Oeganda sluit onafhankelijk dagblad

Een aanslag op de pers

In Oeganda werd afgelopen week het onafhankelijke dagblad ‹The Monitor› door de regering gesloten. De krant zou verkeerde informatie hebben verspreid. Bericht vanaf de belegerde redactieburelen.

Kampala — Het gerucht dat in de Oegandese hoofdstad rondzingt, blijkt te kloppen. Het is donderdagavond, even na etenstijd, en regeringssoldaten en militaire politie houden volkomen onverwacht de redactieburelen van het onafhankelijke dagblad The Monitor bezet. Donker is het, maar tussen de vormeloze blokkendozen in het industriegebied van Kampala is duidelijk te zien dat ze met veel zijn gekomen. Zwaar met wapens behangen militairen — het zijn er rond de honderd — houden het kantoor omsingeld. Niemand die het pand uit mag. Niemand die erin mag.

Voor de deur staan nogal wat verslaggevers van andere kranten die erg graag naar binnen zouden gaan om meer zicht te krijgen op de toestand waarin hun collega’s zich bevinden. Verslaggevers van regeringskrant The New Vision bijvoorbeeld. Geen greintje leedvermaak over het lot van de meer onafhankelijk opererende collega’s. «Dit is een aanslag op de persvrijheid», verzucht een Vision-verslaggever. «Hoewel ik het vaak niet eens ben met wat The Monitor schrijft, is het ook voor ons belangrijk dat er concurrentie is. We hebben een andere krant nodig om scherp te blijven.»

Met zijn armen over elkaar staart de officier die de operatie leidt stoïcijns voor zich uit. Journalisten die hem vragen stellen, antwoordt hij slechts met de mededeling dat hij niet gerechtigd is iets te zeggen. Hij verwijst voor commentaar naar de woordvoerder van de legerleiding of naar de woordvoerder van president Museveni. Hij kan slechts beamen dat het Oegandese regeringsleger «nogal ontstemd» was over «een bericht» dat The Monitor «onlangs» bracht.

Dat bericht, weet iedereen, was het openingsnieuws van deze donderdagochtend. Betrouwbare bronnen in Gulu, het epicentrum van de voortdurende strijd in het noorden, hadden een van de lokale Monitor-correspondenten doorgeseind dat de UPDF (Uganda People’s Defense Forces, het regeringsleger) een gevechtshelikopter verloren zou hebben. Als gevolg van brandstoftekort, schreef de krant, of misschien wel door een adequate aanval van de Lord’s Resistance Army (LRA, «weerstandsleger van de heer») van rebellenleider Joseph Kony. De legerleiding ontkende het bericht in alle toonaarden, maar de krant leek zeker van zijn zaak. Het stuk verscheen prominent op de voorpagina. Met alle gevolgen van dien, blijkt nu.

Computers en servers worden het pand uit gedragen en in politiebusjes geladen. Wie probeert een Monitor-verslaggever per mobiele telefoon te bereiken, krijgt geen gehoor. Alle telefoons zijn in beslag genomen, de vaste lijnen ontkoppeld. Maar wat erger is: ook alle adresboekjes en aantekeningen zijn meegenomen. Morgen geen krant, zoveel lijkt duidelijk.

Terwijl de schrijvende redacteuren nog altijd gegijzeld worden gehouden, vervolgt Monitor FM, het aan de krant gelieerde radiostation, vanaf een andere locatie haar uitzendingen. Verbijsterde presentatoren houden de even verbijsterde inbellende luisteraars op de hoogte van de laatste ontwikkelingen. «Ze hebben onze aantekenboekjes meegenomen», treurt Andrew Mwenda, die voor zowel krant als radiostation werkt en net op tijd de redactieburelen in het industriegebied had verlaten. «Wat moeten ze ermee? Alles wat wij journalisten weten, brengen we in de openbaarheid. Dat is ons vak.» Hij maakt zich zorgen over de persvrijheid, maar ook over zijn collega’s. Ze hebben immers al uren niets kunnen eten of drinken. Ook vraagt hij zich af of collega Frank Nyakairu wel in veiligheid is. Nyakairu schreef het stuk over de helikopter en het ziet ernaar uit dat de politie naarstig naar hem op zoek is.

Het wordt vrijdag. En inderdaad: geen krant. De honderden veelal ongeletterde krantenverkopers in de straten van Kampala begrijpen niet helemaal waarom ze het vandaag maar met de helft van hun nering moeten doen. Ze slijten nog slechts de regeringskrant, die in een chocoladeletterdikke kop op de voorpagina het lot van de concurrentie brengt. Morgen, verzekeren de verkopers, dan is-ie er vast wel weer.

In Gulu, in het noordelijke oorlogsgebied, is inmiddels Frank Nyakairu gearresteerd. Voor het kantoortje van The Monitor in de stad discussieert een groepje werkloze reporters over de situatie. «Ze zullen hem toch niet martelen?» vraagt correspondente Ireen Nabwire zich vertwijfeld af. Woest is ze over het hoofdartikel van The New Vision. «Monitor moet excuses aanbieden», vindt de krant. «Maar Franks verhaal klopte», fulmineert Nabwire. «Er ís een helikopter neergestort. De president was gewoon op zoek naar een aanleiding om ons te kunnen sluiten.» Een paar weken geleden, vertelt Nabwire, was er in de barakken van de vierde legerdivisie in Gulu een ontmoeting van de president met de pers. «Daar dreigde hij al: nog één keer false news en we pakken jullie terug. De nationale veiligheid zou zogenaamd in het geding zijn. Het zal wel. Wij willen slechts onafhankelijk nieuws brengen over deze oorlog. En dan niet alleen over de successen van de UPDF, maar ook over wat er fout gaat.»

Het zal niettemin nog even duren voordat Ireen Nabwire en haar collega’s de pen weer ter hand kunnen nemen. Ook deze week zal er namelijk nog geen Monitor verschijnen, verzekert dinsdagmiddag een van de redactiechefs vanuit Kampala. Misschien volgende week, als het tenminste lukt vervangende computers te vinden. Met de regering-Museveni zijn gesprekken gaande over de toekomst. Ontkend wordt dat de president, die er nog altijd trots op is na de dictaturen van Amin en Obote de persvrijheid te hebben hersteld, de krant wil verbieden, maar het zal er de komende tijd zeker niet gemakkelijker op worden. De staatsveiligheid vraagt een zekere terughoudendheid in de berichtgeving, is in de gesprekken te kennen gegeven. Apparatuur en documentatie zijn ondertussen nog altijd in handen van de politie, het redactiekantoor is nog immer verboden terrein. En journalist Frank Nyakairu, die zit nog steeds achter de tralies in Gulu. De politiewoordvoerder laat weten dat hij niet wordt gemarteld.