Eef brouwers

‘Een goudhaantje’, noemt een ex-collega hem. Eef Brouwers heeft succes in alles wat hij doet. Dat magische vermogen zal hij in zijn nieuwe functie wel nodig hebben, want het hoofddirecteurschap van de RVD is een onmogelijke job.
‘DE JOURNALISTIEK, dat is mijn wereld’, zei Eef Brouwers tegen het Nieuwsblad van het Noorden toen hij die krant al jaren de rug had toegekeerd. Als directeur van de Philips persdienst gaf hij wel vaker te kennen zich nog steeds journalist te voelen. En soms, wanneer hij vanaf kantoor opbelde, vergiste hij zich en zei: ‘Ik ben op de krant.’ De financiele journalisten voor wie hij bij Philips ruim twaalf jaar persconferenties organiseerde, noemde hij dan ook ‘mijn bloedbroeders’.

Voor Eef Brouwers ligt er geen kloof tussen de beroepen voorlichter en journalist, hooguit een vage grens. En in dat schemergebied voelt hij zich thuis. Terwijl voorlichters en journalisten zich doorgaans tot elkaar veroordeeld voelen en de vaak onvermijdelijke samenwerking met stramme mond tot een goed einde trachten te brengen, ziet Brouwers het sportief: ‘Het is net als bij voetballende partijen. Die willen alletwee leuk voetballen, al probeert de een van de ander te winnen. Maar daarna moet je toch een pilsje kunnen gaan drinken.’
De toekomstige hoofddirecteur van de Rijksvoorlichtingsdienst spreekt graag in voetbaltermen. Zijn nieuwe baan noemt hij 'een buitenkans’, alsof hij 'als speler van Ajax opeens naar AC Milan mag’. De functie lijkt hem 'ongemeen boeiend’: 'Ik raak betrokken bij dingen die voor het hele land van belang zijn.’ Maar, zo benadrukte hij in de reactie op zijn benoeming: 'Mij spreekt er vooral in aan dat ik, net als bij Philips, in een positie kom waarin ik met de journalistiek werk.’
EEF BROUWERS (Zwolle, 1939) maakt op zijn zesenvijftigste nog een forse promotie. De koninklijke benoeming tot hoofddirecteur van de Rijksvoorlichtingsdienst - waarbij het staatshoofd over een vetorecht beschikt - is de kroon op een voorbeeldige carriere, die hij naar eigen zeggen nauwelijks bewust uitstippelde. 'Ik heb veel verschillende banen gehad en daarbij heb ik zeker wel eens geluk gehad’, zei hij eens. 'Dan stond er een deur open en ik stond er toevallig voor.’
In 1956 - vers van de HBS in Groningen - begon Brouwers als journalist bij de toenmalige Nieuwe Provinciaalse Groninger Courant. Na drie jaar stapte hij over naar het Nieuwsblad van het Noorden, waar hij het Groningse nieuws versloeg. Hij werkte mee aan radioprogramma’s van Minjon, de jeugdomroep van de Avro, en rolde zo in het serieuzere omroepwerk bij Avro’s Radiojournaal. Ook presenteerde hij een paar jaar het familieradioprogramma Mobiel, met de ondertitel 'een degelijk programma van en voor de degelijke mens’.
Brouwers was degelijk. Een goed journalist, een geachte collega en ook nog gezegend met een representatief uiterlijk. Echt een televisiehoofd, moet de redactie van het NOS-journaal hebben gedacht. Daar kwam hij te werken onder Ed van Westerloo als redacteur en presentator, en in die viereneenhalf jaar kreeg hij met zijn gedistingeerde gezicht en dito stropdassen heel wat huwelijksaanzoeken over de post.
'De kick van een miljoenenpubliek zal ik wel missen’, zei hij toen hij in 1977 wegging bij het NOS-journaal. Terug naar Groningen, waar het Nieuwsblad van het Noorden hem in de hoofdredactie wilde hebben. Hij maakte er geen geheim van dat het geboden salaris een belangrijke rol speelde bij zijn besluit.
'Hij was hoofdredacteur in een moeilijke tijd’, memoreert Ger Vaders, die Brouwers had voorgedragen en vier jaar met hem samenwerkte in de hoofdredactie. 'In die periode heeft hij de sfeer opgekrikt en de problemen opgedweild. Toen hij naar Philips ging, was alles weer pais en vree op de krant.’ Philips kon natuurlijk nog meer betalen, en toen eens bij toeval bleek dat het goed klikte tussen Brouwers en Wisse Dekker, de toenmalige president van Philips, kon Brouwers in 1983 aantreden als directeur van de Philips persdienst. De journalist was voorlichter geworden.
Als Journaal-presentator en 'bekende Nederlander’ had Eef Brouwers al geleerd zijn eigen mening voor zich te houden. Een vorm van diplomatie die in het voorlichtersvak goed van pas komt, al manifesteerde Brouwers zich niet als een propagandist die al te weetgierige journalisten bij voorkeur afhoudt. In de jaren tachtig stond hij bij Philips samen met Wisse Dekker de pers te woord met enthousiasme en uitzonderlijke openheid. 'Hij weet precies wat journalisten willen, maar staat tegelijkertijd ook voor zijn principalen’, luidt het waarderende oordeel vanuit de journalistiek.
Maar Philips-president Jan Timmer brak met die nieuwe traditie door de contacten met de pers weer tot een minimum te beperken. Toen de operatie Centurion aan het publiek moest worden verkocht, was het bovendien meestal Timmer zelf die het woord voerde. Brouwers had zich dan te houden bij een kort 'geen commentaar’, wat hem moet hebben gespeten: de contacten met journalisten van verschillende nationaliteiten noemde hij meermalen het leukste aspect van zijn werk.
Uit het beeld dat anderen desgevraagd van hem schetsen, komt dan ook een sociaal vaardig mens naar voren. Hij wordt aardig, attent en geinteresseerd genoemd en moet over een groot gevoel voor humor beschikken. 'Ik heb veel sympathie voor hem’, zegt Vaders. 'Hij roept nooit conflicten op. Maar ik kan me voorstellen dat hij met een bulldozer als Timmer niet goed uit de voeten kon.’
'Ik kan alleen maar positief over hem zijn’, zegt ook oud-collega Rob de Vries, nu plaatsvervangend hoofdredacteur van het Nieuwsblad van het Noorden. 'Een uiterst beminnelijk mens, en vroeger een uitstekend journalist. Hij weet wat er onder zijn klanten leeft.’
Ook in het zuiden des lands is men tevreden over hem. Burgemeester Van der Lee van het Limburgse stadje Thorn barst uit in een ware lofzang bij het horen van de naam Brouwers, die sinds 1982 voorzitter is van de Vereniging Vrienden van Thorn. 'Hij heeft ervoor gezorgd dat het radio- en grammofoonmuseum van Philips naar Thorn kwam’, zegt Van der Lee trots. 'Anderen zouden allang gezegd hebben: daar heb ik geen tijd meer voor. Maar hij, die daar naast Timmer over miljoenen praat, pakt gewoon de telefoon om mij voor te stellen: Laten we gaan sparen voor een carillon.’
HET WORDEN DRUKKE tijden voor Eef Brouwers. Net als in de tijd dat Wim Kan spottend van de 'Rijksverlovingsdienst’ sprak, is ook nu veel koninklijk nageslacht op de huwbare leeftijd. En de voornaamste taak van de hoofddirecteur van de RVD bestaat uit het voorlichten over en het 'gevraagd en ongevraagd’ adviseren aan het Koninklijk Huis. In de schaduw van de macht doet hij verder de woordvoering namens de minister-president en de ministerraad.
De vraag is of Brouwers’ komst tot meer openheid bij de RVD zal leiden. RVD-verklaringen over de wederwaardigheden van de Oranjes zijn niet zelden beperkt tot de standaardzin: 'Over prive-aangelegenheden geven we geen informatie.’ Dat betreft dan meestal iets wat de RVD niet aan de majesteit durft te vragen.
Wellicht wordt er inderdaad naar meer openheid gestreefd en is daarom RVD-directeur en plaatvervangend hoofddirecteur Jaap van der Ploeg gepasseerd voor de functie. Hij gold lange tijd als een belangrijke kandidaat voor het hoofddirecteurschap en zou zelf ook op die post hebben gerekend, maar hij staat bekend als een afhoudende man. Met de kenmerkende diplomatie laat de RVD echter slechts weten: 'Brouwers was op dit moment de beste man op deze plaats.’ Van der Ploeg zal met Brouwers moeten samenwerken, wat hij in het verleden al heeft gedaan bij het NOS-journaal.
'Brouwers is iemand die dingen kan gladstrijken en dat gaat hem vrij natuurlijk af’, zegt Ger Vaders. 'En dat zal hij nodig hebben, want hij krijgt bij de RVD natuurlijk een onmogelijke job.’ Hij herinnert zich dat de man die binnenkort persoonlijke contacten onderhoudt met de Oranjes 'niet zonder ijdelheid’ is: 'Hij vond het wel mooi om bewonderd en herkend te worden. Bij zijn afscheid van het Nieuwsblad van het Noorden heb ik hem een goudhaantje genoemd. Overal waar hij komt, glittert en schijnt hij wel even.’