuzela’s die niet langer zijn dan een meter gelukkig nog steeds zijn toegestaan en wanneer een paar Denen elkaar op het veld niet begrijpen zegt hij: 'Zou het door het getoeter komen? Je moet er toch van uitgaan dat de Denen dezelfde taal spreken, een moeilijke taal, maar de Denen beheersen het.’
Je kunt als je televisie kijkt natuurlijk makkelijk zonder verslaggeving, maar voor de radio ligt dit anders. Daar zie je niks bij. Al jarenlang maken Bas Ticheler en Jack van Gelder van deze tak van journalistiek een vorm van hogere spreekkunst waarbij zij iconen als Han Hollander, Dick van Rijn en Theo Koomen ver achter zich laten. Ja, natuurlijk, de zinnen gaan soms wel eens mis, net als in de gewone spreektaal, maar de snelheid van hun tekst, hun ongeremde pogingen het onzichtbare zichtbaar te maken, het geratel zonder 'hm’s’ en 'eh’s’. Het is taalkunst van hoog niveau. Probeer het volgende fragment, letterlijk zo door Jack van Gelder op de radio uitgesproken tijdens Nederland-Denemarken, maar eens binnen vijftig seconden duidelijk en enthousiast te zeggen, met goeie klemtonen en voorzien van de juiste spanningsboog: 'Van der Vaart heeft balbezit, heeft ’m gegeven richting centraal. Heitinga, dan Mathijsen, tien meter voor de middenlijn, terwijl de bal nu naar de rechterkant gaat wat Nederland betreft. Kuijt kan er niet bij komen, de bal wordt over de zijlijn gekopt, en dan kan Kuijt direct weer de bal opvangen, Poulsen was dat, die de bal over de zijlijn kopte en Nederland heeft halverwege de helft van Denemarken aan de rechterkant van het veld balbezit. Met Van der Wiel de inworp, in de voeten bij Sneijder, Sneijder naar Van der Wiel, van der Wiel tussen een paar mensen in, draait ’m d'r even uit. Van Bommel zal ongetwijfeld de bal naar de linkerkant brengen, dat doet ie ook. Via Mathijsen naar Van Bronckhorst. Van Bronckhorst, ter hoogte van de middenlijn, weet dat Rommedahl tegenover hem staat, gaat de lange bal spelen, doet ie niet, speelt hem naar de linkerkant van het veld maar doet het onzorgvuldig. Niet te belopen door Van Persie, die zegt van jammer, maar dit zal de eerste keer zijn en niet de laatste keer zijn, want als je een bal aanspeelt die niet helemaal in de voeten is op een of andere manier toch door de hoogte waarop de eerste wedstrijd gespeeld wordt, 1700 meter hoogte, iets meer snelheid krijgt dan je normaal verwacht. Inworp voor Denemarken, via de rechtsback Jacobsen die de bal in de richting van de middenlijn gooit. Daar komt ie niet in een Deense voet terecht. Opgepikt door Van Bommel in de middencirkel die wat gaat lopen met de bal, de bal inlevert bij Sneijder.’
En bij het tweede doelpunt gooit Frans Snoeks volkomen terecht alle afstandelijkheid ineens helemaal van zich af. 'Eeeeeeeliaaaaa’ schalt het door de kamer!