Een afgeschoten mammoet

De verleiding is groot je over te geven aan het vigerende ouwemannengepruttel over de verdomming van mens en samenleving, zoals de verleiding navenant groot is om je tegen dat gepruttel te verzetten. Want het lijkt op de borreltafelpraat over de arbeider die zijn plaats niet meer weet, annex het probleem dat men vandaag de dag geen betrouwbaar personeel meer kan krijgen.

Helaas, de ouwemannenpruttelaars hebben gelijk. Het is een puur rationele constatering: hoe meer het onderwijs wordt uitgekleed, hoe stommer de mensheid wordt. Het klassieke onderwijssysteem, waarin de leerling als de aanstaande universele mens werd gezien, die met hetzelfde gemak een algebraisch vraagstuk oploste als drie vreemde talen sprak, was wellicht niet realistisch. Men trainde zich met holle ogen voor het eindexamen dat vervolgens deo volente met hangen en wurgen werd gehaald, om vervolgens alles weer te vergeten. Dat was niet zo bevredigend. Een eindexamen is geen circuskunstje; vandaar dat de toenmalige minister van onderwijs J. M. L. Th. Cals de Wet tot Regeling van het Voortgezet Onderwijs, de zogenaamde Mammoetwet (1963) initieerde, die het eindexamen tot een half dozijn vakken met meer diepgang beperkte.
Het is een grote sof geworden. Van het vlaggeschip van het Nederlands onderwijs, de ‘moderne talen’ Frans, Duits en Engels, is slechts het Engels overeind gebleven. De kennis van Duits en Frans is daarentegen zo dramatisch gekelderd dat het aantal onvoldoendes bij het eindexamen inmiddels tot boven de veertig procent is gestegen.
Wat te doen? Beter onderwijs, betere, meer gemotiveerde onderwijzers, zou men denken. Minder bezuinigingen, mede in de wetenschap dat in het Verenigde Europa ook de taalgrenzen worden geslecht. Er is echter voor een andere weg gekozen om de onvoldoendes te lijf te gaan: om op het oude niveau terug te komen krijgen de eindexamenkandidaten er structureel een half punt bij. Noem het een oplossing. Doe de leerling die halve punt cadeau en hij weet onmiddellijk vijf procent meer van de naamvalsverbuigingen bij Schiller en de hexameters bij Rimbaud.
Een oplossing die om navolging vraagt. Een oplossing waaraan de andere sectoren van de maatschappij zich kunnen spiegelen. Er wordt op de Nederlandse wegen over het algemeen te snel gereden. Geen probleem, wij stellen gewoon de snelheidsmeter een paar graden bij. De Nederlandse vrachtwagenchauffeurs bezondigen zich aan al te lange rijtijden. Geen nood, wij draaien de tachograaf een tandje lager. Er wordt in het cafe meer geconsumeerd dan goed voor de gezondheid is. Geen probleem, wij verlagen het op de jeneverfles aangegeven alcoholpercentage van 35% tot 30%. Jazeker, de samenleving zucht onder steeds ingewikkelder problemen, maar gelukkig heeft het verenigde vaderlandse onderwijs aangegeven dat er altijd wel een creatieve oplossing voorhanden is.