Een aandachtige blik

Italo Calvino
Marcovaldo of De seizoenen in de stad
Uit het Italiaans (Marcovaldo, 1963) vertaald door Linda Pennings
Atlas, serie De twintigste eeuw,
159 blz., euro 10,-

Marcovaldo is met zijn realistische jaren-vijftigverhalen een heel ander boek dan de titels waarmee Calvino (1923-1985) hier bekend geworden is, zoals De onzichtbare steden of Als op een winternacht een reiziger. Een aardige vergelijking zou die zijn met een ander boek over één man, Palomar, in Palomar van twintig jaar later (1983). Palomar is waarnemer en beschouwer, hij leest dingen en situaties en beleeft ze van zekere afstand; Marcovaldo beleeft de dingen die hem overkomen direct, maar hij lokt de situaties wel uit door zijn nieuwsgierigheid. Een niet gering verschil is dat hij een gezin met zes kinderen heeft en in een souterrain of zolderkamer moeite heeft het hoofd boven water te houden. Niet alleen door dat grote gezin ruiken de verhalen naar de jaren vijftig. De arbeider mag soms de moed voor alledag ontberen, hij houdt oog voor het wonderbaarlijke. Dat betreft vooral de spaarzame sporen van natuur in de stad. Bij een tramhalte groeien paddestoelen, niemand ziet ze behalve magazijnbediende Marcovaldo. Hij neemt zijn kinderen, die niet weten wat paddestoelen zijn, mee om ze te plukken in het vooruitzicht van een feestmaal. In een verpieterde plant op zijn werk herkent hij een lotgenoot. Als het regent neemt hij de pot mee naar buiten en zet hem achter op zijn brommer – zijn kinderen denken dat het een kerstboom is. Regen en aandacht zijn groeizaam: ten slotte rijdt Marcovaldo verder onder het bladerdak van een enorme boom. Kleinigheden groeien ook onder een aandachtige blik. Het gezin ontdekt het genot van het consumeren: in een supermarkt laadt elk een karretje vol dat voor sluitingstijd snel geleegd moet worden. Zo schreef Calvino twintig stadsverhalen, voor elk seizoen van vijf jaar één.
Dat hij de verhalen oorspronkelijk voor kinderen bedoelde, is niet zo verwonderlijk – het halve werk van Calvino zou voor kinderen uitgegeven kunnen worden. In de jaren vijftig verzamelde en bewerkte hij een groot aantal Italiaanse volkssprookjes. In die tijd schreef hij ook zelf drie lange fantastische fabels, later gebundeld als Onze voorouders. Marcovaldo is zo’n beetje de afsluiting van het realistische werk waarmee Calvino eind jaren veertig begon. Begin jaren zestig verhuisde hij voor twintig jaar naar Parijs, waar hij de speelse series schreef die hem tot een van de grote moderne schrijvers maakte – maar ook dat werk bleef sprookjesachtig.