Hangen in Duindorp

‘Een aso, dat ben ík toch niet?’

Het Haagse Duindorp was jarenlang in de greep van werkloze jongeren. Door woningsloop en een krachtig sociaal beleid is het tij gekeerd. De hardwerkende bewoners hebben hun dorp weer terug. ‘Ze hadden ons merk gestolen.’

DE HAAGSE BAND Klein Orkest lanceerde in 1983 met de hit Koos Werkeloos het type van de lethargische werkloze. Koos ging liever vissen aan de waterkant dan werken achter de lopende band. In de periode van massaontslagen groeide hij uit tot een begrip, net als twee andere helden uit de lage klasse: het duo Jacobse en Van Es. Zij waren altijd bezig met vage handeltjes en de boel oplichten. Met de Tegenpartij keerden zij zich in plat Haagse oneliners tegen het politieke establishment. Hun populariteit in rechts-extremistische kringen deed Van Kooten en De Bie ertoe besluiten hun creatie bij een mislukte couppoging op het Binnenhof te laten omkomen. Maar in heel Nederland leefden de vrije jongens voort tussen de mazen van de wet. Deze anarchistische karakters wonen ook in Duindorp, een wijk met ruim vierduizend bewoners ten zuiden van de Scheveningse haven. Op een hete zomerdag posteren zij zich bij de ingang van het strand. Mannen met matjes, gouden sieraden en vol tatoeages zitten in een rij op klapstoelen. De koelbox vol bier onder handbereik. De blonde vrouwen doen niet voor hen onder. Ze laten buitenstaanders, gezinnen uit de omringende ‘kakbuurten’, op weg naar paviljoen La Cantina ‘natuurlijk’ met rust. Maar wie naar ze kijkt, krijgt een verbale tik. ‘We verkopen hier geen bier, maar we willen wel effe voor je in een glas pissen.’
Dit soort reacties, en veel erger, kregen de Duindorpers jarenlang te horen als ze waagden iets te zeggen van de overlast die werd veroorzaakt door een vaste kern van werkloze jongeren afkomstig uit een aantal multi problem-gezinnen. Zij gingen proletarisch winkelen bij de supermarkt aan het Tesselseplein. Het karretje werd volgeladen met drank en frituursnacks en ze liepen daarmee de winkel uit. Op brommers scheurden ze door de straten tussen de spelende kinderen door. Bij de haringkar lagen de drugs tussen de uitjes. In wijkcentrum Het Trefpunt aten ze overdag tosti’s voor 58 cent terwijl ze iedere huisregel aangrepen om ruzie te maken. Als je er iets van zei kreeg je ‘een neus tegen je neus gedrukt’. Of een steen door de ruit.
Die tijd is voorbij. Niet dat de hangjongeren zijn verdwenen, en evenmin leiden ze nu een burgermansbestaan met een vaste baan. Ze ritselen nog altijd à la Jacobse en Van Es cashgeld bij elkaar. Maar de wijk wordt niet meer gekaapt door deze groep asociale minima.
Dat komt doordat er op Duindorp ruim drie jaar een krachtig beleid van ‘herstructurering en differentiatie’ is losgelaten om de vicieuze cirkel van overlast, zwerfvuil omringd door meeuwen, dampende hondenpoep en een omgeving die tandenknarsend moet toekijken te doorbreken.
Het succesvolle project ‘Duindorp Schittert’ gold als pilot voor het onder het kabinet-Balkenende IV gestarte krachtwijkenbeleid. Een deel van de wijk maakte plaats voor een mix van sociale huurwoningen en koopwoningen. Hoeden en petten wonen door elkaar. Daarnaast is fors geïnvesteerd in sociaal beleid. De inzet: de overlast hard aanpakken, regels stellen en handhaven, onder meer met een systeem van gele en rode kaarten en mét sancties, tot aan huisuitplaatsing toe. Tegelijk werd de kracht van de meerderheid gemobiliseerd.
Duindorp ligt er in de ondergaande zon vredig bij. Oranjevlaggetjes ritselen in de zeewind. Mensen laten hun grote honden uit, met in de hand een poepzakje. Op het Tesselseplein knalt een groep jongens een voetbal in het rond. In de Pluvierstraat zet een auto met dreunende bassen een fietser klem, of hij even snel opzij wil gaan. Als je een groepje aanspreekt, zeggen ze lachend: ‘Je bent zeker van de politie.’ Aan zelfspot ontbreekt het hun nooit.

DE DUINDORPERS PRATEN graag over de veranderingen. Zij maken duidelijk dat de wijk een schoolvoorbeeld is van oude buurten in grote steden die afglijden. Anderzijds is Duindorp in alle opzichten uniek. De hangjongeren zijn hier geen Marokkanen maar oer-Hollandse jongens. Door de geïsoleerde ligging – ingeklemd tussen het Zuiderstrand, de Westduinen en een kanaal naar zee – is het een dorp met een gesloten karakter. Het wij-gevoel is hier van oudsher sterk en de sociale controle groot. Mensen kennen elkaar allemaal, wat alleen al blijkt uit de veelvoorkomende familienamen Spaans, Taal, Van der Zwan of Pronk. De misdaadcijfers zijn laag en de meerderheid van de lage-middenklassers werkt hard. In de bouw, dienstverlenende beroepen of in de visverwerkingsindustrie in de haven. Een groep gaat nog de zee op. Anders dan vroeger wordt er nu gevist op kleine bootjes met drijfnetten. Een kleine groep trekt op trawlers de hele wereld rond en is dan drie maanden van huis. De schooluitval op het vmbo is gering en op zondag zitten de kerkbanken van de Julianakerk propvol. En Duindorp ligt op een toplocatie. Op twee minuten afstand ruist de zee. De bewoners delen met elkaar een enorm gevoel van vrijheid.
‘Met de sociale samenhang en het arbeidsethos is in deze wijk dus niks mis. Ze hebben een moraal waar de hele wereld jaloers op kan zijn’, zegt Ton Huiskens, medeoprichter en eigenaar van het bedrijf Werken aan de Stad, dat in opdracht van woningbouwvereniging Vestia en de gemeente de aanpak voor Duindorp Schittert heeft ontwikkeld: ‘Het zijn mensen met ruggengraat. In de gemeenschap zit een hoge mate van eigen kracht. De landsadvocaat komt hier bijvoorbeeld vandaan en econoom en Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen groeide op in deze straten. Als je hier probleemgericht gaat werken, werkt dat dus niet. Het is in de basis een goede wijk, waar een kleine club jarenlang het merk Duindorp heeft gestolen.’
Voordat je een strategie uitzet, vertelt Huiskens, moet je de historie kennen, want ‘een wijk is een verhaal met een ziel’. De geschiedenis ging hier over woelige baren. Het dorp is opgezet in de jaren twintig van de vorige eeuw ter vervanging van de sloppenwijk in Scheveningen, waar in krappe huizen gezinnen met tien kinderen woonden in onhygiënische omstandigheden. De hofwoningen golden als een socialistisch ideaal, ontwikkeld door rijke industriëlen met een verlichte geest die iets wilden doen voor de arbeiders. De vissers gingen erop vooruit, maar het bleef armoe troef. Zij deden het harde handwerk op zee, en soms kwam de kostwinner om in de golven. ‘De mentaliteit van afzien en iets voor elkaar overhebben zit er nog steeds in’, zegt Huiskens.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Duindorp onderdeel van de Atlantikwall. Een deel werd gesloopt en de rest van de bevolking werd geëvacueerd naar het oosten van het land. Ze konden pas terugkeren in 1948, omdat het gebied fungeerde als interneringskamp voor NSB’ers. Begin jaren tachtig volgde een economische klap. De visserij werd aan banden gelegd door Europese quota’s en milieuregelgeving. De mannen kwamen naar de wal, maar zij werden níet allemaal Koos Werkeloos. De meesten vonden snel werk, omdat de ex-vissers vanwege hun hoge plichtsbesef goed in de markt lagen. Met een aantal families ging het echter bergafwaarts. Ze hadden een uitkering voor het leven.

HET AFGELOPEN DECENNIUM speelde er in de wijk een ingrijpende kwestie. De sloop van een deel van het woningbestand stuitte op breed verzet. ‘Begrijpelijk’, meent de voorzitter van het wijkberaad Martin Spaans. ‘Er was angst voor wat ervoor in de plaats zou komen. Een deel ervan zou de hogere huren niet kunnen betalen. Sommigen zaten voor enkele tientjes huur per maand in een huis op toplocatie.’
‘Ik snap de weerstand wel’, zegt ook Danielle Harthoorn, welzijnsmanager in Het Trefpunt: ‘De hofwoningen waren karakteristiek voor deze wijk en de bewoners deelden lief en leed met elkaar. Het was hún bestaan. Maar de ingreep was wél nodig. De woonkamers waren drie bij drie meter, de keuken was twee bij twee en de douche zat in een soort kast. Alle voorzieningen waren verouderd.’
Het sentiment ebde uiteindelijk weg door goede financiële regelingen en harde terugkeerafspraken. Een klein deel van de bewoners bleef zich wel verzetten. Op de dichtgetimmerde ramen van de laatste sloopwoningen stond tot vorig jaar in grote letters gekalkt: ‘We eten geen honing maar kauwen bijen.’ Tegelijk ging er iets mis met de beeldvorming: de harde kern van hangjongeren liet zich in 2005 in ruil voor gratis drank strikken om voor tv-camera’s de Hitlergroet te brengen onder het commentaar: ‘Dat vind ik gewoon leuk.’
‘Onder dit negatieve beeld leed de hele wijk’, zegt Martin Spaans. ‘Mensen durfden niet meer te zeggen dat ze uit Duindorp kwamen of moesten zich verdedigen. Het was de ultieme aanleiding voor een samenwerking tussen politie, welzijn, wijkberaad en gemeente. Het doel was de ziel van de wijk herstellen.’
Ton Huiskens: ‘Beleidsmakers sloegen alarm. De hele wijk was kwaad. Het neerzetten van een White Power-teken was een maximale vorm van aandacht krijgen. Deze groep cultiveert haar imago, en als je de confrontatie zoekt is het voor hen feest. Dus moet je als beleidsmaker niet stoer maar slim zijn.’
Twintig jaar geleden richtte het beleid zich op de kleine subcultuur, maar dat pakte averechts uit. Maar je kunt ze ook niet, zoals de Britse schrijver Theodore Dalrymple bepleit, aan hun lot overlaten. ‘Je moet voorkomen dat die groep een determinatie wordt voor de buren en de familieleden. Kleine criminaliteit heeft een gigantisch power effect. De overheid moet ervoor zorgen dat zo’n club marginalen misgrijpt. De politie had een familiaire omgang met die gasten en was haar gezag kwijt. De politie treedt nu weer direct op. De hele wijk is daar blij mee. De subcultuur is natuurlijk niet verdwenen. Op nieuwjaarsdag bouwen zij op het strand nog steeds de hoogste stapel kerstbomen van Den Haag. Het is een hardnekkig probleem, want sommigen worden door hun ouders in hun gedrag bijna aangemoedigd.’
Duindorp is volgens Huiskens geen kleine kwestie. ‘Er zitten hier ook veel PVV-stemmers en dat heeft niks te maken met vreemdelingenhaat, maar met het mondialiseringseffect: de groter wordende wereld vraagt juist om lokale kracht. Letterlijk moet je thuisbasis sterk zijn. Dat zag je vertaald bij de lokale verkiezingen, waar de meerderheid van de bewoners koos voor een lokale partij die voor de belangen en de saamhorigheid van de Scheveningers opkomt. De meeste ouders hebben een droom voor hun kinderen. Het is principieel onacceptabel dat die door een kleine groep wordt vernield. Alsjeblieft, niet met knuffelprojecten, want juist aan de onderkant moet je eisen stellen. De overheid doet enorm haar best om goed te zijn. Maar de burger gaat op een gegeven moment de overheid bellen over de vuilniszak van de buurman, terwijl hij dat zélf met die buurman moet regelen. Een onbedoeld effect van de verzorgingsstaat is dat die mensen heeft beroofd van hun oplossingsvermogen, en daarmee van hun eigenwaarde. Sinds kort zeggen we godzijdank weer dat je moet werken voor je geld. Een samenleving is sterk als individuen zelf problemen aandragen en proberen op te lossen.’

‘OP ONZE INLOOPAVONDEN’, vertelt Martin Spaans, ‘kwamen ruim tweehonderd mensen, waarvan de helft zich nu als vrijwilliger heeft aangemeld. Ze durven weer actief mee te doen. We werken samen aan de ontwikkeling van de sporttuin en een speeltuin in de duinen.’
‘Het is nu overduidelijk dat extreem gedrag niet meer normaal wordt gevonden. Dat eindeloze gedoogbeleid is funest’, zegt ook Jaco Spaans, die als coördinator sociaal-cultureel jongerenwerk in Het Trefpunt al jaren met deze groep te maken heeft. ‘Ze hebben een hang naar hangen. Het zijn zorgmijders. Anders dan allochtonen roepen ze uit trots en schaamte niet snel om hulp. En misschien ervaren ze zichzelf niet als problematisch: een aso, dat ben ík toch niet?’
Dat deze groep de overhand kreeg, heeft de wijk ook laten gebeuren, zegt hij: ‘De instroom van buitenaf is minimaal. Dat werd ervaren als een enorm pluspunt. De wijk heeft de overlast daarom getolereerd, want je weet tenminste wie het zijn. Iedereen weet dat er buurten in Den Haag zijn die écht slecht gaan. Daar is door de komst van mensen van buitenaf het wij-gevoel verdwenen. Er is angst dat het ook hier naartoe komt.’
‘Gebundelde takken kun je niet buigen’, zo beschrijft Danielle Harthoorn in de kantine van Het Trefpunt de samenwerking tussen de verschillende instellingen. ‘Daardoor is het tij gekeerd. Anders was het erger geworden. Sommigen hebben dagelijks te maken met huiselijk geweld, en dan kan het je niks schelen dat er zwerfvuil is en je kinderen tot laat op straat rondlopen. Maatschappelijk werk en de woningbouwcorporatie komen nu ook achter de voordeur. Ik voel me nu onwijs veilig, ik ga rustig pinnen op het plein.’
Danielle heeft een warme band met de buurt. Haar opa was schipper en ze kent de verhalen van de oude schippers die in het wijkcentrum komen biljarten en klaverjassen.
‘Die jongens met de petjes vinden zichzelf heel stoer. Ze moeten vaak even verbaal ontladen, maar ik hoor hier nooit een racistische opmerking. Wel merk ik dat ze bang zijn dat de samenleving gaat veranderen. Deze week organiseerde Buro Discriminatiezaken een bijeenkomst over de stelling “Vlaggetjesdag is te wit”. In de zaal voelde je de angst dat ze dat kwijtraken. Het is een machtig mooi feest, een oude visserstraditie als de nieuwe haring binnenkomt. De bewoners zeiden: “Draai het eens om, stimuleer nou dat allochtonen naar ons feest komen.” Met “te wit” maak je veel emoties los. Het is geen racisme, maar een aantasting van hun saamhorigheid. Ze reageerden precies hetzelfde op de plannen voor een cruiseterminal voor de kust. Iedereen zei: “Ze willen ons strand afpikken.” Mensen worden dan onverzettelijk.’
De terminal werd na lang geharrewar afgeblazen. Wel bestaan er plannen om het oude containerterrein van de Norfolkline om te turnen tot een strook vol luxeappartementen.

ALS GEEN ANDER HEEFT Jaap Spaans zich hiermee beziggehouden. Hij wordt ook wel de burgemeester van Scheveningen genoemd. Iedereen kent hem, en dat is niet alleen vanwege zijn forse postuur. Als voormalig voorzitter van de sportvereniging en het wijkberaad voerde hij de onderhandelingen over de terugkeerregelingen na de sloop van de woningen. Als voorzitter van stichting Behoud het Zuiderstrand was hij er mede verantwoordelijk voor dat de bouw van de cruiseterminal niet doorgaat. Vanuit zijn gloednieuwe appartement kijkt hij over de duinen recht op zee. Een panorama waar Máxima jaloers op zou zijn, grinnikt hij.
‘Het werd gepresenteerd als een mooi commercieel verhaal over werkgelegenheid, maar ondertussen werden de kroonjuwelen van Den Haag verkwanseld. Het zou “kijken naar de rijken” worden. Wij kregen in ons verzet ook de dure wijken, zoals de Vogelwijk, mee. Het is vlak voor de verkiezingen opgeblazen. We hebben samen aan de tafel zitten toosten.’
Spaans is positief over ‘de politiek’. Ze luisteren volgens hem goed en burgemeester Van Aartsen ‘heeft het prima begrepen dat Scheveningen belangrijk is. Minister Dekker kwam op wijkbezoek. Wij zaten met z’n allen keurig in pak klaar op het Tesselseplein. Ze kwam met haar dienstauto en had maar twee minuten gepland. Nou dan hoefde het niet van ons. Ze is ruim twintig minuten gebleven en het was een goed gesprek. Wij zeiden: “Je kunt niet alles oplossen met stenen, het dorp leeft, dus moet er ook iets gedaan worden aan voorzieningen.” Er is jarenlang intensief onderhandeld met woningbouwcorporaties, de gemeente en de bewoners. Dat ging niet alleen over de terugkeerregeling, maar over het totaalpakket van de wijk, tot op detailniveau. We zijn met z’n allen het diepe in gegaan. En het resultaat mag er zijn.’