Maatschappelijke ongelijkheid houdt ziekte in stand

Een arme-mensenziekte: vogelgriep

De vogelgriep heeft Groot-Brittannië bereikt, en daarmee staat het aantal getroffen landen in Europa op dertien. Rijke, gezonde Europeanen maken zich zorgen, maar ten onrechte: vogelgriep kon wel eens een armeluisziekte worden.

De vondst van een dode zwaan op het strand van het Schotse dorpje Cellardyke bracht twee weken geleden heel Groot-Brittannië in rep en roer. Nadat het gestaag ontbindende overschot door oppassende bewoners was gemeld bij de ophaaldienst van het ministerie van Landbouw werd het nog 24 uur door het getij heen en weer gesleurd, door spelende kinderen bestudeerd en mogelijk door katten, honden en andere vogels aangevreten voordat het naar een laboratorium werd afgevoerd.

Nog een week later was de doodsoorzaak bekend: vogelgriep. Daarmee was Groot-Brittannië het dertiende land in Europa waar de ziekte werd aangetroffen. In elk land is de reactie echter anders. In Duitsland, waar de overheid steeds beheerst op de opmars van het virus heeft gereageerd, werd de vondst van de eerste griepvogel ontvangen met lichte teleurstelling en een reeks gepaste maar niet opzichtige maatregelen. De reactie van de Britse autoriteiten grensde aan naakte paniek, overeenkomstig de stemmingmakerij rond het h5n1-virus die aan de overzijde van de Noordzee al meer dan een jaar hoogtij viert. Cellardyke en omgeving werden onmiddellijk door de politie afgezet. Het vervoer van dieren werd in de wijde omtrek verboden, het strand tot gevarenzone uitgeroepen en onderzoek van de Britse zwanenstand tot veterinaire prioriteit verklaard.

Kranten besteedden voor- en middenpagina’s aan de kwestie, eisten opheldering over elk detail en drukten kleurenkaarten van de wereld af met daarop bij elke vindplaats van vogelgriep een op de rug liggend vogeltje. Inzet van alle opwinding was echter niet zozeer de toekomst van de Britse vogelstand of de pluimvee-industrie, maar een uitgelekte brief van de voornaamste medische deskundige van Binnenlandse Zaken. Daarin schreef Chief Medical Officer Liam Donaldson dat in geval van een uitbraak van het menselijk h5n1-virus op korte termijn meer dan honderdduizend scholieren zouden sterven, maar dat het tijdig sluiten van alle scholen dit aantal zou kunnen beperken tot de helft.

De geruststellende woorden van Donaldsons Schotse evenknie Harry Burns – hij verklaarde dat de vondst van de zwaan slechts een voorspelbaar «incident» was dat niets toe- of afdeed aan de minieme kans dat het virus op de mens zou overslaan – vielen daarbij in het niet. In de media ontspon zich een discussie over de vraag of de overheid bij een menselijk-virusuitbraak even «traag» zou reageren als na de melding van de dode zwaan in Cellardyke. Toen ook nog bekend werd dat de gestorvene geen zwerfvogel maar een «vaste inwoner» van Groot-Brittannië was, hetgeen betekent dat het virus al weken en wellicht maanden actief was op Britse bodem, was het hek helemaal van de speculatieve dam.

Groot-Brittannië is zo langzamerhand een epidemiologische testcase van de eerste orde, niet zozeer omdat het vogelgriepvirus er hard toeslaat, maar omdat de angst voor het virus meer om zich heen grijpt dan de ziekteverwekker zelf. De Britse minister van Gezondheid Patricia Hewitt sloeg de spijker op de kop toen ze vorig jaar klaagde dat niet zieken, maar «bange gezonden» de veroorzakers waren van een tekort aan griepvaccins. «Bange rijken» had Hewitt ook kunnen zeggen, want het zijn vooral financieel draagkrachtige Britten die beslag leggen op de beperkte voorraden Tamiflu en andere vaccins hoewel ze merendeels niet behoren tot de risicocategorieën (zoals bejaarden, verzwakte patiënten, lijders aan luchtwegaandoeningen). In de Britse pers wijzen deskundigen erop dat deze «onterechte» aankoop van vaccins uiteindelijk het risico van de kopers op een infectie vergroot, omdat de betreffende doses vaccin tijdens een uitbraak niet beschikbaar zullen zijn op de plaatsen waar ze de meeste bescherming zouden kunnen bieden, maar daar waar ze het minste effect kunnen sorteren. Volgens een recent artikel in het gezaghebbende medische tijdschrift The Lancet kunnen we bij een uitbraak van menselijke vogelgriep maar beter helemaal niet op medicijnen vertrouwen. Doen we dat wel, dan zal de praktijk ons snel met de neus op onze denkfouten drukken.

De auteurs stellen dat er tot nog toe geen enkel bewijs is dat Tamiflu in het geval van een uitbraak van menselijke vogelgriep enig effect zou sorteren en dat hetzelfde geldt voor drie andere, bij het grote publiek minder bekende middelen tegen griep: amantadine, rimantadine en het geregistreerde middel Relenza. En omdat ze een (beperkt) remmend effect hebben, bevorderen deze vaccins waarschijnlijk zelfs de verspreiding van het virus. Besmette mensen die hun symptomen met deze middelen onderdrukken, kunnen heel wat medemensen besmetten vooraleer hun eigen besmetting wordt ontdekt en zij in quarantaine belanden.

Het is een van de paradoxale aspecten van deze griep die maar geen pandemie wil worden – aspecten die overigens aan veel besmettelijke ziekten kleven. Een van de minst «rechtvaardige», maar helaas onvermijdelijke aspecten van de epidemiologie is het verband tussen de welvaart van een volk of bevolkingsgroep en de verspreiding van dodelijke ziekten onder zijn leden. Dat verband is evident als het gaat om een reeks tropische ziekten die al lang uitgeroeid hadden kunnen zijn dankzij een grotere financiële en politieke inspanning, ware het niet dat zij vooral slachtoffers eisen onder arme en weinig weerbare bevolkingsgroepen.

Het is ook evident als het gaat om een besmettelijke ziekte als aids, die weliswaar niet genezen kan worden, maar waarvan de voortgang kan worden geremd en de verspreiding ingeperkt door individuele voorzorgsmaatregelen en door collectieve maatregelen zoals goede voorlichting, bevolkingsonderzoek (aidstest) en politieke inspanningen die de zelfredzaamheid van risicogroepen (vrouwen, verslaafden) verbeteren. Voor degenen die niettemin het hiv-virus oplopen, zijn de zogenaamde aidsremmers in het welvarende Westen al jaren gemeengoed. Daarnaast hebben westerse overheden tal van sociale maatregelen genomen waardoor de afstand tussen besmette en onbesmette mensen zo veel mogelijk wordt vergroot zonder aanleiding te geven tot onmenselijke toestanden.

Veruit de meeste aidsdoden vallen in de Derde Wereld, waar dergelijke middelen en maatregelen niet voorhanden zijn. Het tekort aan geld en dus aan aidsremmers is niet het grootste probleem. Dat is de «sociale armoede», die in de eerste plaats tot uiting komt in de onderdrukking van vrouwen, in een gebrek aan onderwijs, gezondheidsvoorlichting en voorbehoedsmiddelen en in het ontbreken van elementaire zorgvoorzieningen voor patiënten en hun familieleden. Met het vogelgriepvirus lijkt het dezelfde kant op te gaan. Experts zeggen het nog niet hardop omdat er nog altijd een kans bestaat dat het h5n1-virus muteert in een zeer agressieve, van mens op mens overdraagbare variant en grote aantallen westerse slachtoffers eist – en welke deskundige wil nu de roep hebben dat hij in de Grote Griepepidemie van het begin van de 21ste eeuw aan de verkeerde kant stond?

Maar uit recente publicaties en persberichten van de Wereldgezondheidsorganisatie (who) en het Europese Centrum voor Ziektepreventie en Controle (eczc) rijst het beeld op dat de vogelgriep een «arme-mensenziekte» dreigt te worden, of liever gezegd: te blijven. Een ziekte die chronisch verbonden blijft aan gebieden en bevolkingsgroepen waar mens en dier uit economische noodzaak naast en door elkaar heen leven. Door schaarste van bestaansmiddelen is de bevolking niet in staat om de eenvoudigste preventieve maatregelen te nemen of te dragen, zoals het (tijdelijk) sluiten van scholen en werkplaatsen, markten, het openbaar vervoer en publieke gebouwen – allemaal maatregelen die door de who onontbeerlijk worden geacht om een pandemie onder controle te brengen.

Volgens het laatste overzicht van de Wereldgezondheidsorganisatie zijn alle h5n1-doden gevallen in arme gebieden in een boog van China naar Oost-Turkije, gebieden waar mensen voor hun levensonderhoud vogels in huis en achtertuin houden. Daarom wordt het recente overslaan van de vogelgriep naar Afrika en laatstelijk naar Nigeria door deskundigen met lede ogen aangezien. Het Europese Centrum voor Ziektepreventie en Controle wijst erop dat het virus zich in Afrika diep kan wortelen omdat mens en vogel er net als in Azië naast en door elkaar heen leven.

eczc-voorzitster Zsuzsanna Jakab waarschuwt dat de zogenaamde «achtertuin-vogelhouders» veruit het meeste risico lopen. In het Westen is deze groep vatbaar voor controle en beperkende maatregelen, zoals de Nederlandse situatie uitwijst. In de vlakte van Azerbeidzjan of de buitenwijken van de Egyptische grote steden is daar geen sprake van. De maatregelen die de who voorschrijft in het geval van een pandemie houden in het geheel geen rekening met arme landen en bevolkingsgroepen, zoals ngo’s als Oxfam and ActionAid hebben geconstateerd. Enerzijds eist de who beperkende maatregelen in de economische en sociale sfeer die praktisch onhaalbaar zijn, anderzijds zijn de strategische vaccinvoorraden van de organisatie niet toereikend om in de behoefte van de armsten te voorzien. Zo dreigt maatschappelijke ongelijkheid wederom een ziekte in stand te houden die wellicht heel goed uit te roeien zou zijn.