Europa’s centrale bank vecht tegen de ondergang

Een auto vol waardeloos papier

De Europese Centrale Bank kampt met de grootste crisis in haar jonge bestaan. Ze wordt verscheurd tussen Noord- en Zuid-Europeanen, tussen inflatie- en crisisbestrijders. Overleeft ‘Europa’s grootste bad bank’ de spagaat?

AAN DE TOCH al indrukwekkende skyline van het financiële hart van Europa zal in 2014 een nieuwe wolkenkrabber prijken. In het oosten van Frankfurt, op de plaats van de historische markthallen, verrijst een 185 meter hoge toren. Een heuse ‘verticale stad’ moet het worden, zoals de makers het verwoorden, inclusief 'hangende tuinen’.
Of de eigenaar tegen die tijd nog bestaat, is een ander verhaal. De nieuwbouw van de Europese Centrale Bank (ECB) komt op het slechtst denkbare moment. Vorig voorjaar begonnen de werkzaamheden. Rond dezelfde tijd barstte de eurocrisis los. Sindsdien dendert de gemeenschappelijke munt in hoog tempo richting afgrond. Hetzelfde geldt voor de ECB, menen de talrijke critici.
Onomstreden is de ECB nooit geweest. De oprichting in 1998 ging al gepaard met hevige controverses over de toekomstige koers. Duitsland, als grootste economie van Europa ook de belangrijkste financier van de centrale bank, wilde per se dat zij in de anti-inflatoire, politiek onafhankelijke traditie van de eigen Bundesbank kwam te staan. De euro moest net zo sterk worden als de D-Mark. Vervolgens spitsten de tegenstellingen zich toe op de vraag wie het nieuwe instituut moest leiden. Wim Duisenberg, de belichaming van de onafhankelijke centrale bankier en een man naar het hart van de Duitsers? Of toch de Fransman Trichet, kandidaat van het in monetair opzicht als 'losbandiger’ beschouwde Zuid-Europa.
Het werd een compromis, en daarmee begon een periode van relatieve rust in Frankfurt. Tot de eurocrisis. Sindsdien kampt de ECB met de grootste problemen in haar jonge bestaan, en met de felste kritiek van buitenaf. Maar ook intern rommelt het. Eerder deze maand diende chef-econoom Jürgen Stark zijn ontslag in. Hoewel hij 'persoonlijke redenen’ opvoerde voor zijn opstappen, werd alom aangenomen dat de Duitser niet langer medeplichtig wilde zijn aan de huidige crisispolitiek.
'Dat bestuur is een kleine, hechte groep’, schat monetair econoom Edin Mujagic desgevraagd in. Hij is werkzaam aan de Universiteit van Tilburg en bezig met een dissertatie over de onafhankelijkheid van de ECB. 'Dat iemand als Stark zegt: “Ik stap op, dit gaat een brug te ver”, dat is veelzeggend. Hij was de aanvoerder van de regels-zijn-regels-groep in het bestuur. Eerder is Bundesbank-chef Axel Weber trouwens al om soortgelijke redenen opgestapt.’
De financiële markten reageerden direct op het nieuws van Starks ontslag. De aandelenkoersen kelderden: mogelijk een signaal dat gevreesd wordt dat Duitsland de handen van het instituut af trekt. Is het einde nabij voor de hoeder van de euro’s in onze portemonnee?

DE NIEUWSTE GOLF kritiek spitst zich toe op een beslissing die de ECB op een zondagavond in augustus nam tijdens een telefonische vergadering. In de week daarvoor waren de rentes die Italië en Spanje over hun staatsschuld moesten betalen gevaarlijk hoog opgelopen - een teken dat de eurocrisis op deze twee grote economieën dreigde over te slaan. Vooral in het geval van Italië zou dat rampzalig zijn. Anders dan Griekenland, Ierland en Portugal is dat land te groot om met Europese noodleningen gered te worden. Valt Italië, dan is ook het einde van de euro nabij. Vandaar dat de Duitse bondskanselier Merkel en de Franse president Sarkozy die zondagavond de ECB in nauwelijks verhulde bewoordingen opriepen te handelen. En handelen deden de centrale bankiers - ook niet verbazend wellicht, gezien het feit dat de euro de grondslag van de ECB is, en redding dus in de genen van het instituut zit. In de dagen na haar historische besluit begonnen medewerkers van de ECB op de financiële markten op grote schaal Italiaanse en Spaanse obligaties op te kopen. Met resultaat: in de weken daarop daalden de rentes.
Deze ultieme reddingspoging eiste niettemin een zware tol. De ECB heeft inmiddels voor niet minder dan 143 miljard euro aan obligaties uit crisislanden aangeschaft. En het einde is nog niet in zicht. De balans van het instituut wordt bovendien verder verslechterd door een eerdere crisismaatregel. Toen werden de eisen afgezwakt die gesteld worden aan het onderpand waartegen commerciële banken geld kunnen lenen bij de ECB. Sindsdien verstrekt het instituut ook krediet in ruil voor bijvoorbeeld sterk afgewaardeerde Griekse obligaties. Niet voor niets spreken de critici over 'de grootste bad bank van Europa’.
Dat raakt ook Nederland. De risico’s van de ECB komen immers, net als de winst, voor rekening van de 'aandeelhouders’. In dit geval zijn dat de deelnemers aan de eurozone. Gaat de ECB met haar Italiaanse, Spaanse of Griekse obligaties het schip in, dan kan dat Nederland (voor 3,9 procent 'aandeelhouder’) miljarden kosten. Het CPB becijferde eerder dit jaar het totale, maximale risico voor Nederland op ruim vier miljard euro. Maar toen gingen Italië en Spanje nog niet gebukt onder de crisis. Inmiddels heeft de ECB voor bijna het dubbele bedrag aan 'giftige’ obligaties opgekocht. Het potentiële verlies voor Nederland kan daardoor al snel in de dubbele cijfers terechtkomen.
Maar geld is niet het enige wat op het spel staat. Voor de tegenstanders van de huidige koers gaat het om niets minder dan de principes van de ECB. Om haar bestaansrecht. 'Dit is steeds minder de centrale bank zoals Nederland die bij de start van de euro wilde’, meent econoom Edin Mujagic. Hij wijst op het hoofddoel van de ECB. De centrale bank moet zorgen voor stabiele prijzen in de eurozone. Inflatiebestrijding dus. Hoe belangrijk dat is, wordt jeugdige bezoekers van de ECB-site zelfs ingepeperd met een online game: Inflation Island. Maar onder druk van de eurocrisis kalven die fundamenten af, vindt Mujagic: 'De ECB zou nooit staatsobligaties kopen. Zo moest voorkomen worden dat de centrale bank nationale begrotingen gaat financieren. Dat is dus precies wat ze nu wél doet.’
Mujagic vreest dat de Noord-Europese landen definitief de controle kwijt zijn over de ECB. Met straks de nieuwe Italiaanse president Mario Draghi aan het roer van de ECB en een Portugees als diens rechterhand, ziet hij de toekomst pikzwart in: 'De ECB lijkt steeds minder op de Bundesbank, en steeds meer op de centrale bank in Rome. De euro gaat de kant op van de lire. De zuidelijke landen hebben het voor het zeggen. En die vinden inflatie niet zo erg. Daar hebben ze een lange historie in.’
Het is de nachtmerrie van de Noord-Europese critici: de ECB als een auto vol waardeloos papier, bestuurd door een Italiaan, met een andere Zuid-Europeaan als bijrijder. Voor de Duitsers en Nederlanders is slechts een plek weggelegd op de achterbank. Maar wie op basis van die klachten verwacht dat ze omgekeerd in Zuid-Europa staan te juichen bij de huidige koers van de ECB komt bedrogen uit. In een land als Spanje is de centrale bank net zo goed uit de gratie, merkt econoom Guntram Wolff van de Brusselse denktank Bruegel: 'Neem het besluit van de ECB deze zomer om de rente in de eurozone te verhogen. Spanje heeft de afgelopen jaren waanzinnig veel hervormingen doorgevoerd. Maar al die inspanningen dreigen door zo'n renteverhoging in de kiem gesmoord te worden. Niet vreemd dat daar het idee heerst dat de ECB een nieuwe recessie bewust op de koop toe neemt.’
Ook over het opkopen van Spaanse en Italiaanse obligaties door de ECB bestaat verontwaardiging. Die stap ging namelijk vergezeld van een brandbrief. Daarin zette de ECB, in ruil voor de financiële hulp, haar eisen uiteen. De twee landen moeten van Frankfurt hun arbeidsmarkt flexibiliseren, staatsbezit privatiseren, pensioenen versoberen en in de gezondheidszorg snijden. Dat de Europese politiek openlijk zulke voorwaarden dicteert, is inmiddels staande praktijk. Maar de formeel onafhankelijke, zogenaamd bovenpartijdige ECB?

SINDS HET UITBREKEN van de eurocrisis ligt de ECB van alle kanten onder vuur. Van regeringsleiders die meer actie willen of juist minder; van Noord- én Zuid-Europeanen; van meningmakers die inflatie vrezen versus degenen voor wie crisisbestrijding prioriteit boven alles heeft. Maar kan de ECB wel anders? Anders dan Mujagic denkt econoom Guntram Wolff van niet. Hoewel hij in een vorig leven werkzaam was voor de Bundesbank, heeft hij weinig begrip voor de onvrede over de ECB onder zijn ex-collega’s. 'Als de ECB niet zou ingrijpen, is er niemand anders die de obligatiemarkt kan stabiliseren. En als die niet gestabiliseerd wordt, valt het Europese monetaire stelsel om. Er is kortom geen alternatief voor het huidige optreden van de ECB.’
Om soortgelijke redenen nam ook het Duitse weekblad Die Zeit het de afgelopen week op voor het geplaagde instituut. Bankpresident Trichet werd afgebeeld als keizer van Europa, inclusief mantel en gouden kroon. Dat was niet spottend bedoeld, want in de eurocrisis staat 'alleen de ECB klaar om tot actie over te gaan. Zeven dagen per week. Rond de klok.’ Met andere woorden: politici en economen kunnen heel principieel klagen en zeuren; ondertussen laten ze wel mooi de ECB de kastanjes uit het vuur halen.
Gelukkig voor de centrale bankiers in Frankfurt is het einde van hun lijdensweg in zicht. De komende maanden moeten de nationale parlementen instemmen met de nieuwe, uitgebreide bevoegdheden van het crisisfonds EFSF. Dat zal zich als een soort Europese IMF ook gaan bezighouden met de omstreden obligatie-aankopen. De eurocrisis wordt door dat geschuif met petten niet opgelost. De financiële risico’s die Nederland loopt, worden er evenmin minder op. Maar de ECB kan in elk geval de hete aardappel doorgeven.
Overgaan tot de orde van de dag zal desondanks moeilijk zijn. Hebben de geloofwaardigheid en onafhankelijkheid van de ECB niet te veel deuken opgelopen? Misschien, reageert Guntram Wolff, maar tijd om zich daar zorgen over te maken heeft Europa op dit moment niet: 'Als het om het overleven van de Europese munt gaat, en de ECB is het enige instituut dat daarvoor kan zorgen, dan kun je niet onafhankelijk blijven. Zelfs als Merkel en Sarkozy het haar niet opdroegen, zou de ECB toch obligaties moeten opkopen. Anders is er binnenkort helemaal geen euro meer.’