Tema con variazioni

Een Arturo Fuentes, kersvers van de boerderij

De liefhebbers konden intekenen voor een ronde over het circuit van Zandvoort, full speed, in de Formule I van Jan Lammers.

Ik liet mij niet kennen, ondanks het feit dat zelfs lijn 4 mij eigenlijk al te hard gaat. Helm op, veiligheidsriemen aan. Daar gingen wij, met honderdtachtig kilometer per uur door de Tarzanbocht. Toegegeven, met een dergelijke snelheid duurt zo'n beproeving slechts een minuut of twee. Een cameraploeg filmde de wijze waarop ik enigszins bibberend uit het snelheidsmonster werd gehesen, zodat ik binnenkort weer eens nationaal voor schut hoop te staan.

Wat was er daar in Zandvoort aan de hand? Wij vierden massaal de zeventigste verjaardag van mijn vriend T. te A., die in zijn jonge jaren zelf coureur is geweest en altijd zijn belangstelling voor de racerij heeft behouden.

Hij was in de vooravond in een (niet door hem!) gehuurde, verlengde roomwitte Mercedes aangekomen, een roomblanke, tot de navel uitgesneden nepverpleegster aan zijn zijde, een attente geste van de organisatoren ter herinnering aan de jaren dat mijn vriend T. nog belangstelling voor roomblanke verpleegsters had.

H.J.A. Hofland hield de feestrede, via de tv-monitor. Hij beschreef zijn eerste bezoek aan het revalidatiecentrum waarin T. na zijn hersenbloeding enige tijd had doorgebracht. Al die mensen, verlamd of half verlamd, op een brancard of aan het infuus, het was een ontmoedigend gezicht. En waar was T.? «Toen rook ik een snuifje sigaar en inderdaad, daar zat T. in zijn rolstoel.»

Toen mijn vriend T. drie jaar geleden dat ongeluk kreeg dat hem tot de rolstoel veroordeelde, stond hij voor de vraag hoe hij zijn leven in de toekomst zo aardig, zinvol en creatief mogelijk in moest delen.

Dat «hele erge», zoals Martin Ros ons aller lievelingshobby pleegt te omschrijven, was zoals gezegd al enige tijd niet meer aan de orde. T. heeft in zijn lange, werkzame leven zoveel van de verboden vrucht gegeten dat hij er inmiddels de buik vol van heeft. Tafelen deed en doet hij nog steeds met smaak, of het nu een copieuze Italiaan of een smakelijke kreeftenschotel betreft. De drank had hij afgezworen, mede om zijn bewonderaars zijn ijzeren wilskracht te bewijzen. Maar wat moet je met ijzeren wilskracht als het lot je zo'n smerige streek heeft geflikt? Dus gebruikt T. inmiddels, mét mijn hartelijke instemming, weer een incidenteel glaasje eau de vie, de nobelste aller dranken, waarmee ook Onze Lieve Heer, leren ons de theologen, zijn avondmaaltijd pleegt af te sluiten.

Het ultieme genotmiddel voor T. is echter de sigaar, voor, na en desnoods in plaats van het diner. Hij is inmiddels arm als een kerkrat en rookt niettemin, als man van principes, alleen exclusieve Cubanen, de Cohiba, bijvoorbeeld, of de wat zwaardere Portegas. In zijn voorkeur is hij onverbiddelijk. Kom niet aan met een Colombiaan of zo'n heipaal uit Honduras. Daar haalt hij zijn donkergrijsbesnorde neus voor op.

Ik bezie dit exclusiviteitsvertoon met lichte verbazing. Mijn smaak als sigarenroker bevindt zich in de buurt van de edelconfectie, zodat ik Hondurezen noch Colombianen uit de weg ga.

Met alle gevolgen van dien, voor mij, een van zijn vaste bezoekers. T. heeft vele gefortuneerde relaties die hem niet anders kennen dan met zo'n kwart meter tabak tussen de kaken en tegelijkertijd niet precies van zijn precieuze smaak op de hoogte zijn. Dus stapelen zich in de aangepaste woning van mijn vriend T. naast de Cubanen de Hondurezen en Colombianen op, terwijl recentelijk zelfs een manshoge kist is gesignaleerd die rechtstreeks vanaf de Kaapverdische Eilanden is aangevoerd.

Die kisten krijg ik mee naar huis. «Kerel», zegt mijn vriend T., als ik zijn aangenaam doorrookte vertrek betreed, «ik heb goed nieuws voor je. Twee smakelijke dozijnen Arturo Fuentes, kersvers van de boerderij.» Dan drinken we wat en eten we wat en drinken we wat

En thuis voeg ik de Arturo Fuentes bij de voorraad, inmiddels bestaand uit een torenhoge stapel Webster Queens, Flor de Honduras numero I, Justus van Maurik Coronation, Braziel miskleur no. 60 en Davidoff Don Tomas.

Het is, wat T. ook moge beweren, excellent spul, dat men onmogelijk kan laten verdrogen. Dus steek ik er boven het avondblad maar weer eentje op, in de wetenschap dat een kwartier later de telefoon zal gaan. «Kerel», zegt T. dan, «je bent toch, naar ik hoop, wel braaf met je huiswerk bezig?» Ik heb hem hartelijk lief, maar hij heeft een satanisch trekje in zijn karakter. Niettemin, ik heb het instrumentarium niet in huis om mij tegen zijn goedgeefsheid te verweren.

Hoe lang zal het nog duren voordat mijn vitrage geheel is vergeeld, mijn pas gestuukte plafond is vergrijsd, mijn huishoudelijke hulp ontslag heeft genomen en mijn aanvallige, toevallig langs gedwarrelde logee besluit de nacht in de badkamer door te brengen?