Brazilië op weg naar de verkiezingen #3: Bruut geweld

‘Een agent die niet moordt is geen agent’

Bruut geweld tegen sloppenwijkbewoners. Bedreigingen tussen buren. Een akelige sfeer van agressie en polarisatie, toegejuicht door de radicaal-rechtse presidentskandidaat Jair Bolsonaro (62). De grootste democratie van Latijns-Amerika wankelt.

De vriendin en familie van João Pedro rouwen om hun vermoorde geliefde © Sabine van Wechem

Ik schrijf je voor een advies over de broer van een goeie vriendin’, mailde ik onlangs aan een bevriende mensenrechtenadvocaat. ‘Hij is tien uur lang gemarteld door agenten van de militaire politie. Behoorlijk onder shock. Doof van de slagen met geweerkolf tegen zijn slapen. Al twee keer naar de eerste hulp geweest. Zijn oren blijven bloeden. Wel antibiotica nu. Hij is verkracht met een stok en heeft elektrische schokken gehad. Wat ik ervan begrijp ook op geslachtsdelen. Je kent het. Meerdere keren gewaterboard met plastic zak over zijn hoofd. Met messen “geprikt” over zijn hele lijf. Weet jij iets waar hij (gratis) psych. hulp zou kunnen krijgen?’

Een onmogelijk verzoek, ik wist het. Zoals ik ook wist dat aangifte doen ondenkbaar was. ‘In dat geval moet de jongen en ook zijn familie goed worden uitgelegd wat de gevaren zijn. Er moet constante begeleiding zijn en dan nog…’, antwoordde mijn advocatenvriend.

Het jongere broertje van mijn vriendin werkt als ‘uitkijker’ voor de lokale drugsbende in de sloppenwijk naast mij. Met de komst van de diepste economische recessie ooit in Brazilië heeft het geweld van de drugsbendes zich ook naar buiten de sloppenwijken verplaatst. Marihuana vanuit de favela verkopen levert geen levensonderhoud meer op. Dus vinden er overvallen en berovingen in middenklassewijken plaats. Dit geweld zorgt voor een ware golf van paniek waardoor de bendes tot volksvijand nummer één zijn verklaard. Mensen worden opgezweept door de haatpraat van de extreem-rechtse presidentskandidaat Jair Bolsonaro en alle middelen om de bendes ‘met wortel en tak uit te roeien’ lijken nu gerechtvaardigd. Rio de Janeiro staat al zeven maanden onder militair gezag.

Toen de militaire politie die ochtend vroeg de sloppenwijk van mijn vriendin binnenviel, zat haar broer op de uitkijk in de toren van een zendmast in de wijk. De jongen had geen wapens of drugs bij zich. Zijn walkie-talkie gooide hij op tijd weg. Maar hij werd gepakt. ‘Met de vrouwen van de familie gingen we direct naar de toren’, vertelde mijn vriendin. ‘We hoorden mijn broer daarbinnen schreeuwen.’ Hoe de vrouwen ook smeekten, het martelen ging door. ‘Toen we zijn stem niet meer hoorden dachten we dat hij dood was.’ Op een gegeven moment komt mijn vriendin erachter dat haar andere broer getrouwd was met de dochter van de commandant die de politie-inval leidde. Rond vijf uur ’s middags krijgen ze de commandant te pakken. ‘Hij zei: je broer leeft nog. Hij gaf opdracht hem vrij te laten. We hebben ontzettend geluk gehad.’

Nog geen twee weken later valt de politie opnieuw de favela binnen. De groeps-app die ik met mijn buren heb bliept: ‘Weet iemand wat er gebeurt?’ Mijn vriendin was net hijgend binnengekomen. Ze had haar dochtertje net uit school gehaald en kon door het schieten niet terug naar de wijk. Ze laat me een foto op haar telefoontje zien. Een donkere jongen met een gapend gat in zijn borst. ‘João Pedro, dat jeugdvriendje van mijn kinderen, weet je wel?’ Ze vertelt dat hij door de politie van achteren is doodgeschoten. De kogel kwam er van voren uit. ‘Ik heb zijn pet nog kunnen oprapen.’

Ik stuur de foto door naar mijn buren. Mijn linkerbuurman bliept meteen terug. ‘Ik ben niet direct een aanhanger van Bolsonaro’, schrijft hij. ‘Ik weet ook niet of deze in de drugshandel zat. Maar als ik politieagent was en ik kom tegenover dit soort te staan, maak ik ze af.’

De volgende dag ben ik met mijn vriendin op de begrafenis. Iedereen heeft T-shirts met hun lievelingsfoto van João Pedro erop gedrukt. ‘Dit was ons voetbalteam’, wijst de zoon van mijn vriendin naar de vrolijke jongensfoto op zijn borst. ‘Nu zijn alleen een andere jongen en ik nog over.’

In de rouwkamer verdringen tientallen mensen zich rond kist nr. 18080706. De vriendin van João Pedro kust onophoudelijk zijn dode gezicht. Tussen de kinderen tegen de muur zit ook het dochtertje van mijn vriendin. Uit haar negenjarige ogen stromen tranen. ‘Dit is pas haar tweede begrafenis’, fluistert mijn vriendin. ‘Mamãe’, zegt het meisje. ‘Ik heb op straat al zoveel doden gezien.’

Tegen zonsondergang wordt de kist van João Pedro op de schouders over de enorme begraafplaats gedragen. ‘Nu pas voel je wat een koud getal als zeventigduizend doden door geweld per jaar betekent’, zegt de jonge Nederlandse fotografe die ik had meegenomen. ‘Kijk hoeveel mensen geraakt worden als er één leven verdwijnt.’

Op hetzelfde moment bliept mijn buren-app. Er plopt een lofzang binnen op de militaire dictatuur van 1964-1985: ‘Toen was iedereen veilig. Toen was er geen misdaad.’ Mijn rechterbuurman reageert woedend. Hij schrijft dat aanhangers van militaire dictaturen moeten ‘ophoepelen’ uit de groep: ‘Mijn moeder is nog door de militairen gemarteld, gek!’ Maar de apologeet van de dictatuur houdt vol: ‘Alleen de militairen kunnen dit land op orde brengen. Wij krijgen jullie nog wel, linkse honden. Ik weet waar je woont.’

Dit is het klimaat dat de kandidatuur van de rechtse legerkapitein Jair Bolsonaro (62) heeft voortgebracht. Het toejuichen van bruut geweld tegen sloppenwijkbewoners. Scheldpartijen en bedreigingen tussen buren. Een akelige sfeer van agressie en polarisatie in een land dat bij toeristenonderzoeken juist altijd uit de bus komt als het vriendelijkste ter wereld.

En dan, op 6 september, wordt Bolsonaro door een eenzame gek in zijn buik gestoken. Alles komt in een stroomversnelling. De ‘mythe’, zoals zijn aanhangers hem noemen, raakt ernstig gewond en ligt ruim drie weken in het ziekenhuis.

Op slag verandert Bolsonaro in een Messias – toevallig ook zijn tweede voornaam. Voor het ziekenhuis worden wakes gehouden, het volkslied gezongen. Kleuters met militaire uniformpjes en geweertjes salueren voor de kwijnende leider. Uiteraard alles live op sociale media verspreid. Meteen staat er een bevriende parlementariër aan Bolsonaro’s bed te bidden: ‘Heer, een heel volk, een hele natie smacht naar hem. Red onze grote leider die een missie in Uw naam heeft uit te voeren.’ Niet toevallig is dit parlementslid tevens de pastor van een van de ultraconservatieve evangelische pinksterkerken, het geloof van Bolsonaro. ‘Dit is een misdaad tegen het vaderland en tegen U mijn God, die onze Leider zijn missie heeft opgedragen.’ Dan zwenkt het beeld naar Bolsonaro onder een geblokte deken met slangen uit zijn neus. ‘Het mes was… twee millimeter… van mijn… slagader verwijderd’, stamelt de kapitein. ‘Dat ik leef is… een mirakel.’

Terwijl de andere presidentskandidaten uit piëteit hun campagnes tijdelijk opschorten, gaat Bolsonaro’s running mate Hamilton Mourão er vol in. Hij weet ‘zeker’ dat de aanslag een ‘complot’ was van de linkse Arbeiderspartij van ex-president Lula. ‘Ze hebben het mes in onze Braziliaanse vlag gezet.’

‘De dag dat ik het voor het zeggen krijg sluit ik dit parlement. Ik pleeg een coup en stel een echte dictatuur in’

Mourão trekt de campagne meteen naar zich toe. De man is een pas afgezwaaide legergeneraal met levendige coupfantasieën. Eerder al zei Mourão dat Bolsonaro ‘het leger met een zelfcoup aan de macht kan brengen’. Maar de kwalijkste uitspraak deed hij een jaar eerder. Mourão zat nog in de actieve dienst. Het was september, vlak voordat de rechters moesten beslissen of ze de linkse Lula voor corruptie zouden veroordelen. Lula zou een zomerappartement waar hij nooit heeft gewoond als ‘smeergeld’ hebben aangenomen van een bouwondernemer. Lula heeft altijd ontkend. En de bewijsvoering was mager.

Mourão dreigde de rechters toen openlijk met een militaire staatsgreep: ‘We hebben in het opperbevel besproken de hele zooi omver te werpen, als justitie die criminele elementen (lees Lula) niet uit het openbare leven weghaalt.’ Sussend voegde hij eraan toe: ‘We hebben besloten dat het nog niet het moment is. Maar we hebben goede plannen klaarliggen.’

Een paar dagen later veroordeelden de rechters Lula tot meer dan twaalf jaar gevangenis. Daarmee werd de linkse voorman zo goed als uitgeschakeld voor de race om het presidentschap. Sinds april zit Lula in de gevangenis. Tot het allerlaatst bleef Lula boven aan de peilingen staan. Ruim tien procent hoger dan Bolsonaro.

‘Verbijsterend’, reageerde Maud Chirio destijds op het dreigement van generaal Mourão aan de rechters. In tegenstelling tot het Braziliaanse publiek en de media was de Franse specialist in Braziliaanse militaire geschiedenis geschokt. ‘Sinds de terugkeer van de democratie was de onvoorwaardelijke stelregel dat de strijdkrachten in Brazilië zich niet met politiek bemoeiden.’ En nu was hier een generaal die niet alleen politieke uitspraken deed, maar rechtstreeks dreigde met een coup. ‘Het tijdperk van non-interventie is voorbij’, concludeerde hij. Daarbij kwam dat Mourão openlijk uit de school kon klappen over een legertop die plannen smeedt voor een staatsgreep, zonder enige sanctie. ‘In een geconsolideerde democratie zou dit nooit mogen passeren.’ Chirio vond het ‘extreem alarmerend’ dat Mourão niet door zijn superieuren gedisciplineerd werd of op z’n minst teruggefloten. ‘Dit betekent dat we aan het eind zijn gekomen van een stabiel democratisch model’, concludeerde Chirio. Volgens haar waren de militairen terug. ‘Zowel het civiele als het seculiere karakter van de Braziliaanse staat is niet meer gegarandeerd.’

Militaire politie in de favela Rocinha, Rio de Janeiro © Carl de Souza / AFP / ANP

Precies een jaar later zet de hoogste legerleider van Brazilië de bijl aan de wortel van de democratie. Een paar dagen na de steekpartij verklaart oppercommandant Villas Bôas: ‘Deze aanslag laat zien dat een nieuwe regering waarschijnlijk niet de stabiliteit heeft om te regeren. Zelfs de legitimiteit van de verkiezing kan ter discussie staan. Als er instabiliteit ontstaat betekent het dat we in moeten grijpen.’

Duidelijker kan bijna niet. Als de door Lula aangewezen kandidaat Haddad wint, dreigt de legerleider met een staatsgreep. Wordt Bolsonaro verkozen, dan zal de kapitein het leger zelf wel uitnodigen. Generaal Mourão is in zijn nopjes. Op een bijeenkomst voor ondernemers neemt hij een voorschot door alvast te pleiten voor een nieuwe ‘afgeslankte’ grondwet. Een grondwet ‘gebaseerd op onveranderlijke waarden’ die zonder tussenkomst van een volksvertegenwoordiging moet worden opgesteld door een ‘commissie van notabelen’ – volgens elk handboek van de dictator ‘het’ recept voor het stichten van een autoritair regime.

‘De nieuwe bedreiging van Latijns-Amerika’ – zo zette de conservatieve Economist Bolsonaro vorige week groot op de voorpagina. In Brazilië dringt het gevaar nog niet door. ‘Zowel Haddad als Bolsonaro moet zich straks wel aan de spelregels houden’, was het slappe commentaar van de grootste krant van het land. Hoe is Brazilië in deze nachtmerrie terechtgekomen? Hoe kan het gebeuren dat een obscuur legerkapiteintje de grootste democratie van Latijns-Amerika aan het wankelen brengt?

‘Dit parlement is een varkensstal’, brult een nog jonge Bolsonaro in 1999. Hij zit dan al acht jaar in datzelfde parlement. ‘De dag dat ik het voor het zeggen krijg sluit ik de tent hier. Ik pleeg een coup en stel een echte dictatuur in. Eentje die wél durft’, loeit de legerkapitein. Ik kijk het spikkelige tv-interview terug op YouTube. De presentator van het tv-station grinnikt. ‘Serieus, man. Dit werkt niet’, slaat Bolsonaro met zijn vuist op tafel. De interviewer blijft lachen. ‘Weet je’, zegt Bolsonaro. ‘De president van de centrale bank moet hier op de vloer van het parlement aan handen en voeten worden ophangen en geslagen. Dat verdient-ie. Ik ben voor martelen, weet je. En het volk ook.’

Toen werd Bolsonaro nog als de gekke Henkie van de politiek beschouwd. In 1987 was hij uit het leger gezet omdat hij met bommen in kazernes een salarisverhoging wilde afdwingen. Eenmaal in de Kamer riep hij dingen als: ‘Stemmen helpt niet: we beginnen een burgeroorlog.’ En: ‘We schieten alle misdadigers dood.’ Hij wilde de toenmalige sociaal-democratische president Cardoso laten ‘fusilleren’. En sloeg zich op de borst dat hij geen belasting betaalde: ‘Ik ontduik alles wat ik kan. Doe dat ook’, riep hij de kijkers in interviews op.

Het was de tijd dat Brazilië zich herstelde van meer dan twintig jaar dictatuur. Een tijd waarin rechts leek te hebben afgedaan. Sinds de nieuwe grondwet van 1988 zette elke zichzelf respecterende politieke partij wel de ‘s’ van sociaal of socialistisch in haar naam. Zelfs het dwergpartijtje van Bolsonaro noemde zich ‘Progressieve Partij’. Zes herverkiezingen lang brulde Bolsonaro wat rond in de marge. Hij wisselde van minipartijtjes zoals een ander van sokken. Soms haalde hij het nieuws als hij zijn medeparlementariërs weer eens uitkafferde voor ‘worm’ of ‘landverrader’. Zijn vrouwelijke collega María do Rosario voegde hij toe dat ze ‘het niet verdient om verkracht te worden’ omdat ze ‘te lelijk’ zou zijn. Homoseksuelen kregen hun trekken thuis met een krachtig: ‘Ik heb liever dat mijn zoon doodgaat dan dat hij met een snorremans thuiskomt.’ En alle afstammelingen van slaven ‘zijn uitvreters. Altijd geweest.’

In 2014 ontstond er deining. Sinds de nieuwe grondwet van 1988 waren de militairen braaf in hun kazernes gebleven. Ze toonden geen enkel verlangen zich met de politiek te bemoeien. Tevreden wentelden ze zich in hun privileges en vermaakten zich op hun eigen militaire stranden, hotels en clubs. Ze kregen salarisverhogingen en riante pensioenen die zelfs arbeider-president Lula (2003-2010) niet aan durfde te pakken.

25 jaar na het einde van de dictatuur stelde Lula’s opvolgster, Dilma Rousseff, alsnog een waarheidscommissie naar de begane misdaden in. De militairen waren razend en niet van zins mee te werken. Drie jaar later presenteerde de commissie haar rapport. Het militaire regime had honderden politieke tegenstanders systematisch verkracht, gemarteld en vermoord, luidde de conclusie. Ook had het, met de ontsluiting van de Amazone, meer dan achtduizend indianen vermoord. Het leger moest zijn verantwoordelijkheid erkennen en de bijna tweehonderd daders die nog in leven waren laten berechten.

Luidruchtig nam Bolsonaro het voor zijn wapenbroeders op. Er wás geen coup. Martelen was ‘zelfverdediging’ en mensenrechten was iets voor ‘huilebalken’.

‘Achteraf ben ik blij dat mijn zoon is geëxecuteerd. Beter dan toen ik bij elke schietpartij dacht: zou hij de schutter zijn? Of is hij slachtoffer?’

Achteraf gezien was dit het moment dat de ex-kapitein weer salonfähig werd in het leger. Excuses van het leger zijn er nooit gekomen. En de beulen bleven vrijuit gaan. ‘We hebben al jaren een gezamenlijk WhatsApp-groepje’, vertelde generaal Oliveiro onlangs. Hij was een van de jaargenoten van Bolsonaro op de cadettenschool. Dolenthousiast zijn de jaargenoten over de kandidatuur van hun oude makker. De meeste zijn nu kolonel of generaal. ‘Hij heeft een wat pittoreske persoonlijkheid’, erkent een van die generaals. ‘Maar als hij eenmaal president is gaat dat wel over.’ ‘Het is ook gewoon imago’, vergoelijkt een andere jaargenoot-generaal. ‘Zonder dat extreme zou hij niet zo veel aanhangers hebben.’ Nee, als het aan zijn militaire vrienden ligt is Bolsonaro het beste dat het land overkomt.

‘Je moet ze allemaal de kop afhakken. Hun hoofd gooi je hier en hun lichaam daar, zodat ze nooit meer samengroeien’, zegt Jezus. Zijn barretje aan de rand van de sloppenwijk is die middag vol mensen. Deze keer heeft Jezus zijn tv niet op voetbal of soap afgesteld. Verbijsterd kijken we naar het spektakel dat zich op het scherm voltrekt. Het is 17 april 2016. Rio is failliet. De werkloosheid piekt. En Wasstraat, de grootste anti-corruptie-operatie van justitie, raakt al bijna de helft van het parlement. Nu vindt in datzelfde parlement de stemming plaats over de vraag of de linkse president Rousseff moet worden afgezet.

‘In naam van God en mijn familie, ik stem ja.’ ‘Voor mijn oma die thuis kijkt, dag oma. Ik zeg ja.’ De heren afgevaardigden geven de meest bizarre verklaringen voor hun stem. ‘Tegen de vakbonden.’ ‘Voor Jeruzalem.’ ‘Voor mijn ongeboren dochter.’ Iedereen brult en loeit als in een op hol geslagen circus. Geschokt kijkt Brazilië toe. Veel mensen beseffen voor het eerst wat een beschamend zootje hun volksvertegenwoordiging is.

Ook is het voor velen de eerste keer dat ze Bolsonaro in actie zien. Met een autoritair airtje grijpt hij de microfoon: ‘Glorie aan het Braziliaanse volk. Dit is een historische dag tegen de homoseksuele indoctrinatie van onschuldige kinderen. Tegen het communisme. En voor de nagedachtenis van de kwelgeest van Dilma Rousseff, kolonel Brilhante Ustra.’ Ustra? Dat was toch de grootste beul van de dictatuur? Verantwoordelijk voor de clandestiene martelkamers waarin ook Dilma gefolterd werd?

Even na middernacht heeft een corrupt parlement president Dilma Rousseff weggestemd. Dat was het dan. Het einde van meer dan dertien jaar regeren met de Arbeiderspartij. Een parlementaire coup die links deels aan zichzelf te danken heeft. Ook de Arbeiderspartij liet zich meezuigen in het corruptiesysteem.

In het barretje van Jezus gaan de gesprekken sindsdien alle kanten op. ‘Dood aan elke politicus’, blijft het standpunt van Jezus. Anderen krijgen bewondering voor Bolsonaro. ‘Hij durft te zeggen wat hij denkt.’ ‘Joh, hij zit al decennialang in datzelfde shitparlement.’ ‘Maar hij is niet van corruptie beschuldigd. Hij kan orde op zaken stellen.’ Zelf grijpt de kapitein elke gelegenheid aan om met haatpraat in het nieuws te komen. In Brazilië wordt elke zeventien uur een homo vermoord. Vindt hij het niet kwalijk dat hij homohaat aanwakkert? ‘Totaal niet. Negentig procent van die mietjes wordt doodgeschoten om drugs. De rest vermoordt elkaar.’ Blijft hij bij zijn standpunt dat vrouwen minder moeten verdienen dan mannen? ‘Natuurlijk! Ik ben voor privébezit. Welke ondernemer neemt nou iets aan dat kinderen baart? Ik zeg gewoon wat iedereen denkt.’

Ik zit weer eens bij Jezus. Op het nieuws komt de laatste parel van Bolsonaro langs. Een groep van twintig militaire politieagenten is aangehouden in Rio. Ze hebben samen 356 jongeren standrechtelijk geëxecuteerd. ‘Schandalig’, zegt Bolsonaro. ‘Die agenten moeten onmiddellijk vrijgelaten en gedecoreerd worden.’ Zijn wenkbrauwen kronkelen als boze rupsen. ‘Wat is dit voor onzin! Een agent die niet moordt is geen agent.’ Ik vraag of Jezus de tv uit kan zetten. De gedachte aan die vermoorde jongens maakt me ziek. ‘Weet je’, zegt Jezus en schenkt me een biertje in. ‘De dood is pijnlijk. Maar hij went. Uiteindelijk levert het minder complicaties op.’ Wat bedoelt hij? Jezus zucht en vertelt dat ook hij een zoon heeft die door de politie is geëxecuteerd. Hij zat in de drugshandel. ‘Achteraf ben ik er blij mee. Beter dan toen ik bij elke schietpartij dacht: zou hij de schutter zijn? Of is hij slachtoffer? Soms denk ik aan hem. Daar leef ik mee.’

Verbaasd kijk ik Jezus aan. Waarom accepteert hij klakkeloos dat zijn zoon vermoord is door dienaren van een rechtsstaat die officieel de doodstraf verbiedt? Is dit de ‘banaliteit van de dood’ in een voormalig slavenland? Een land waarin de aloude machtsverhoudingen in wezen nooit zijn veranderd. Hoeveel historici hebben er al op gewezen. De overvolle sloppenwijken die, net als de vroegere slavenstallen, gescheiden blijven van de ‘blanke’ wijken. De diepgewortelde angst voor een ‘opstand’. Het sadisme ook waarmee men denkt de ‘ander’ tegemoet te kunnen treden. Puur ‘omdat het kan’.

Ik moet terugdenken aan de zwarte jongen die een aantal jaar geleden door een groep jongeren in ‘hun’ middenklassewijk betrapt was op zakkenrollen. Voor straf werd de jongen gegeseld en naakt met een fietsketting om zijn nek aan een lantaarnpaal vastgebonden. Een iconisch beeld uit de slaventijd. Toch ontstond er geen storm van verontwaardiging toen de foto van de jongen in de krant verscheen. Integendeel. In honderden brieven schreven de lezers hoe ze nog liever hadden dat de jongen was afgemaakt. ‘Waarom zijn criminelen altijd het zielige slachtoffer?’ ‘Wie bekommert zich om de eerzame burgers die het echte slachtoffer zijn?’ En: ‘Een goede bandiet is een dode bandiet.’ Een sentiment dat ook Jezus samen met miljoenen andere sloppenwijkbewoners en landloze boeren verinnerlijkt heeft.

Een bendelid in Rio de Janeiro © Carl de Souza / AFP / ANP

‘Een goede bandiet is een dode bandiet!’ Elke keer als het parlementaire blok van ‘de kogel’ samenkomt, wordt het motto herhaald. Samen met het gebaar van een schietend pistool: duim omhoog en wijsvinger naar voren. De lobby van de kogel werd in 2015 opgericht om meer bevoegdheden voor politie en leger te eisen. ‘Het afgrijselijke bloedbad onder onze manschappen kan alleen gestopt worden als ze het recht krijgen elk element dat ze tegenkomen te doorzeven met tien, vijftien, dertig kogels en dan pas te kijken wie ze geraakt hebben’, zei Bolsonaro bij de oprichting. Hij werd al snel de roeptoeter van het genootschap. ‘Wie niet schiet, lost niets op. Geweld bestrijd je alleen met meer geweld.’ De tweede missie van de kogel – gesteund door de Braziliaanse wapenindustrie – is het bewapenen van de burgerbevolking. ‘We laten ons niet meer naar de slachtbank voeren’, meldt de website van de beweging ‘Brazilië naar rechts’, een nieuwe beweging die het bewapeningsinitiatief van Bolsonaro van harte steunt.

Met de oprichting van de lobby van de kogel kwam rechts dan ook uit de kast. Opeens kropen uit alle hoeken en kieren rechtse groepen het internet op. Zo is er de machtige beweging ‘Brasil Livre’ met miljoenen aanhangers op Facebook. Ze worden medegefinancierd door de rechtse Amerikaanse miljardairbroers Koch. Ook Steve Bannon draagt zijn steentje bij, onthulde een van de drie parlementariërzoons van Bolsonaro een aantal maanden geleden.

In het keurige blad van de ‘Clube Militar’, waar alle hoge officieren lid van zijn, verschijnen inmiddels allerlei ‘nieuw-rechtse’ artikelen. Zo beschrijft generaal Santa Rosa hoe de veiligheidsparagraaf in de grondwet ‘gebaseerd is op de belachelijke marxistische veronderstelling dat het lompenproletariaat slachtoffer is’. Hij pleit voor een ‘nieuwe afgeslankte grondwet’. In de nieuwe grondwet moeten volgens Santa Rosa alle indianenreservaten worden opgeheven ‘omdat ze een gevaar vormen voor nationale soevereiniteit’. Indianenrechten zijn immers ‘opgedrongen door gevaarlijke internationale organisaties als de Wereldraad van Kerken en de Rockefeller Foundation die via de indianen onze bodemschatten willen plunderen’.

In een ander stuk beweert een vice-admiraal dat ‘mensenrechten worden opgelegd door een luidruchtige minderheid, die de meerderheid vertrapt’. De mensenrechtenadepten hebben ‘de deugdzame burger ontwapend en het recht ontnomen zichzelf te verdedigen’. Volgt een doorwrocht artikel van brigadegeneraal Rocha Pava die schrijft: ‘Drie decennia van democratische vrijheid tonen aan dat het land niet rijp is om die vrijheid aan te kunnen.’ Hij wijt de huidige ‘morele, economische en politieke crisis’ aan het opleidingsniveau van de bevolking. ‘Het naïeve idealisme van een onvolwassen bevolking is uitgebuit door linkse politici en opiniemakers’, analyseert hij. ‘Ze zitten op sleutelposities, precies zoals in de permanente revolutie die Gramsci voorschrijft.’ Dat de ‘permanente revolutie’ iets van de Russische legerleider Trotski was en niet van de Italiaanse intellectueel Gramsci maakt in dit verband natuurlijk niet uit. In een volgend artikel filosofeert de voorzitter van de Braziliaanse Bond voor Detailhandel vrolijk verder over ‘de transformatie van het communistische gevaar’. Ook hij beroept zich op Gramsci als hij schrijft: ‘In de tijd van Marx wilden de communisten alleen het geld van de kapitalisten. Nu willen ze ook hun geest.’

En, o ja. Er is ook een stuk over ‘Nederland narcostaat’. Het slappe beleid van het tolereren van marihuana in de coffeeshops zou Nederland tot een van de gevaarlijkste landen ter wereld hebben gemaakt. ‘Met grote drugsondernemers die er uitstekende contacten in de zakenwereld en de politiek op nahouden.’

In de race om de stemmen ratelen de verbale mitrailleurs van Bolsonaro en zijn vice Mourão intussen rustig door. Het waren ‘de Afrikanen zelf die hun vijanden verkochten aan de Portugezen’, zei Bolsonaro vlak voordat hij werd neergestoken. ‘We zijn de zwarten niets verplicht.’ Tijdens een ceremonie op zijn oude cadettenacademie beweerde hij dat ‘Jezus zeker een machinegeweer had gebruikt om de Farizeeërs uit de Tempel te jagen als die er toen waren geweest’. Na de aanslag nam generaal Mourão het stokje over en beweerde dat Brazilië ‘de misdadigheid van de Afrikanen en de luiheid van de indianen’ had geërfd. Gezinnen met een vrouw aan het hoofd noemde hij ‘fabrieken voor de productie van onaangepasten’. Hun dertig procent aanhangers vinden het prachtig. Ze klappen en juichen en vertrouwen dat hun ‘Messias’ het land zal fiksen. Het is dan ook zeker dat Bolsonaro na de verkiezingen van aanstaande zondag naar de tweede ronde gaat. Wat er na 28 oktober zal gebeuren?

‘Geniet er maar van. Stem lekker. Maar wees je ervan bewust dat het misschien de laatste stem is die je nog uitbrengt’, schreef de Braziliaanse socioloog Celso Rocha in een open brief aan Bolsonaro’s aanhangers.