Oklahoma, Tulsa, de wijk Greenwood na de Tulsa Race Massacre, juni 1921 © American National Red Cross photograph collection / Library of Congress

Viola Fletcher is 107 jaar oud, en een van de laatsten in Tulsa, Oklahoma, met een geheugen dat teruggaat tot 1921. ‘Ik herinner me alles’, sprak Fletcher op maandagmiddag 11 mei, leunend op een witte wandelstok achter een plexiglazen spreekgestoelte dat was neergezet in de hal van het Greenwood Community Center. ‘De schoten, het vuur. Ze zeiden dat ze bezig waren alle zwarte mensen in Tulsa te doden.’

Om bij het gemeenschapshuis te komen, loop je over North Greenwood Avenue, de centrale as van wat ooit Amerika’s welvarendste zwarte wijk was. Kijk naar beneden, en je ziet het verleden langs je voeten voorbijgaan. ‘Elridge Restaurant. Verwoest op 1 juni 1921, niet heropend’; ‘Jacksons Barbershop, verwoest in 1921, niet herbouwd’, en zo nog tientallen koperen gedenkstenen in het trottoir. Zoals in Europa door de nazi’s weggevoerde joden worden herdacht met tussen de tegels ingemetselde ‘Stolpersteine’, zo hoopt Greenwood dat bezoekers stilstaan bij wat hier ooit plaatsvond: een specifiek Afro-Amerikaanse invulling van de American Dream, opgebloeid na de afschaffing van de slavernij, verwoest in een bestek van achttien uur door een witte menigte die voorspoed van een ander ras niet kon uitstaan: de Tulsa Race Massacre.

‘Zie je die geblakerde gevel daar?’ Freeman Culver wijst naar de overkant van de straat, naar het enige gebouw in een rijtje keurig gevoegde gevels dat een verweerde aanblik biedt. Culver komt uit Alabama, is gestoken in een strak gesteven hemd en glimmend gepoetste schoenen. Hij runt een lokale Kamer van Koophandel in Greenwood en wil de wijk nieuw leven inblazen. Hij vertelt over het aantal ondernemingen hier dat nog in handen is van een Afro-Amerikaanse eigenaar. ‘Ooit waren dat er zeshonderd, nu nog maar een handje vol’, zegt hij en wijst dan nog een keer naar de overkant. ‘We willen dat iedereen de gebrandmerkte stenen kan zien, zodat ze kunnen begrijpen wat hier verdwenen is.’

Hoeveel doden er precies vielen bij de rassenrellen die plaatsvonden in Tulsa een eeuw geleden, is nooit opgehelderd. De officiële vaststellingen gaan uit van een minimum van 36, onder wie tien witte Amerikanen, maar bijna een tienvoud daarvan lijkt een waarschijnlijker schatting. Er is nog steeds een zoektocht gaande naar lichamen die zouden zijn gedumpt in massagraven. Ondertussen doet elke straal licht die wordt geworpen op dit extreme geval van raciaal geweld in de geschiedenis van de Verenigde Staten sommigen juist wegkijken. In Tulsa, een middelgrote stad in een staat waar Trump bij de vorige verkiezingen alle kiesdistricten won, koestert vrijwel iedereen een drang om verder te gaan. Wat ontbreekt is de overeenstemming over de manier waarop dat moet gebeuren.

Het geraamte van feiten staat inmiddels stevig overeind. Aan het begin van de vorige eeuw was Tulsa een economische vrijhaven voor Afro-Amerikanen. Aan de noordkant van de stad, voorbij het spoor, strekte Greenwood zich uit: een paar kilometer winkels, restaurants en theaters met daaromheen woningen, gebouwd tijdens de grote run op land in 1889. De ‘landrush’ leverde een extreem gesegregeerd Tulsa op, en juist dat zorgde voor Afro-Amerikaanse welvaart. De dollars verdiend in dienst bij witte huishoudens aan de andere kant van de stad werden in de eigen gemeenschap uitgegeven, met een welvaarts-multiplier van jewelste als gevolg. ‘Als je je naam op een bankbiljet schreef voordat je het uitgaf, was de kans groot dat je het later weer terugzag in je eigen portemonnee’, vertelt Terry Baccus, die met zijn vilten hoed een vaste verschijning is op Greenwood Avenue en die graag mensen rondleidt. ‘Tussendoor was dat biljet wel tien keer uitgegeven.’

De muziekhallen, haarsalons en hotels in Green-wood trokken grote hoeveelheden bezoekers van elders uit de staat. Volgens Baccus had Greenwood een aangezicht van burgerlijke bedrijvigheid overdag – lunchrooms, schoenmakerijen, drukkers – en toonde het district ’s nachts zijn liederlijke gezicht in de vorm van danszalen, illegale bars – het was de tijd van de drooglegging – en bordelen. ‘Dit was het red light district van Amerika’, vertelt hij. ‘Dit soort verhalen hoor je niet van nette mensen. Wel van mij. Ik ben niet voor niets vernoemd naar de god van de wijn.’

Of Booker T. Washington, beroemd schrijver en voorvechter van burgerrechten voor Afro-Amerikanen, Greenwood in de jaren 1910 overdag of ’s nachts bezocht is niet bekend. Wel is vastgelegd dat hij sprak over ‘the Negro Wall Street’. Niet dat er beurshandel plaatsvond, maar nergens anders had Washington een zwarte gemeenschap gezien die zo floreerde.

En precies dat is de reden waarom op 1 juni 1921 Black Wall Street transformeerde tot een rokende puinhoop. De aanleiding was, zoals wel vaker, de geruchtenmachine. Een zwarte man zou zich hebben vergrepen aan een jonge witte vrouw. Een poging van inwoners van Greenwood om lynching van de jongen te voorkomen, bracht een witte menigte op de been die de wijk brandschatte. Het was een Amerikaanse Kristallnacht, schrijft Scott Ellsworth in The Ground Breaking: An American City and its Search for Justice, een nieuw boek over Tulsa in 1921. Gaandeweg is ook duidelijk geworden hoezeer de autoriteiten betrokken waren bij het geweld. De menigte was deels bewapend door het stadsbestuur van Tulsa, dat sprak van een opstand onder de zwarte bevolking die moest worden neergeslagen, en kreeg steun van de National Guard.

‘Ooggetuigen melden hoe vijf mannen van kleur werden opgesloten in een brandend huis. Vier kwamen door het vuur om het leven. De vijfde werd neergeschoten toen hij probeerde te ontvluchten en terug in de vlammen gegooid’, schreef Walter White, leider van de National Association for the Advancement of Colored People en verslaggever voor The Nation in een artikel dat gedateerd is op 29 juni 1921 en getiteld ‘De eruptie van Tulsa’. Sommigen van de meer dan tienduizend geweldplegers namen Greenwood met machinegeweren onder vuur. Er werden vliegtuigen ingezet. Of die ter intimidatie over de daken scheerden, of dat er daadwerkelijk explosieven en brandbommen werden gegooid, zoals de overlevering vertelt, is een van de vragen waarop het antwoord verdwenen is in de mist van de geschiedenis. Maar het was duidelijk dat wat er in Tulsa gebeurde verder ging dan de lynchpartijen waar Afro-Amerikanen hoe dan ook voor moesten vrezen.

Nergens anders was er een zwarte gemeenschap die zo floreerde. En precies daarom transformeerde Black Wall Street tot een rokende puinhoop

‘Het enige wat ontbrak om dit een replica van moderne oorlogvoering te maken was het gifgas’, schreef White in zijn artikel. Ook voor Mary Jones Parrish, een inwoner van Greenwood die een verslag van de gebeurtenissen optekende, was het alsof de loopgravenoorlog in Europa naar de VS was overgewaaid. ‘De vijand had zich ’s nachts verzameld en viel ons district binnen, precies zoals Duitsland België binnenviel.’

In The Nation bestempelde White de verwoestingen in Tulsa als een breukmoment. ‘Wat gaat Amerika doen na zo’n vreselijke slachtpartij?’ schreef hij. Terugblikkend is op die vraag een aloud antwoord gegeven: door er het zwijgen toe te doen. Een orgie van moord, plundering en brandstichting die duizenden mensen dakloos maakte, kan beter vergeten worden, zo concludeerde de lokale elite al gauw. Tulsa was groot geworden dankzij ‘boosterism’, zoals stadsmarketing een eeuw geleden heette. Tulsa, met een binnenstad van statige kerken en art-decowolkenkrabbers, prees zichzelf aan als ‘the magic city’. Banken, verzekeringskantoren en handelshuizen stonden open voor de oliedollars die aan de prairies van Oklahoma werden onttrokken. Een moordpartij deed dat imago weinig goed.

En dus besloot de volledig witte jury geen daders te veroordelen. Politierapporten zijn uit de archieven verdwenen. De op microfilm vastgelegde lokale kranten uit die tijd vertonen gaten, precies op de pagina’s waar de berichtgeving over de rassenmoord in Greenwood stond. Het geweld in Tulsa werd gevolgd door een ‘samenzwering van stilte’, constateerde John Hope Franklin, een van de eerste historici die de gebeurtenissen van 1921 bestudeerde.

Psychologische mechanismen deden de rest. ‘Veel overlevenden spraken achteraf niet over de massa-moord’, vertelt Brenda Alford in Ellsworth’s The Ground Breaking. ‘Voor sommigen was het te pijnlijk. Anderen deden er het zwijgen toe omdat ze toekomstige generaties wilden behoeden voor wat zij hadden meegemaakt. Nog weer anderen bleven stil omdat hun baan en inkomsten ervan af konden hangen.’

Slechts mondjesmaat kwamen de verhalen over de aanval op Greenwood naar boven. Rond de eeuwwisseling werd er op verzoek van het staatsbestuur een onderzoek gedaan naar de verwoesting van Black Wall Street. De onderzoekscommissie adviseerde de nakomelingen van de slachtoffers te identificeren zodat die aanspraak konden maken op schadevergoedingen. Er werd voor omgerekend dertig miljoen dollar aan kapitaal vernietigd in 1921. Overdracht van die welvaart naar volgende generaties was daarmee tenietgedaan, concludeerden de onderzoekers. Tot nu toe is er niets gebeurd met de aanbevelingen van het rapport.

In de afgelopen jaren is de roep om herstelbetalingen gegroeid. Namens de laatste overlevenden wordt er een rechtszaak gevoerd tegen de stad door Justice for Greenwood, een collectief van advocaten en maatschappelijke organisaties. In The Case for Reparations, een veelbesproken essay dat in de zomer van 2014 werd gepubliceerd in The Atlantic, voerde schrijver Ta-Nehisi Coates Tulsa op als voorbeeld van de onder het tapijt geveegde geschiedenis van geweld tegen de Afro-Amerikanen. De stad trok geen geld uit voor wederopbouw. Schadeclaims die werden ingediend bij verzekeraars zijn nooit uitgekeerd.

De gebeurtenissen in Tulsa stonden niet op zichzelf. De zomer van 1919 is bekend geworden als de ‘rode zomer’, met massageweld tegen zwarte wijken in onder meer Longview, Texas, Chicago en Washington DC. Maar nergens was het geweld zo grootschalig als op Black Wall Street. ‘Vrijwel niemand is er ooit voor gestraft’, schreef Coates.

Uiteindelijk ging er eeuw overheen voordat Amerika de Tulsa Race Massacre tot onderwerp van nationaal politiek belang bestempelde. Op woensdag 19 mei organiseerde de Senaat in Washington DC een speciale hoorzitting getiteld ‘Voortdurend onrecht’, waarin de laatste overlevenden en hun vertegenwoordigers mochten inspreken. Behalve Viola Fletcher kreeg ook haar broer Hugh van Ellis het woord. Van Ellis is honderd jaar oud. ‘Ik vraag u: laat mij niet van deze aarde verdwijnen zonder dat er recht is gedaan, zoals al die andere overlevenden is overkomen’, zei hij.

Hoe de roep om historische gerechtigheid de politiek verdeelt, bleek uit woorden van de Congresleden die luisterden naar de laatste overlevenden. ‘Achterstand en ongelijkheid in Tulsa vandaag de dag kunnen worden teruggevoerd op de moordpartij’, zei Senator Steve Cohen, een Democraat. Jerrold Nadler, uit New York, ook een Democraat, gebruikte de woorden ‘etnische zuivering’ en constateerde dat het hoog tijd is voor herstelbetalingen. Mike Johnson, Senator namens Louisiana, vond dat de ‘verschrikkelijke gebeurtenissen erkend moeten worden’ en voegde daaraan toe dat ze ’niet representatief zijn voor het Amerika van nu’. Zijn collega Jim Jordan, Republikein uit Ohio, vond dat vooral niet vergeten moest worden dat ‘Amerika het beste land ter wereld is’.

‘Tulsa is de Amerikaanse Zeitgeist binnengedrongen’, en daarmee is het een toneel geworden om hedendaagse politieke strijd op uit te vechten

Zo is Tulsa het nieuwste afzetpunt geworden in het voortdurende debat in de VS: vereisen schandelijke daden uit het verleden handelingen in het nu of is er ergens in de afgelopen decennia een cesuur geweest die het Amerika van ooit – van slavernij, segregatie en raciaal geweld – scheidt van het huidige Amerika? En zoals ieder ingewikkeld vraagstuk, zeker wanneer het te maken heeft met ras, zet het Democraten en Republikeinen, van buurthuis tot aan de marmeren hallen van het Capitool, diametraal tegenover elkaar. Tulsa, Oklahoma, een plaats die zich opnieuw een plek in de geesten van de Amerikanen probeert te veroveren als ‘magic city’ die het verleden een plaats probeert te geven, is een zoveelste politieke T-splitsing in Amerika.

In Tulsa, ondertussen, wordt er alles aan gedaan om Greenwood onderdeel te maken van het grote verhaal van Amerika. Gerechtigheid en herstel is de inzet van de herdenkingen die in Tulsa zijn gepland op 30 mei en 1 juni, wanneer de vernieling van Greenwood precies honderd jaar geleden is. Er komt een grote bijeenkomst, met sprekers als Stacey Abrams, de politicus en burgerrechtenactivist uit Georgia, en zanger John Legend. Er wordt druk getimmerd aan een nieuw herdenkingscentrum dat het verhaal van de rassenmoord en het langzaam opkrabbelen van de zwarte gemeenschap in Tulsa moet vertellen. Aan het roer hiervan staat Phil Armstrong, een ondernemer met een graad in massa-communicatie die twintig jaar geleden vanuit Ohio naar Tulsa verhuisde. ‘Er is door het stadsbestuur nooit iets gedaan om de schade uit het verleden te herstellen’, vertelt hij. ‘De honderdjarige herdenking richt de ogen van de wereld op Tulsa en hopelijk voert dat de druk op de autoriteiten op om met genoegdoening te komen.’

Armstrong studeerde aan een van de Historically Black University’s and Colleges, het netwerk van Amerikaanse universiteiten met een speciale nadruk op de ervaring van Afro-Amerikanen. Daarbinnen werd al veel langer over Tulsa gesproken. Studiebeurzen verstrekken om naar dit soort universiteiten te gaan, zou dan ook een van de manieren kunnen zijn om nazaten van slachtoffers te compenseren, meent Armstrong. In zijn tweede jaar kreeg hij een heel semester les over wat doorgaans de Tulsa Race Riot werd genoemd. Inmiddels is hij ervan overtuigd dat ‘massacre’ een veel passender term is, en zijn herdenkingscommissie stelt ook expliciet dat woorden er toe doen. In hun logo is het woord ‘riot’ doorgestreept en vervangen door ‘massacre’. Terecht, meent Terry Baccus, de verhalenverteller van Greenwood Avenue. Hij weet het zeker: het ging om het land. ‘Wit Tulsa zag hoe rijk we hier werden en wilde Greenwood voor zichzelf hebben.’

Hoeveel doden er precies vielen tijdens de Tulsa Race Massacre is nooit opgehelderd © Greenwood Cultural Center / Getty Images

Of er ooit nog een rechtershamer zal neerdalen om een vonnis te bekrachtigen, een verzekeringsagent een claim zal goedkeuren of een bestuurder getroffenen schadeloos zal stellen is een open vraag, maar hoe dan ook is Tulsa ‘de Amerikaanse Zeitgeist binnengedrongen’, schrijft journalist James. S. Hirsch in Riot and Remembrance: The Tulsa Race Massacre and its Legacy, een van de vele nieuwe boeken over Black Wall Street die deze maand zijn verschenen. En met dat binnendringen is Tulsa een toneel geworden om hedendaagse politieke strijd op uit te vechten.

In juni 2020 begon Donald Trump zijn herverkiezingscampagne met een rally in de stad. Het was zijn eerste openbare optreden sinds de corona-uitbraak, en Trump moest een grootse rentree maken. Hij koos Oklahoma, een door en door ‘rode’ staat, waar hij hoopte het ressentiment waar zijn campagne op stoelde te kunnen aanwakkeren. Trump sprak over de vernielingen die werden aangericht in Amerikaanse steden tijdens Black Lives Matter-protesten en blies die beweging op tot een existentiële bedreiging voor Amerika. Hij landde in Tulsa tijdens de nationale ontsteltenis over de politiemoord op George Floyd en zei dat hij ‘altijd aan de kant van de ordebewakers’ stond. In een plek waar de ordebewakers aan de verkeerde kant van de geschiedenis stonden, is dat een saillante boodschap.

In de hoofden van sommigen is wat er in 1921 in Tulsa gebeurde bovendien nog altijd deels moordpartij, deels opstand die werd neergeslagen. Artikelen in de lokale pers destijds suggereerden dat Greenwood een broeinest was van socialisme, al meer dan een eeuw de vijand die zich zou verschuilen in eigen land. Dit type berichten maakte de geesten tegelijk angstig en rijp voor actie tegen vermeende subversieve elementen aan de andere kant van het spoor. Nadat Greenwood was verwoest verscheen er een artikel in The New York Times waarin werd gesteld dat het geweld mede was toe te schrijven aan de African Blood Brotherhood (abb), een linkse militante organisatie.

Historici hebben vastgesteld dat de abb het verzet van de zwarte bevolking tegen de plunderaars achteraf opvoerde als een toonbeeld van noodzakelijke zelfverdediging, maar het idee dat geweld in Tulsa op een of andere manier te maken had met het veiligstellen van Amerika is nooit geheel verdwenen. Het maakt Tulsa historisch gevoelig voor een politicus die zijn tegenstander afschildert als een ‘Trojaans paard voor de socialisten’, zoals Trump over Biden sprak. Trumps rally bleek een flop, er kwamen maar weinig mensen opdagen. Wel stond Tulsa, en daarmee het verleden, weer volop in de schijnwerpers.

Een ander publiek raakte bekend met Tulsa dankzij de vermaaksindustrie. In oktober 2019 verscheen Watchmen op digitale kanalen. Productiebedrijf hbo baseerde de serie op een reeks comics uit de jaren tachtig die zich afspelen tegen de achtergrond van de Koude Oorlog en de vrees voor nucleaire vernietiging. De plot draait om een groep uitgerangeerde superhelden die een complot in overheidskringen op het spoor komen. De recente Watchmen-serie is gesitueerd in een alternatief Tulsa waarin nazaten van raciaal geweld herstelbetalingen krijgen. Het complot betreft banden tussen de ‘zevende cavalerie’, een op de Ku Klux Klan geënte groep witte terroristen, en de politie. De makers van Watchmen, dat talloze prijzen won, wilden inspelen op recente gebeurtenissen, zoals de verkiezingen van 2016 en de extreem-rechtse demonstraties in Charlottesville. ‘Welk huidig thema is het equivalent van onze angsten over nucleaire oorlog in de jaren tachtig?’ vroeg Nicola Kassell, producent van de show, in een interview met The Wall Street Journal. ‘Het antwoord is ras en politiemacht.’

Na 1921 werd het geweld officieel als rassenrel bestempeld, omdat de verzekeraars op basis van die grond geen claim hoefden uit te betalen

Watchmen episode 1, seizoen 1, brengt Black Wall Street tot leven. Het beeld opent in een bioscoop in Greenwood waar een Afro-Amerikaanse jongen naar een stomme film kijkt als er ineens een sirene klinkt. Zijn moeder, die de film van geluid voorziet met pianospel, probeert samen met haar man de zoon vervolgens in veiligheid te brengen terwijl de witte meute zich uitleeft. We zien openbare executies, plunderingen en lichamen die achter auto’s door de straten worden getrokken. Het is de Tulsa Race Massacre, waarvan slechts zeer schaars archiefmateriaal bestaat, in zijn volle gruwelijkheid verbeeld.

‘Die scène is fantastisch’, zegt Hannibal B. Johnson, een in het zwart geklede historicus met een intense blik tijdens een gesprek in Greenwoods gemeenschapscentrum. Johnson werd geboren in Oklahoma, haalde een juridische graad aan Harvard Law School en heeft heden en toekomst van de zwarte gemeenschap in de stad tot zijn levenswerk gemaakt. Johnson schreef tien boeken over zwart Tulsa, waarvan er twee specifiek gingen over de nawerkingen van 1921. ‘Ik was sceptisch over het gebruiken van deze geschiedenis voor fictie, maar de makers van Watchmen hebben duidelijk goed onderzoek gedaan. De scène is volgens mij zeer getrouw uitgevoerd’, zegt hij.

Het liefst wil Johnson praten over wat er ná 1921 gebeurde, toen Greenwood langzaam weer werd opgebouwd. ‘Het verhaal van Tulsa gaat niet alleen over slachtofferschap’, zegt hij, ‘maar ook over de enorme veerkracht van de zwarte gemeenschap.’ ‘Greenwood rising’ is dan ook het motto van Tulsa’s herdenkingscommissie, waar Johnson lid van is. Tegelijkertijd blijft Tulsa een stad die verwond werd, aldus Johnson. ‘En als wonden niet verzorgd worden, gaan ze rotten en zweren. Dat is precies wat hier is gebeurd. Het heeft te lang geduurd voordat Tulsa de confrontatie met zijn geschiedenis is aangegaan.’ Om dat proces te bespoedigen heeft Johnson een denkschema ontwikkeld. De verwerking van het verleden kent drie fases, legt hij uit: erkenning, excuses en boetedoening. ‘In welke fase Tulsa zich bevindt? Eigenlijk in alle drie tegelijk’, zegt hij.

Of Tulsa nu behoefte heeft aan feitenvorsing, verontschuldigingen of compensaties hangt inderdaad sterk af van met wie je spreekt. Robert Turner is in ieder geval iemand die de nadruk legt op stap drie. Hij is een jonge charismatische pastor die in 2017 werd geïnstalleerd als voorganger van de Vernon African Methodist Episcopal Church in Greenwood. Elke woensdagmiddag gaat hij naar het gemeentehuis in de binnenstad van Tulsa met een megafoon in zijn handen. Zijn toespraak duurt ongeveer twintig minuten, waarna hij terugloopt naar zijn kerk, soms vergezeld door een kleine menigte, soms door een handjevol mensen dat heeft geluisterd. Zijn boodschap is altijd dezelfde: Tulsa heeft nagelaten zijn bewoners te beschermen, en moet daar verantwoording voor afleggen. ‘Zolang genoegdoening uitblijft, zijn de grondwet en de grondrechten van dit land een leugen’, roept hij.

Voorlopig roept Turner tegen dovemansoren. George Bynum, de huidige burgemeester van Tulsa, heeft gezegd dat er onder zijn bestuur geen herstelbetalingen zullen worden gedaan aan overlevenden of nazaten van de Tulsa Race Massacre. ‘Dat kost geld van belastingbetalers en het zou oneerlijk zijn om huidige generaties te straffen voor wat er in het verleden is gebeurd’, aldus Bynum. Hij sprak die woorden tijdens een recente bijeenkomst georganiseerd door de Republican Women’s Club, een afdeling van de lokale Republikeinse Partij. Daar werd Bynum door vraagstellers het vuur aan de schenen gelegd over ‘dat 1921-gedoe’ en gevraagd naar lopende onderzoeken naar nazaten van slachtoffers in Greenwood. ‘De stad betaalt voor forensische experts die dna-onderzoek zullen doen’, vertelde hij. Maar de uitslag zou nog ‘jaren op zich laten wachten’. Gevraagd waarom er ineens gesproken werd over rassenmoord in plaats van rassenrel antwoordde Bynum dat ‘het iedereen vrij staat de gebeurtenissen te benoemen zoals je wilt. Ik noem het een moordpartij, maar niemand hoeft dat te doen.’

Pastor Turner weet waarom de semantiek zo gevoelig ligt. Na 1921 werd het geweld officieel als rassenrel bestempeld, omdat de verzekeraars op basis van die grond geen claim hoefden uit te betalen, legt hij uit. Een moordpartij heeft een aanwijsbare dader op wie de schade kan worden verhaald. Een rel werd behandeld als overmacht, zoals een storm of een orkaan. Hiermee begon volgens Turner een cultuur van verantwoordelijkheid ontlopen. Daarom haalt hij vanaf de kansel graag het verhaal over Kaïn en Abel aan. ‘“Het bloed van je broer roept naar mij vanaf de aarde.” Dat is wat God tegen Kaïn zegt als hij vragen over zijn dode broer ontwijkt en dat is wat hier gebeurt. Er zijn doden in graven verdwenen zonder dat daar ooit erkenning voor is gekomen.’

Turner vertelt over de dienst die plaatsvond in zijn kerk de week nadat Greenwood werd verwoest: ‘De mensen kwamen terug en begonnen opnieuw. De zondag nadat hun huis en haard verwoest waren, werd er gebeden en het belang van naastenliefde beleden.’ Omgekeerd ziet hij weinig naastenliefde terug. De afgelopen tijd was de politiemoord op George Floyd een van de voornaamste gespreksonderwerpen in zijn parochie. ‘Honderd jaar geleden deed het leven van een zwarte Amerikaan er niet toe, en nu moeten we nog steeds bevechten dat onze levens waarde hebben’, zegt Turner. Hij bereidt zich voor op zijn preek waarin wordt stilgestaan bij honderd jaar Tulsa. Turner heeft voor de zekerheid metaaldetectors aangeschaft om bezoekers de komende weken te controleren. ‘Er lopen nog steeds een hoop vreemde mensen rond’, zegt hij.

Naast de kerk staat in grote gele letters ‘blm’, voor Black Lives Matter, op het beton geverfd. Eerder stonden de woorden op de weg, maar het stadsbestuur heeft het asfalt onlangs weggebulldozerd, vertelt Turner. ‘Daarom heb ik die letters opnieuw geschilderd, deze keer op de parkeerplaats. De weg is van de stad, maar dat stukje grond is van ons.’

Dat herstel voor Greenwood via diezelfde grond kan lopen, is de stellige overtuiging van Freeman Culver, de directeur van de Kamer van Koophandel. ‘Er zou hier een nieuw Black Wall Street moeten verrijzen’, zegt hij, ‘waar het geld binnen de eigen gemeenschap circuleert.’ Meer doen om ondernemers van kleur te faciliteren is een vorm van compensatie, vindt hij. ‘We houden niet onze hand op voor een uitkering. Financiering om een bedrijf te starten is veel meer waard.’ En Culver weet nog wel iets: zet de paar gebouwen die nog herinneren aan Black Wall Street op de nationale monumentenlijst. Dat betekent subsidies en belastingkorting waarmee de wijk verder ontwikkeld kan worden.

Er wordt momenteel druk gebouwd in Greenwood, maar vooral op land dat in de loop der jaren is opgekocht door de gemeente en daarna ter beschikking is gesteld aan grote projectontwikkelaars. Daarmee dreigt de droom van een nieuw Black Wall Street het af te leggen tegen de behoefte aan luxe appartementen en kantoren voor grote ondernemingen. Onder andere Vast, een lokale bank in Oklahoma, heeft al een grote kantoorflat in de wijk neergezet. Fietsmaker bmx heeft Greenwood gekozen als vestiging voor een nieuw hoofdkantoor. ‘Het levert misschien banen op, maar geen kapitaal dat van generatie op generatie kan worden doorgeven’, zegt Terry Baccus, die de hoge gebouwen ziet verrijzen op zijn dagelijkse rondes door de wijk.

Bovendien wordt North Greenwood Avenue tegenwoordig halverwege doorsneden door een gierende snelweg, aangelegd in de jaren tachtig in het kader van stadsontwikkeling. Wonen waar ooit de villa’s van de elite van Black Wall Street stonden is daardoor niet langer een aanlokkelijk vooruitzicht. Het meeste omliggende land is gebruikt voor de aanleg van een universiteitscampus. ‘Die zogenaamde stadsontwikkeling heeft misschien nog wel meer kwaad gedaan dan het bloedbad in 1921’, zegt Baccus. ‘Na de moordpartij begon de gemeenschap weer opnieuw, maar inmiddels is al het leven hier weg.’

Samen lopen we Standpipe Hill op, een heuvel aan de rand van Greenwood die de hele stad overziet. ‘Hier werd in 1921 een machinegeweer neergezet om de wijk onder vuur te nemen’, vertelt Baccus. In de verte is Greenwood Rising Center te zien, het museum dat, zoals Phil Armstrong, voorzitter van de herdenkingscommissie, het zegt ‘de ogen van de wereld op Tulsa moet richten’. Honderd jaar Tulsa Race Massacre is geen afsluiting, maar een nieuw begin, belooft Armstrong. Ik vraag aan Baccus wat hij daarvan denkt. ‘We moeten ons verzoenen met de mensen die ons hebben vermoord’, zegt hij. ‘Volgens mij moet er nog heel wat gebeuren voordat we zover zijn.’