Toneel: Tramlijn Begeerte

Een andere Blanche

In Tennessee Williams’ stuk A Streetcar Named Desire verruilt de mooie ‘motvlinder’ Blanche Dubois het landschap van haar moeizame jeugd voor de drukke en zweterige stad waar zus Stella hokt met de Poolse dagloner Stanley Kowalski.

Hij is een mannenman. Opgetrokken uit bier, seks, gokken en wantrouwen. En een stevig minderwaardigheidscomplex. Zeker tegenover kakmadammen als Blanche. Die dus min of meer intrekt bij haar natuurlijke antipode en felste tegenstander. Maar wie is die Blanche? Is ze patiënt? Of een beetje een raar meisje? Lijdt ze aan borderline? Of is ze depressief? Aan het slot wordt ze onder het uitspreken van haar beroemdste (maar niet haar belangrijkste) zin – ‘Ik heb altijd vertrouwd op de goedheid van vreemden’ – afgevoerd naar een inrichting.

Maar hoezo dat dan? Is ze gek? Die indruk wekt ze niet. Op driekwart van het stuk, in scène negen, waar Blanche afscheid neemt van haar bijna-verloofde, de volksjongen Mitch, schetst ze de contouren van een zelfportret: ‘Ik wil betovering. Ja, ja, betovering. Dat probeer ik aan mensen te geven. Ik stel dingen bewust anders voor. Ik vertel de waarheid niet. Ik vertel wat de waarheid zou moeten zijn.’ In vorige vertalingen, zoals die van Eric de Kuyper uit 1995, viel het woord ‘magie’. Dat is hier dus ‘betovering’ geworden. Deze Blanche is geen vreemd magisch meisje. Deze Blanche is een toverfee. Of een toverkol. Deze Blanche is misschien wel een heks.

In de nieuwe enscenering van het stuk door Marcus Azzini bij Toneelgroep Oostpool, een ensemble zonder sterren maar met jonge, sterke spelers die fonkelende kamermuziek maken op grote podia, wordt Blanche gespeeld door Maria Kraakman. Uit de koffers die ze bij aanvang met zich mee zeult ‘hekst’ ze almaar nieuwe perspectieven en manieren van kijken naar haar personage bij elkaar. Alsof ze glas-in-lood­ramen giet en snijdt uit felle kleurengamma’s en die bij iedere wending in de vertelling of elke verse onthulling over Blanche weer kapot slaat en met de brokstukken aan een nieuw mozaïek begint. De razernij én het raffinement waarmee dat gebeurt zien eruit als beheerste waanzin die nooit hysterisch wordt en ook geen moment gewiekst of ijdel. De haarspeldbochten in deze emotionerende (maar niet emotionele) rit worden genomen in een afgewogen samenspel met de andere toneelspelers. Waarbij Stefan Rokebrand als Mitch met minimale middelen een in de loop van de avond almaar groeiende, fijn geslepen prachtrol neerzet. En waarin Dragan Bakema als Stanley zo levensgevaarlijk mee beweegt dat je als toeschouwer zintuigen tekortkomt om te bevatten wat Kraakman en Bakema aan het uitspoken zijn. Voor dit beeldschone sur-place-schaduwboksen is toneel als kunstvorm van het hier-en-nu ooit bedacht, ik weet het na deze avond weer zeker. Inclusief de tegen het eind als donderslag bij een quasi-opgeklaarde hemel uitgedeelde mokerslagen. Stella ziet in dat slot als in een flits wat er in de laatste dagen van haar voldragen zwangerschap zoal aan beulswerk is verricht. Terwijl zíj even niet oplette. Wat Kirsten Mulder in dat slot binnen enkele minuten laat zien aan zusterliefde en levenspijn doet zeer aan oren en ogen, zo goed, zo scherp, zo mooi. Ik zag de voorstelling in Utrecht, tien avonden na de première. Ze kwam schuifelend, stamelend en rafelig op gang, zoals het stuk. Eenmaal op stoom was ze niet meer te stuiten. Williams’ Tramlijn Begeerte is definitief de 21ste eeuw binnen gereden. Zonder magie misschien. Maar betoverend sterk.


Tramlijn Begeerte is nog t/m 15 december te zien, onder meer in Rotterdam, Den Haag, Leeuwarden, Eindhoven en Amstelveen.

toneelgroepoostpool.nl