Een anatomische les

Als ik ergens de schurft aan heb, dan is het wel aan vandalisme. Met een mes een Rembrandt te lijf te gaan, om maar eens een spectaculair voorbeeld te noemen.

Zoiets is toch schandalig! Dat mag toch niet! Behalve als je een kunstenaar bent, natuurlijk. In zo'n geval ben je juist verplicht om heilige huisjes op te blazen. Wij modernen worden verstikt door al die ouwe troep, al moeten wij oppassen het kind niet met het badwater weg te gooien.
Laat ik een concreet voorbeeld nemen. De Nachtwacht. Wij halen het linnen zorgvuldig uit de lijst. Dan snijden wij, volgens de principes van De anatomische les van de meester, de benen van Frans Banningh Cocq af. Dan verwijderen wij zijn hoofd en ten slotte ontdoen wij de romp van die prachtige rode sjerp. Aldus geschiedt eveneens met Jacob Dircksen de Roy, Paulus Schoonhoven en Willem van Ruytenburch van Vlaerdingen - en die zestien anderen. Ja, het is een klerewerk dat veel geduld vereist. Maar ons geduld zal zich kapitaliseren.
De authentieke stukjes Rembrandt plakken wij vervolgens op evenveel blanco doeken. Nu mogen wij pas creatief-emotioneel te werk gaan. Wij omlijsten de resten van de Gouden Eeuw met gedurfde, eigentijdse kleuren. Lijnen, vlekken, graffiti, alles is verrijkend, mits met verve gehanteerd. Eenmaal van onze handtekening voorzien brengen wij ons oeuvre onder in het galeriecircuit, waar het volgens de voorgeschreven marketingprincipes aan de man wordt gebracht. Aan het einde van de rit heeft iedereen goed verdiend, hebben tal van kunstverzamelaars hun status verhoogd en heeft de postmoderne kunstenaar definitief zijn naam gemaakt.
Dat hij daarna niet op zijn lauweren kan gaan rusten, is duidelijk. Van het verdiende bedrag koopt hij de Zonnebloemen van Van Gogh. Hij bewerkt dit veld volgens de hierboven beschreven principes en brengt de bloemen per stuk terug in het kunstcircuit. Want iedere bloemist kan je vertellen: losverkochte zonnebloemen brengen meer op dan een hele bos.