FILM: A Late Quartet

Een afgelopen leven

In een recent interview in The Guardian vertelt de Amerikaanse acteur Christopher Walken over de dag toen hij toevallig naast zijn legendarische collega Walter Matthau in een vliegtuig zat. Na een tijdje draaide de oude Matthau zich naar Walken toe en zei: ‘Nu weet ik wie je bent. Je bent degene die al die gekken speelt.’

Medium a late quartet 16

Inderdaad, Walken kan personages zo doods spelen dat een gevoel van nihilisme alles overheerst, bijvoorbeeld in The Deer Hunter (1978) waarin zijn personage na een periode van krijgsgevangenschap in Vietnam in de duistere onderwereld van Hanoi verdwijnt waar hij verslaafd raakt aan Russisch roulette. Deze rol, waarmee hij de hele film steelt en waarvoor hij een Oscar kreeg, bepaalde in de daaropvolgende jaren zijn persona op het scherm: een beschadigde man met een neiging naar zelfvernietiging die toch ook de suggestie van kwetsbaarheid en menselijkheid in zich draagt.

Het beeld van Walken op het scherm is zo overheersend dat hij in werkelijkheid op spectaculaire wijze verkeerd gecast is in de meeste rollen die hij speelt. Dat is niet anders in zijn nieuwste film, A Late Quartet van Yaron Zilberman, waarin hij Peter Mitchell speelt, het oudste lid van een New Yorks strijkkwartet dat zich opmaakt voor een 25-jarig jubileum. Wanneer blijkt dat Peter (cello) de eerste symptomen van Parkinson vertoont, worden ook de andere drie leden van het groepje gedwongen hun leven onder ogen te zien: het echtpaar Robert en Juliette Gelbart (Philip Seymour Hoffman en Catherine Keener) en Daniel Lerner (Mark Ivanir), het jongste en meest ­ambitieuze lid van het ensemble dat een affaire krijgt met de dochter van de Gelbarts. Nog meer melodrama: Juliette twijfelt erover of ze echt van Robert houdt waarna Robert vreemdgaat met een jonge vrouw. Deze ontwikkelingen passen wel bij het hoofdverhaal, maar ze krijgen zoveel gewicht dat de tragedie van de zieker wordende Peter op de achtergrond raakt. Daar staat tegenover dat Walken een acteur is die instinctmatig álle aandacht opeist. Zo krijgt de film een erg wisselvallig karakter.

A Late Quartet werkt het beste als ensemblestuk over de relaties die mensen op latere leeftijd hebben. De op zich interessante vraag luidt: wanneer er nauwelijks meer vernieuwing mogelijk is, wat blijft er dan nog over? Met deze vraag wordt Walken als Peter geconfronteerd, maar hij krijgt niet de kans deze uit te werken of indringend te onderzoeken. Misschien is dát de reden dat hij de film in de laatste tien minuten weer overneemt, hoewel dat óók illustratief is voor de ongelijkmatigheid en daarmee ook voor het falen van A Late Quartet. Tijdens een laatste optreden bespeelt hij de cello zo agressief dat het lijkt alsof hij ieder moment iedereen in het publiek zou kunnen vermoorden. Zijn gezichtsuitdrukking is inderdaad doods, zoals wanneer hij in The Deer Hunter een revolver tegen zijn eigen hoofd duwt. Woede overheerst op het moment dat een stille tragedie zich afspeelt. Om duidelijk te zijn: dit is magistraal om naar te kijken, maar past niet bij de toon van de film. Walken is een acteur die gekken speelt, zoals Matthau zei, maar zijn personage in A Late Quartet ís geen gek. Het is juist een man die geconfronteerd wordt met zijn eigen menselijkheid, en met de normaliteit van een afgelopen leven.

Te zien vanaf 28 maart