De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

De schok van 12 Years a Slave

Een Amerikaans trauma

Er was een in Nederland wonende Brit voor nodig om de eerste échte slavernijfilm te maken: 12 Years a Slave. De gelauwerde film maakt discussie los, ook in het holocaustmuseum van Los Angeles. ‘God, de slavernij was echt vreselijk’, beseft de rabbijn.

Medium 12 years a slave 60082354 st 15 s high

In 2007 interviewde ik de Pulitzerprijswinnaar Saul Friedländer in zijn fraai gelegen woning in de heuvels van Los Angeles. Urenlang praatten we over de holocaust en zijn tweedelige standaardwerk Nazi-Duitsland en de Joden. Ik herinner me het contrast tussen het inherent sombere gesprek en de zonnige zorgeloosheid van Californië, met al die palmbomen en open sportwagens. Bovendien was ik afgeleid door een ander dissonant gevoel. Het kwam door een vraag die mijn toenmalige vriendin ’s ochtends had gesteld. Zij is, net als president Barack Obama, een etnische mengelmoes met één zwarte ouder. Toen ze hoorde van mijn afspraak met Friedländer vroeg ze zich af waarom de jodenvervolging in de Amerikaanse – westerse – cultuur en media ‘zo veel meer aandacht kreeg dan de slavernij’.

Ik meen dat ze zei: ‘Het lijkt soms alsof het erger is wat de joden overkwam dan wat er met zwarten gebeurde. Waarom?’

Aan die opmerking moest ik denken tijdens een recent bezoek aan het Museum of Tolerance in Los Angeles, de politiek correcte naam van het holocaustmuseum. De Britse filmregisseur Steve McQueen was er voor een screening van 12 Years a Slave, die op 20 februari in première gaat in Nederland. Het was nog voordat de aangrijpende speelfilm een Golden Globe en een reeks Oscarnominaties ontving. De zaal zat vol met joodse en ook wat Afro-Amerikaanse ouderen. Een rabbijn heette ons welkom voor de film en een vraag-en-antwoord-sessie met McQueen. ‘Ik kan u geen plezier wensen’, zei hij. ‘Ik wens u sterkte.’

De film begon en al gauw was de collectieve schok te horen – te voelen. Ik heb het later opnieuw gemerkt in de bioscoop, net als elke recensent die zich onder de bioscoopgangers mengde: sinds Schindler’s List is er niet zo gehuild en gezucht in het donker. Zelden maak je mee dat iedereen – iedereen – na de aftiteling beduusd in zijn stoel blijft zitten. Zelfs de mobieltjes bleven opgeborgen.

De creatieve verbeelding van geweld past Hollywood even goed als de zon die er altijd schijnt. Een reden om de popcorn te laten staan of niet te sms’en is het nooit. Maar wat McQueen onbevreesd laat zien kennen we niet goed. Ook niet in de ‘nieuwe tijd’ dat Barack Obama in het Witte Huis zetelt. De zweepslagen, de achteloze verkrachtingen, de nonchalante lynchpartijen, de vernedering, de systematische ontmenselijking – kennelijk was er een zwarte, in Nederland woonachtige Brit voor nodig om zonder pardon in beeld te brengen waarom de jonge jaren van de republiek worden omschreven als de Amerikaanse hoofdzonde.

In de film wordt Solomon Northup (Chiwetel Ejiofor) ontvoerd uit het Noorden. De liefhebbende vader, violist en vrije neger wordt in het Zuiden verkocht als slaaf onder een andere naam. Voordat de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) een einde maakte aan de slavernij – maar niet aan de onderdrukking – vormde het bezit van Afrikaanse afstammelingen een cruciaal onderdeel van de zuidelijke economie en cultuur.

McQueen toont hoe het werkte. ‘Oorzaak en gevolg van de slavernij’, zoals hij de film beschrijft. De mythische beelden uit de geschiedschrijving, over goedmoedige witte masters en dom-vrolijke slaven, zijn verdwenen. Deze film gaat over de ware aard van het systeem: bezit en uitbuiting. En over de uitwassen.

We zien Solomon urenlang hijgend aan een boomtak hangen, een touw strak om zijn nek. Zijn tenen raken net de modder. Op de achtergrond spelen kinderen in het gras. De blanke vrouw des huizes kijkt toe, zwarte vrouwen doen de was. Zo gewoon was het geweld. Later wordt Solomon gedwongen om de jonge slavin Patsey (Lupita Nyong’o), met wie hij bevriend is, te bewerken met de zweep. Hij doet halfhartig zijn best, waarna hun eigenaar Edwin Epps (Michael Fassbender) zijn verliefheid op Patsey botviert met een close-up getoonde afranseling die haar bijna doodt. De ironie wil dat Patsey graag dood wíl; het lijkt de beste katoenplukster van de plantage een bevrijding uit het helse bestaan onder Epps.

Een stillere vorm van onderdrukking was dat slaven niet mochten lezen of schrijven. Analfabetisme was de norm, want eigenaren hielden hun bezit liever onwetend. Zij die konden lezen, hielden dat geheim. Solomon doet pogingen om met bessensap op gestolen papier brieven aan zijn familie te schrijven, zodat hij kan worden gered. Totdat hij de post verbrandt – uit lijfsbehoud.

Als gevolg zijn geschreven getuigenissen van de slavernijtijd zeldzaam. Elf miljoen Afrikanen werden verscheept naar het Amerikaanse continent. Zij kregen kinderen en hun kinderen kregen kinderen, die ook weer als slaven werden ingezet en verhandeld. Hun miljoenen verhalen werden doorgegeven, maar vrijwel altijd mondeling. Niet meer dan 192 voormalige slaven hebben beschreven wat ze meemaakten.

Daarin gaat een antwoord schuil op de vraag van mijn ex. De slavernijliteratuur is een nauwelijks bestaand genre, in tegenstelling tot de holocaustliteratuur. Northups autobiografie, die de basis vormde voor het scenario, is de uitzondering. Hoewel er onenigheid bestaat onder geleerden over de vraag of het puur memoire is of toch een gedramatiseerde versie, staat wel vast dat de film en het boek een authentiek tijdsbeeld schetsen. Het verzet van de nazaten van de slavenhouder die Fassbender met ijzingwekkende overtuiging neerzet (hun voorvader was ‘een beschaafde man die de wet volgde’) heeft weinig weerklank gevonden.

‘Ik worstel met de vraag waarom we alles weten over de shoah, maar niet over de slavernij’

McQueen zegt te hopen dat iedereen overal het boek zal gaan lezen; een Dagboek van Anne Frank voor het slavernij-onderwijs. ‘Dit gebeurde in dit land’, zegt McQueen na afloop van de film. ‘Ik wist van Anne Frank, maar niet van Solomon. Waarom?’ De regisseur stelt zulke vragen op een rustige toon. Hij klinkt niet verwijtend, maar benieuwd naar het antwoord. ‘In Amerika kende niemand 12 Years. Maar het is een historisch meesterwerk. Laten we het verplicht leesvoer op school maken.’ Het is geen gekke gedachte. To Kill a Mockingbird (1960) van Harper Lee is als roman over raciaal onrecht een geliefde klassieker geworden op Amerikaanse scholen en universiteiten. 12 Years a Slave kan worden gelezen als historische context: hoe de wereld in het zuiden van de Verenigde Staten er honderd jaar eerder uitzag. Twee meeslepende boeken over onderdrukking en onrecht in de jaren 1850 en 1950.

Maar niemand twijfelt eraan dat een speelfilm, zeker een bekroonde film met een prachtrol van Brad Pitt, meer teweeg kan brengen dan een boek. Dat illustreert rabbijn David Wolpe wanneer hij onder woorden brengt wat veel bioscoopgangers tegen elkaar en journalisten zeiden na het zien van de film: ‘Ik geef dit niet graag toe. Ben ik een idioot? We hebben hier allemaal over gelezen. Maar we zien dit en we denken: mijn God, de slavernij was écht vreselijk.’

Tijdens de vragensessie blijven de slavernij en de jodenvervolging elkaar tegenkomen. Dat gebeurt in dit gezelschap overigens in harmonie. Het antisemitisme dat sommige zwarte leiders in de loop der jaren hebben gespuid, veroorzaakte nog wel eens spanningen tussen de twee minderheidsgroepen. Vanavond niet.

David Wolpe beantwoordt zelfs een beetje hulpeloos de vraag van mijn ex. ‘Ik worstel met de vraag waarom we alles weten over de shoah, maar niet over de slavernij’, peinst hij. De rabbijn poneert twee hypothesen. ‘Tijdens de holocaust was de vijand iemand anders: de nazi’s waren de anderen. En laat ik het simpel zeggen: de slachtoffers waren blank, niet zwart.’ In gedachten hoor ik mijn vroegere vriendin ‘amen’ uitroepen.

McQueen zelf omzeilt de vergelijking tussen de twee systemen. Hij zegt desgevraagd wel dat hij religie vooral als bron van hoop ziet, voor zwarten én joden. Dat veel slavenhouders en Duitsers vrome gelovigen waren, doet er niets aan af dat hun slachtoffers óók troost en kracht vonden in dezelfde god, zegt hij.

Zijn doel was om bewustzijn te scheppen. McQueen vindt niet dat het spektakel heel gewelddadig is, en ook niet dat het een ‘zwarte film’ is. ‘Het is een Amerikaanse film. Een verhaal over menselijk respect.’ Terecht merkt de regisseur in interviews op dat het de best gerecenseerde film van 2013 was. ‘Niet als slavernijfilm, maar als speelfilm.’ Bij de Oscars valt dan ook een grotere buit te verwachten dan bij de Golden Globes. Zoals McQueen zei: dit gaat over een Amerikaans trauma. Het ligt voor de hand dat de Amerikaanse stemmers van de Academy de iconische waarde van 12 Years a Slave beter op waarde schatten dan de buitenlandse journalisten die voor de Globes stemmen.

McQueen voegt toe dat het de hoogste tijd is dat Hollywood wakker werd. Er zijn nog geen twintig speelfilms gemaakt over de schaduw die zo lang over Amerika hing, zegt hij. ‘Dat kun je niet echt een fucking genre noemen’.

Vanaf 20 februari in de bioscoop

Beste slavernijfilm Door The New Yorker is 12 Years a Slave geprezen als ‘met gemak de beste slavernijfilm ooit’. Daar valt bij aan te merken dat er weinig concurrentie is, buiten de slavernijkomedie verhuld als spaghettiwestern van Quentin Tarantino Django Unchained (2012). Gone with the Wind (1939) telt niet. The Butler (2013) ook niet. Die film refereert aan de onderdrukking, maar als feel-good-verhaal over een zwarte die zichzelf omhoog werkt, staat The Butler dichter bij soft werk als The Legend of Bagger Vance (2000) dan bij 12 Years a Slave.

Toch is er iets aan het veranderen in de VS. Django Unchained won twee Oscars, en in het tijdperk-Obama lijkt de tijd ook in andere kunstgenres rijp voor slavernijhumor.

Zo was James McBride stomverbaasd toen hij eind vorig jaar de National Book Award won voor zijn roman The Good Lord Bird. In zijn voortreffelijke boek vertelt McBride het op waarheid berustende verhaal van de blanke slavernij-abolitionist John Brown, die met een bende vreemde snuiters een aanval voorbereidt in West Virginia. De verteller is een zwart kind, Henry, die zo op een meisje lijkt dat hij zeventien jaar als Henrietta door het leven gaat. Het is een subtiele komedie in de stijl van Mark Twain, merkten de critici op. De jury van de National Book Award noemde het boek ‘gedurfd oneerbiedig, maar ook wijs, grappig en aangrijpend’.

McBride schreef eerder de bestseller The Color of Water: A Black Man’s Tribute to His White Mother. Voor een zwarte man is het een evenwichtskunst om de draak te steken met huidskleur en onderdrukking, zei hij in The Newshour. Toch koos hij ervoor om er lichtvaardig over te schrijven. ‘Ik wilde ruimte scheppen, zodat mensen kunnen lachen om zaken waar ze niet makkelijk over praten. De slavernij is deprimerend. Maar ik wilde geen deprimerend boek schrijven.’


Beeld: Michael Fassbender als Edwind Epps en Chiwetel Ejiofor als Somon Northup in 12 years a Slave (Independent Films).